Diversen en Paus Gregorius Ix

Statuten van Gregorius IX voor de universiteit van Parijs

Een tekstanalyse over de statuten voor de universiteit van Parijs. Geschreven door paus Gregorius IX in 1215.


Context

Parijs, de eerste universiteit van Europa. Er werd al in de elfde eeuw aan onderwijs gedaan op het Ile de la Cité, in het klooster van de Notre-Dame. Dit gebeurde in de vele kanunnikenhuizen die rondom de kathedraal waren gebouwd. Grotendeels waren deze kanunniken de onderwijzers. Vanaf het begin van de twaalfde eeuw kenden deze 'scholen' een behoorlijke groei. Onder andere de komst van Abelard laten het belang van deze scholen zien. De getuigenissen van Johannes van Salisbury (1120-1180) die tussen 1135 en 1148 in Parijs studeerde laten levende beelden zien van het studentenleven in Parijs. Studenten en leraren komen uit alle windstreken naar Parijs. Dit proces geeft Parijs het kenmerkende internationale karakter vanaf de twaalfde eeuw. Johannes van Salisbury geeft ons in zijn boek vooral informatie over de Engelse studenten.

Na 1140 startten leraren met de belangrijke taak van het samenstellen van handboeken. Deze werden tot het einde van de middeleeuwen, hetzij herzien, gebruikt aan de universiteiten. Voorbeelden zijn de Liber Sententiarum van Petrus Lombardus en de Historia Scholastica van Pierre le Mangeur die als eerste een complete en methodische uiteenzetting van alle geloofs- en dogmavraagstukken schreven.

Vanaf 1150 kwamen er ook scholen in Parijs die zich richtten op recht en geneeskunde. De kerk keek dit met wantrouwen aan, uit angst dat de scholen te werelds zouden worden. Mede door deze nieuwe studies namen de scholen een grote vlucht in studentenaantal. Deze groei leidde al snel tot problemen van organisatorische aard. Uit de daaropvolgende discussie over de onderwijsinstellingen zouden deze scholen aan het begin van de dertiende eeuw samengaan als de universiteit van Parijs.
Tegelijkertijd met het ontstaan van de universiteit ontstond er ook discussie betreft de studenten. Moeten deze studenten gezien worden als geestelijken of als leken? Vallen ze onder kerkelijke of wereldlijke controle? Zowel docent als student hadden er belang bij om tot de kerk te behoren, aangezien ze op die wijze konden ontsnappen aan de handhavers van de orde en gerechtelijke ambtenaren van de koning. De kerk deed veel moeite om het onderwijsmonopolie te behouden en de docenten en studenten lieten dit welgevallen. De reden dat de universiteiten onder de kerk wilden blijven lag in de grote spanning tussen burgers en studenten. Zo ontstonden er grote, en vooral bloedige, twisten tussen beide partijen.
Vanaf het einde van de twaalfde eeuw deed de kerk haar best om haar invloed via canonieke besluiten de privileges van geestelijken aan de leerlingen toe te kennen. Een eerste bul uit 1194 van Celestinus III was nog niet formeel. Zes jaar later werd een charter door Philips-Augustus, koning van Frankrijk, toegekend aan de Parijse docenten en studenten en gaf hen daarmee expliciet het privilege van de kerkelijke rechtspraak waarmee ze volledig onder de kerkelijke jurisdictie vielen. Dit besluit werd onder andere bevestigd in de tekst die onder geanalyseerd wordt. De Parens Scientiarum uit 1231 van paus Gregorius IX.

Tekstanalyse

Vanaf het begin van de dertiende eeuw ontstonden in verschillende regio's universiteiten. Deze universiteiten werden het fundament van het intellectuele leven in deze periode. Over het algemeen werden de universiteiten met behulp van twee modellen georganiseerd. Binnen het Italiaanse model stelden studenten zelf de leraren aan. Daarnaast was er het Noord-Europees model waarbinnen de docenten dominant waren. De statuten van Gregorius IX markeerden een grote ontwikkeling in de groei van Universiteiten.

Parijs is de stad van de Letteren, met alle mogelijkheden voor onderwijs en studenten. Gregorius IX is bezorgd door een tweedracht die de universiteiten bedreigd. Deze wordt, begrijpelijkerwijs, toegedicht aan de duivel. Derhalve voelt paus Gregorius IX zich genoodzaakt, op advies van zijn geloofsbroeders om voorzorgsmaatregelen te treffen. Een aantal van deze maatregelen betreft de aanstelling van docenten, deze dienen aangesteld te worden door twee magisters, volgens het canoniek recht. Deze magisters functioneren namens de universiteit en beloven dat ze enkel diegenen aanstellen die geschikt zijn. Voordat er een nieuwe docent wordt aangesteld zal deze gedurende drie maanden, terwijl de aanvraag voor een licentie aangevraagd wordt, zichzelf moeten bewijzen. Daarna is het aan de kanselier om te oordelen of de docent daadwerkelijk de licentie verkrijgt. De kanselier zal volgens vakkundig vertrouwen de nieuwe docenten in alle vakken examineren. Vijf andere maatregelen gaan over het te geven onderwijs. Zo gaat er een over het reguleren van de tijd en de wijze waarop onderwijs en disputen gegeven worden. Daarnaast wordt er een bepaling gegeven over de te dragen kleding. Als derde geeft Gregorius IX aan hoe studenten begraven moeten worden. Ook de hoogte van de kosten van onderdak wordt gegeven. Als laatste wordt aangegeven op welke manier er gestraft dient te worden op verschillende overtredingen. De zwaarste is uitsluiting.

Hierna geeft Gregorius verschillende oorzaken van legitieme afwezigheid zoals verwondingen, het gemis van onderdak en verminkte ledematen. Ook de lengte van afwezigheid wordt aangegeven. Vervolgens vermeldt Gregorius de juridische rechten van studenten. Zo wordt de bisschop van Parijs bevolen dat hij optreedt wanneer er onrechtmatigheden tegen studenten wordt begaan. Opdat de eer van de studenten behouden blijft en dat acties van het kwaad worden bestraft. Wanneer een student wordt verdacht van een misdaad, zal hij onschuldig blijven tot het tegendeel bewezen is. Zo zal hij ook vrijgelaten worden na het betalen van een geschikte borgsom. Alleen wanneer de misdaad van een dusdanige grote is, dan zal de bisschop er op toezien dat deze verdachte binnen de gevangenismuren blijft. De kanselier mag geen studenten in hechtenis nemen. Ook mogen studenten niet in het gevang komen wegens schulden of een geldelijke boete krijgen, verder is het verboden om bepaalde functies te verkopen of geld aan te nemen, dit is verboden volgens het canoniek recht.
Vakanties duren een maand, niet langer. De doctoraalstudenten mogen tijdens deze maand wel doorstuderen en een docent vragen om les te geven. Studenten mogen geen wapens dragen, niet in de stad en ook niet op de universiteit. Mensen die verkeerd omgaan met het student-zijn, zoals het frequent missen van lessen en geen master behalen mogen geen gebruik maken van de vrijheden en rechten van de studenten.

Als laatste geeft Gregorius IX een aantal eisen waaraan de masters moeten voldoen. Zo geeft hij een aantal verplichte boeken voor verschillende studies en bepaalde waarden mee. Daarnaast dient men in de heilige taal te spreken: het Latijn. Op school mogen ze alleen discussiëren over theologische vragen die gedetermineerd worden volgens de theologische boeken van de kerkvaders.
© 2008 - 2009 Btdejong, gepubliceerd in Diversen (Wetenschap) op 19-03-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Btdejong is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Voor de geanalyseerde tekst: http://www.fordham.edu/halsall/source/UParis-stats1231.html.

Reageer op het artikel "Statuten van Gregorius IX voor de universiteit van Parijs"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.