InfoNu.nl > Wetenschap > Anatomie > De circulatie; regulatie van bloeddruk

De circulatie; regulatie van bloeddruk

De behoefte van weefsels aan bloed is afhankelijk van de omstandigheden. De bloedtoevoer naar weefsels moet aangepast worden aan de behoefte van de weefsels. Wanneer de stofwisseling van de weefsels toeneemt, is er meer behoefte aan bloed. Wanneer de stofwisseling van de weefsels afneemt, is er minder behoefte aan bloed. De bloedtoevoer van de weefsels wordt onder andere gereguleerd door het zenuwstelsel, hormonen en door de weefsels zelf. Het zenuwstelsel, hormonen en de weefsels zelf reguleren de bloedtoevoer door vasodilatatie en vasoconstrictie.

Wat is vasodilatatie?

De circulatie bestaat uit verschillende soorten bloedvaten. Deze bloedvaten zijn de arteriën, arteriolen, capillairen, venulen en venen. In alle bloedvaten zit een cellaag die met name uit gladde spiercellen bestaat. Deze cellaag wordt de tunica media genoemd. De tunica media in staat om te contraheren (aan te spannen) of juist te ontspannen. Wanneer de tunica media ontspant, neemt het lumen (holte) van het desbetreffende bloedvat toe. Het bloedvat verwijdt dan en laat meer bloed door. Vasodilatatie heeft verschillende doelen. Vasodilatatie van de bloedvaten in de huid zorgt voor afvoer van warmte. Vasodilatatie van bloedvaten in de spieren zorgt voor een betere doorbloeding van de spieren. Vasodilatatie zorgt ook voor verlaging van de bloeddruk.

Wat is vasoconstrictie?

Vasoconstrictie is het tegenovergestelde van vasodilatatie. Bij vasoconstrictie spannen de gladde spiercellen aan en daardoor neemt het lumen van het bloedvat af. Het bloedvat vernauwt en laat daardoor minder bloed door. Vasoconstrictie heeft evenals vasodilatatie verschillende doelen. Vasoconstrictie in de bloedvaten van de nieren, kan de nierfiltratie beïnvloeden. Vasoconstrictie van de bloedvaten in de huid remt warmteverlies via de huid. Vasoconstrictie zorgt ook voor een verhoging van de bloeddruk.

De invloed van het autonome zenuwstelsel op vasoconstrictie en vasodilatatie

Het parasympatische en sympatische zenuwstelsel, baroreceptoren en chemoreceptoren beïnvloeden de vasoconstrictie, vasodilatatie en bloeddruk. De effecten worden hieronder toegelicht.

Invloed van het parasympatische en sympatische zenuwstelsel op vasoconstrictie, vasodilatatie en bloeddruk

Het autonome zenuwstelsel bestaat uit een parasympatisch en (ortho)sympatisch deel. Het parasympatisch zenuwstelsel zet het lichaam in een ruststand. Het sympatisch zenuwstelsel bereidt het lichaam voor op actie en activiteit. Het sympatische zenuwstelsel heeft een grote invloed op vasodilatatie en vasoconstrictie. Noradrenaline is de neurotransmitter van het sympatische zenuwstelsel.
De neurotransmitter noradrenaline zorgt voor vasoconstrictie van bijna alle bloedvaten. Alleen de bloedvaten van de musculatuur (spieren) ondergaan vasodilatatie. Dit is logisch. Bij een stresssituatie moeten de spieren snel veel energie kunnen vrijmaken. Dat gaat makkelijker als er genoeg zuurstof en voedingsstoffen beschikbaar zijn. Het zuurstof en de voedingsstoffen worden geleverd door het bloed in de bloedvaten. Wanneer bijna alle bloedvaten vasoconstrictie ondergaan, terwijl de bloedvaten in de spieren vasodilatatie ondergaan, komt er meer bloed beschikbaar voor de spieren, waardoor deze makkelijker activiteit kunnen ontplooien.

Invloed van baroreceptoren op vasoconstrictie, vasodilatatie en bloeddruk

De baroreceptoren zitten in de aortaboog en de halsslagaders (a. carotis). De baroreceptoren nemen zeer snel waar hoe groot de bloeddruk is. Wanneer de bloeddruk snel daalt, nemen de baroreceptoren dit waar en zenden een signaal naar een regelcentrum van de medulla oblongata van de hersenstam. Dit regelcentrum verhoogt het hartminuutvolume (HMV) en vernauwt de bloedvaten. Hierdoor stijgt de bloeddruk. Wanneer de bloeddruk stijgt, gebeurt het tegenovergestelde. De baroreceptoren een stijging van de bloeddruk waar en zenden een signaal naar een regelcentrum van de medulla oblongata van de hersenstam. Dit regelcentrum verlaagt het hartminuutvolume (HMV) en verwijdt de bloedvaten. Hierdoor daalt de bloeddruk.

Invloed van het chemoreceptoren op vasoconstrictie, vasodilatatie en bloeddruk

De chemoreceptoren hebben een vergelijkbare invloed als de baroreceptoren op de bloeddruk. De chemoreceptoren nemen echter geen bloeddruk waar, maar nemen de chemische samenstelling van het bloed waar. De chemoreceptoren registreren de concentratie van zuurstof en koolstofdioxide en de zuurgraad (pH) van het bloed. De chemoreceptoren zitten ook in kernen in de halsslagaders en in de aortaboog. Daarnaast zitten er nog chemoreceptoren in de medulla oblongata.

Een daling van de zuurstofconcentratie en pH en een stijging van de koolstofdioxide nemen de chemoreceptoren waar, hierdoor wordt het regelcentrum van de medulla oblongata gestimuleerd. Dit regelcentrum zorgt voor een verhoging van het HMV en het ademminuutvolume (AMV) en vaatvernauwing.

Een stijging van de zuurstofconcentratie en pH en daling van de concentratie koolstofdioxide nemen de chemoreceptoren waar, hierdoor wordt het regelcentrum van de medulla oblongata gestimuleerd. Dit regelcentrum zorgt voor een verlaging van het HMV en het ademminuutvolume (AMV) en vaatverwijding. De baroreceptoren en de chemoreceptoren kunnen de bloeddruk en doorbloeding op korte termijn goed reguleren, maar hebben geen invloed op de bloeddruk en doorbloeding op lange termijn.

De invloed van hormonen op bloeddruk, vasoconstrictie en vasodilatatie

Hormonen hebben zowel op de korte, als lange termijn invloed op de bloeddruk en doorbloeding van weefsels. Zo verhogen de hormonen noradrenaline en adrenaline op korte termijn het HMV en zorgen voor vasoconstrictie op korte termijn. Angiotensine II, AntiDiuretisch Hormoon en aldosteron verhogen het HMV en veroorzaken vasoconstrictie op lange termijn; samen zorgen deze effecten voor een verhoging van de bloeddruk. Atriaal Natriuretisch peptide (ANP) veroorzaakt een verlaging van de bloeddruk op lange termijn.

Weefsels kunnen hun doorbloeding reguleren

Naast het zenuwstelsel en hormonen kunnen weefsels ook zelf hun doorbloeding reguleren. Dit wordt autoregulatie genoemd. Autoregulatie beïnvloedt de doorbloeding op korte termijn. De bloedvaten reguleren deze bloedtoevoer naar weefsels op basis van hun behoefte. Belangrijke signaalstoffen in de autoregulatie van weefsels zijn zuurstof, koolstofdioxide en stikstofoxide (NO). Ook de pH van weefsels beïnvloedt de doorbloeding van weefsels. Wanneer de weefsels aeroob meer energie produceren, neemt ook de productie van koolstofdioxide toe en daalt de pH. Ook produceren de endotheelcellen van de bloedvaten NO. Een stijging van de koolstofdioxideconcentratie en NO en daling van de pH veroorzaakt vasodilatatie. Door vasodilatatie neemt de bloedtoevoer en toevoer van zuurstof toe. Wanneer er zuurstof in overmaat is, veroorzaakt dit juist vasoconstrictie.

Lees verder

© 2014 - 2017 Wieschrijft, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Blozen werking: Hoe komt het dat je bloost?Blozen werking: Hoe komt het dat je bloost?Heb jij je wel eens afgevraagd wat er eigenlijk in je lichaam gebeurt wanneer je bloost? In dit artikel kun je hierachte…
Hypovolemische shockHypovolemische shock is een vorm van shock die word veroorzaakt door een verminderd circulerend bloedvolume. Hypovolemis…
Vaatverwijders/vasodilatoren: werking en bijwerkingenVaatverwijders/vasodilatoren: werking en bijwerkingenBij een hoge bloeddruk of angina pectoris (hartkramp) kan je arts vaatverwijders oftewel vasodilatoren voorschrijven. Di…
Inspanningsfysiologie; slagaders en bloeddrukDe slagaders vervoeren over het algemeen zuurstofrijk bloed naar de weefsels. De longslagader vormt een uitzondering. De…
Fysiotherapie in engere zinDe fysiotherapie kent diverse behandelmethoden. In dit artikel worden kort de fysiologische effecten van fysische therap…
Bronnen en referenties
  • JE. Hall, 2013, Pocket Companion to Textbook of Medical Physiology, Elsevier Inc
  • GA Thibodeau, Patton KT 2012, Anatomy & Physiology, Mosby/Elsevier
  • EN Marieb, Hoehn K 2012, Human Anatomy & Physiology, Pearson/Benjamin Cummings

Reageer op het artikel "De circulatie; regulatie van bloeddruk"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reactie

Mr J., 02-08-2014 01:16 #1
Mooie artikel,
Dus als ik het goed begrijp iemand met hormonale problemen zou eventueel last kunnen krijgen van vasodilatie? Of beter gezegd iemand die last heeft van vasodilatie zou de oorzaak kunnen zoeken in hormonen? Valt dit onder alternatief geneeswijzen of is dit een feit? Ook wat ik me afvraag hoe kun je een diagnose hiervoor stellen en hoe los je het op?

Groetjes! Reactie infoteur, 02-08-2014
Geachte Heer Jasin,
Hormonen kunnen inderdaad voor vasodilalatie/vasoconstrictie zorgen. Of hormonen echter de oorzaak hiervan zijn, zal een arts moeten diagnosticeren. Wellicht is hiervoor een doorverwijzing naar internist en/of endocrinoloog voor nodig.
Hartelijke groet,
Wieschrijft

Infoteur: Wieschrijft
Gepubliceerd: 19-02-2014
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Anatomie
Special: De bloedsomloop (circulatie)
Bronnen en referenties: 3
Reacties: 1
Schrijf mee!