Waar of niet waar: Hersenschimmen

De menselijke geest biedt een grote verscheidenheid aan voortbrengselen. Voorbeelden hiervan zijn de opmerkelijke populatie van levensechte wezens die de droomwereld bevolken, of de geloofwaardige, maat toch gefantaseerde speelkameraadjes die kinderen voor zichzelf creëren.
Hiertoe kan men ook de bonte verzameling rekenen van visioenen die door drugs en alcohol zijn veroorzaakt, en die kunnen worden naverteld. Al deze door de geest opgeroepen verschijningen zijn echter subjectief; zij kunnen niet door anderen worden waargenomen.

Er zijn er echter ook die openbaar zijn — die anderen eveneens te zien krijgen. Soms zijn het de zichtbare dubbelgangers — of etherische tegenhangers — van een levende persoon die een buitenlichamelijke ervaring ondergaat. Nog geheimzinniger zijn de in een waarneembare vorm gegoten tekenen van iets dat zijn bestaan dankt aan de geest die dit heeft bedacht.
Deze geest moet dan in staat zijn zich sterk te concentreren, iets te visualiseren, en de daartoe vereiste occulte prestaties te leveren. In Tibet, waar deze kunst een hoge vlucht heeft genomen, wordt een dergelijke verschijning een tulpa genoemd.

Collectieve verbeeldingskracht

Een tulpa wordt doorgaans opgeroepen door een bedreven magiër of yogi. In sommige gevallen zou de verschijning echter ook kunnen worden opgeroepen door de collectieve verbeeldingskracht van bijvoorbeeld bijgelovige dorpelingen of van reizigers door onheilspellende streken. Een tulpa kan volgens de Tibetanen zo sterk zijn dat daardoor een tweede verschijningsvorm wordt opgeroepen, de zogeheten yang-tui. Op zijn beurt kan deze ook nog een derdegraads verschijning voortbrengen: de ning-tui.

Overigens zijn er slechts weinig ingewijden in staat dergelijke meervoudige verschijningen op te roepen. Meestal zijn het boeddhistische heiligen of bodhisattva’s die dit kunnen. Sommigen zijn in staat wel tien verschillende soorten tulpa op te roepen. Daar horen onmiskenbaar levende wezens bij — mensen, dieren of de erkende bovennatuurlijke wezens — maar ook bepaalde afspiegelingen die dan verschijnen in de dromen van degenen die de bodhisattva wenst te helpen.

Slechts weinig westerlingen hebben kans gezien deze zo sterk tot de verbeelding sprekende kunst van de Tibetanen nader te onderzoeken. Een van hen is de Franse geleerde Alexandra David-Neel, die veertien jaar in Tibet heeft doorgebracht en daar met een aantal prominente lama’s de leer van het tantristische boeddhisme heeft bestudeerd. Zij was destijds de enige vrouwelijke lama, en zij genoot hoge achting wegens haar bijdrage aan de interpretatie van het Tibetaanse gedachtengoed. Over haar ervaringen in dit afgelegen en vrij onbekende land heeft zij uitvoerig gepubliceerd. De volgende beschrijving van haar eigen ondervindingen met een tulpa is ontleend aan haar boek Magic and Mystery in Tibet.

‘Niet alleen had ik maar weinig gelegenheid gehad om gedachten-manifestaties te zien, ook mijn gebruikelijke scepsis bracht mij ertoe eens zelf experimenten te bedenken. Mijn pogingen daartoe werden met succes bekroond (...). Ik koos voor mijn experiment een uiterst onbeduidend personage uit: een kleine, dikke, nogal onnozele en altijd opgewekte monnik. Ik trok mij terug in de tsams (meditatieve afzondering), ging zoals voorgeschreven mijn gedachten concentreren, en nam ook het overige ceremonieel in acht. Na enkele maanden was de denkbeeldige monnik gevormd. Zijn gedaante werd steeds zichtbaarder en zag er tenslotte levensecht uit. Hij werd een soort gast in mijn appartement. Ik besloot toen mijn afzondering te beëindigen en met mijn bedienden en tenten een reis door het land te maken.

De monnik sloot zich hij mijn gezelschap aan. Ik verbleef meestal in de open lucht en legde dagelijks vele kilometers te paard af, maar mijn monnik volgde mij trouw. Ik hoefde maar aan hem te denken, of hij was reeds te zien. Hij deed alles wat reizigers zoal doen, zonder dat ik hem daartoe speciaal opdracht had gegeven — zoals wandelen, even pauzeren, of om zich heen kijken. Het was natuurlijk een illusie, maar soms had ik het gevoel dat hij mij zachtjes met zijn gewaad aan- raakte; een keer leek zijn hand zelfs heel zachtjes mijn schouder te beroeren.

De kenmerken die ik had gefantaseerd toen ik mijn hersenschim opbouwde, onderging geleidelijk een verandering. De dikke monnik met zijn bolle wangen werd slanker, op zijn gezicht kwam een vaag spottende, sluwe, ja zelfs kwaadaardige uitdrukking, en hij werd lastig en brutaal. Kortom: ik verloor mijn greep op hem.

Ik had mijn fenomeen eigenlijk gewoon zijn eigen gang moeten laten gaan. Zijn aanwezigheid begon op mijn zenuwen te werken. Bovendien moest ik in Lhasa zijn (...) Daarom besloot ik het spookbeeld te laten verdwijnen. Dit lukte ook, maar dan wel na zes maanden harde strijd. Mijn geestesproduct wilde zijn leven niet zo maar opgegeven.’
© 2008 - 2012 Sophocles, gepubliceerd in Diversen (Wetenschap) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Sophocles is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Boekrecensie - Hersenschimmen J. Bernlef Het boek ‘Hersenschimmen’ is geschreven door Hendrik Jan Marsman, beter bekend a…
Boekverslag over Hersenschimmen Dit is een boekverslag over het boek Hersenschimmen geschreven door J. Bernlef. Het gaat…
Hersenschimmen-Bernlef Hersenschimmen is een boek van Bernlef. Het gaat over een man in Amerika die dementerend is. Het b…
Recensie: Bernlef – De pianoman Het boek ‘De pianoman’ van Bernlef was het boekenweekgeschenk van 2008. In het boek verte…
Thee zetten en recepten Thee, één van de meest gedronken dranken in Nederland. Maar hoe zet je nu een goed en lekker bakk…

Reageer op het artikel "Waar of niet waar: Hersenschimmen"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Sophocles
Rubriek: Wetenschap / Diversen
Schrijf mee!