Nederland in de prehistorie
De (huidige) geologische contouren van Nederland zijn langzamerhand gevormd in het kwartair, zo'n 2 miljoen jaar geleden. De bodem was voornamelijk aan een daling onderhevig, terwijl rivieren uitmonden in de kuststreken. De eerste mensen verschenen in ons land zo'n 200.000 jaar geleden; men hield zich in leven door te jagen en vissen. De ijstijden duurden tot 10.00 jaar gelden. De eerste boeren vestigden zich hier zo'n 6000 jaar geleden; dit betekende een omslag in het leef- en cultuurpatroon.Daling van de bodem
De aarde is zo’n 4,5 miljard jaar oud, maar het eerste mensachtige wezen deed pas ongeveer 2 miljoen jaar geleden ergens in Oost-Afrika zijn intrede. Ongeveer tegelijkertijd brak toen ook, met het zogenaamde Kwartair, een nieuw geologisch tijdperk aan, waarin de contouren van de huidige Lage Landen aan de Noordzee langzaam maar zeker hun tegenwoordige vorm begonnen aan te nemen.De Benedenrijnse laagvlakte, die er zo’n groot stuk van in beslag neemt, was daarbij aan een voortdurend proces van daling onderworpen. Intussen stroomden de rivieren van hogergelegen streken van het continent door de zinkende vlakte, die zij bedekten met meegevoerd materiaal zoals zand, grind en klei. De kustlijn behield zodoende al met al toch haar plaats, terwijl de rivieren als gevolg van de bodembeweging telkens hun loop veranderden. Zo mondden bijvoorbeeld de Geldere Ussel en de Utrechtse Vecht eens tussen Enkhuizen en Stavoren in zee uit, terwijl de Rijn bij Leiden en de Lek en de Waal in de buurt van Monster een bres in de duinen sloegen. Ten zuidoosten van de waterrijke delta verhief zich het Ardennenmassief, dat tijdens het Kwartair, in tegenstelling tot de laagvlakte, een stijgingsgebied bleef. Daar sneden de rivieren dan ook als messen door het landschap. In de hoge rotswanden van de diep ingeslepen beddingen van de Maas en haar zijrivieren wachtten beschermende grotten op de vroegste bewoners van de Lage Landen.
Eerste bewoners
Het duurde nog geruime tijd voordat de bewoners zich hier vestigden. Vaak sloot het barre klimaat elke bewoning uit. Tijdens het Pleistoceen -de eerste fase van het Kwartair- die tot duurde ongeveer 10.000 jaar geleden, werd het klimaat in deze streken beheerst door zeker een tiental ijstijden. Ze duurden elk een veelvoud van 10.000 jaar, en werden telkens af gewisseld door warme perioden. Gedurende de koude perioden werden Noordelijke Nederlanden twee keer bedekt met zware pakken landijs ter dikte van wel 225 meter. De laatste maal gebeurde dat tijdens het zogenaamde Saalien, zo’n 200.000 jaar geleden. De eerste sporen van menselijk leven dateren uit de aan het Saalien voorafgaande warme periode, het Holsteinien.In de omgeving van stuwwallen in Utrecht en Gelderland heeft men eenvoudige stenen werktuigen gevonden, die ongeveer 250.000 jaar geleden moeten zijn gemaakt. De mens is altijd een uitstekende gereedschap-maker geweest. Het grottengebied bij de Maas en de Belgische leemstreek waren plaatsen waar primitieve vuistbijlindustrieen hebben bestaan. Ook de techniek om vuursteen te bewerken ontwikkelde zich. Naast de Homo Sapiens -de moderne mens- leefde nog een ander menstype, de Neanderthaler. Men joeg op mammoet, wild paard, reuzenherten, holenberen, en rendieren.
Jagers en vissers
Nog tijdens de de ijstijd die 30.000 jaar geleden plaatsvond, moest de Neanderthaler wijken voor Homo Sapiens. Dit menstype was krachtig gebouwd, had een recht voorhoofd, en een goed ontwikkeld spraakvermogen. Zo bouwde de nieuweGroepen jagers met een sterkte van enige tientallen of wellicht zelfs honderdtallen doorkruisten hun uitgestrekte territoria in de Lage Landen. Afhankelijk van de seizoenen splitsten zij zich in kleinere of grotere jachtgroepen, al naar gelang er veel of weinig voedsel was te vinden.
Het groot wild werd geveld met scherpgepunte speren, terwijl gevaarlijker prooi (beren en oerossen) gevangen werd in vlakuilen. De visvangst won aan betekenis met het voortschrijden van de tjd. Men kon paling en witvis vangen met netten van boombast, en harpoenen werden gebruikt bij de jacht op zalm. In 1955 werd bij Pesse in Drenthe een schip gevonden, dat zo'n 9000 jaar geleden vervaardigd moet zijn.
De eerste boeren
De Lage landen liggen geografisch gezien in een barre uithoek van het continent. Dit betekent echter niet dat de bewoners verstoken bleven van vernieuwingen die Europa plaatsvonden. Niewkomers -die zich groepsgewijs hier verstigden- brachten telkens nieuwe ontwikkelingen mee. Handel en ruil over grote afstanden zorgde voor en cultuuroverdracht die voortdurend voorkwam dat men in een isolement leefde.Zo'n 10000 jaar geleden maakte de laatste ijstijd plaats voor een warmer klimaat. Daarme brak ook het einde van de oude steentijd aan. Er was overigens geen sprake van een plotselinge cultuurverandering. Geleidelijk maakte men gebruik van andere jachtmethoden. Pijl en boog werden werden belangrijke onderdelen van de jachtuitrusting. Voor het eerst maakte men ook gebruik van honden bij de jacht.
Een werkelijk nieuw leef- en cultuurpatroon ontstond pas toen zich ongeveer 4400 jaar voor Chr. de eerste boeren in deze omgeving vestigden. Het was de uitkomst van een nieuwe economie, die zo’n 4000 jaar tevoren was ontstaan in het Nabije Oosten. Vandaar had zij zich langzaam naar Noordwest-Europa verplaatst. Kolonisten trokken langs de rivierdalen door het continent naarmate de groeiende bevolking meer leefruimte zocht. Zij volgden de ligging van gemakkelijk te bewerken lossgronden, die zij tot ontginning brachten. Sporen van de eerste landbouwers in de Lage Landen zijn aangetroffen in Nederlands Zuid-Limburg en Belgisch Haspengouw.
Maar ook langs de kusten van Italie en het Iberisch schiereiland drong de landbouw op. In plaats van kolonisatie was daar veeleer sprake van het overnemen van denkbeelden door bevolkingsgroepen die met elkaar in contact stonden. Het is niet onmogelijk dat akkerbouw en veeteelt op deze wijze de kustgebieden van de Nederlanden –de Alblasserwaard, Swifterbant in Oostelijk Flevoland- hebben bereikt. In de Limburgse vindplaatsen en het Belgische Rosmeer heeft men dorpen teruggevonden van naar schatting 50 tot 160 inwoners. In vierschepige boerderijen van wel 25 a 30 m lang en 5 a 6 m breed, alle gelegen op het zuidoosten zodat het met vette loss besmeerde vlechtwerk van de lange zijwanden de heersende wind opving, vonden mens en vee onderdak. De behuizingen deden ook dienst als voorraadschuren.
Bandkeramiek
Akkerbouw -emmertarwe, dwergtarwe, gerst en eenkoorn- en veeteelt -rund, schaap, geit en varken- vormden de hoofdmiddelen van bestaan. Daarmee deden andermaal nieuwe werktuigen van de mens zijn intrede: sikkels,De bandkeramiekers bewerkstelligden in de Nederlanden een beslissende omwenteling op maatschappelijk terrein. In hun nederzettingen openbaarde zich een toenemende economische en sociale differentiatie op basis van de eerste vormen van grondeigendom. Het individu scheidde zich af van de gemeenschap en dat vereiste nieuwe vormen van bestuur, waarin
priesterkoningen waarschijnlijk een belangrijke rol speelden. Gespecialiseerde vaklui verwierven zich op grond van bijzondere bekwaamheden en vaardigheden een vaste plaats binnen de gemeenschap. Kinderen –ooit een zware last voor rondtrekkende jagers- ontpopten zich als nuttige werkkrachten. Men ging zich ook voorstellingen maken van het hiernamaals. Naast crematie’s vonden ook lijkbegravingen plaats, waarbij de doden in hurkhouding werden bijgezet.
© 2010 - 2012 Tronic, gepubliceerd in Diversen (Wetenschap) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
De grot van Lombrives, Ariège–Pyreneés De grot van Lombrives is de grootste grot van Europa. En in een grot…
Een korte geschiedenis van het licht In 1879 werd de uitvinding van de gloeilamp toegeschreven aan Thomas Edison. In werk…
Vaderlandse Geschiedenis - de Prehistorie In deze reeks over de Vaderlandse Geschiedenis zal de tijd vanaf duizenden jare…
Grotten van Nerja, Kathedraal van de Costa del Sol In de uitlopers van de Sierra de Almijara, aan de rand van de Axarquia…
Gerelateerde artikelen
Geschiedenis, de tien tijdvakken Er is een nieuwe tijdsindeling gekomen voor geschiedenis. In plaats van de klassieke ind…De grot van Lombrives, Ariège–Pyreneés De grot van Lombrives is de grootste grot van Europa. En in een grot…
Een korte geschiedenis van het licht In 1879 werd de uitvinding van de gloeilamp toegeschreven aan Thomas Edison. In werk…
Vaderlandse Geschiedenis - de Prehistorie In deze reeks over de Vaderlandse Geschiedenis zal de tijd vanaf duizenden jare…
Grotten van Nerja, Kathedraal van de Costa del Sol In de uitlopers van de Sierra de Almijara, aan de rand van de Axarquia…