
Commercialisering van de Media
‘Handel die uitsluitend op winst uit is’, de definitie van commercie, dat is nou precies de reden waarom verregaande commercialisering van de media zou kunnen kunnen zorgen voor een crisis in de media. De media heeft namelijk verschillende taken, het verstrekken van objectieve nieuwsverslaggeving is daar een belangrijk voorbeeld van. Het verenigen van die taak en de definitie van commercie strookt niet met elkaar dat mag duidelijk zijn.
De vraag is alleen in hoeverre de media door de commercialisatie getroffen wordt en of men kan spreken van een crisis. We zullen eerst beginnen met een stukje geschiedenis betreffende de commercialisering van de media in Nederland. Hierna zullen we pas werkelijk in gaan op de daadwerkelijke gevolgen die ons opgevallen zijn die voortvloeien uit de commercialisering. Vervolgens zullen we aan de hand van deze bevindingen een conclusie vormen.
Geschiedenis van de commercialisering in Nederland
Als we op zoek zijn naar de wortels van de commercialisering in Nederland zullen we terug moeten gaan naar de jaren ’60. In het midden van de jaren ’60 begon namelijk de ontzuiling van de Nederlandse maatschappij op gang te komen. De mensen gingen zich niet alleen maar richten op hun eigen zuil maar begonnen zich breder te oriënteren. De media heeft hier ook een duidelijke rol in gespeeld. Er was bijvoorbeeld in den beginne slechts één televisiezender. Men vond het zonde om de dure investering, het kopen van een televisietoestel, alleen te gebruiken voor het bekijken van de programma’s van de ‘eigen’ omroep. Dit zou namelijk betekenen dat de televisie de helft van de tijd niet gebruikt zou worden, dus men keek ook naar de ‘andere’ omroepen. Op deze manier kwamen de mensen steeds meer in aanraking met de ideën van ‘anderen’.Op een gegeven moment kwam de ontzuiling ook van de kant van de media zelf. Men zag in dat de ontzuiling niet tegen te houden was en moest dus aan de toekomst gaan denken. De gevolgen van de ontzuiling waren namelijk erg groot. De omroepen waren namelijk niet meer zeker van de vaste achterban die het altijd aan zich gebonden had in de verzuilde maatschappij. Het aantal leden zou vanaf dat moment niet meer bepaald worden door de vertegenwoordigde zuil. Nu moesten deze publieke omroepen als een soort commerciële omroepen gaan handelen om maar te zorgen dat genoeg mensen kozen om naar hun programma’s te kijken. Om dit te bewerkstelligen nam men Amerika als voorbeeld, entertainment werd steeds belangrijker. Met amusement moest het volk getrokken worden. Op een gegeven moment werd de ontzuiling dus verder versneld door de media zelf. Zij begon zich steeds breder te oriënteren waardoor de ideën van de eigen stroming steeds minder belangrijk werden.
In deze tijden waarin een nieuwe generatie opstond die zich niet meer verwant voelde met de eigen stroming begonnen de ideën voor een commerciële omroep concreet te worden. In de jaren ’50 al waren er enkele lieden in de politiek die gepleit hadden voor commerciële televisie binnen het publieke bestel. Dit zou moeten gebeuren door een tweede commerciële net op te richten naar Brits voorbeeld. De tijd bleek toen echter nog niet rijp te zijn voor een dergelijke zender en het plan kreeg geen parlementaire meerderheid. Na aanvallen op het publieke bestel door bijvoorbeeld Radio Veronica & de REM (Reclame-televisie Exploitatie Maatschappij), die radio & televisieuitzendingen verzorgden voor de kust van Nederland, net buiten de territoriale wateren, moest de politiek wel zwichten voor commercie. Deze uitzendingen waren namelijk razend populair onder de eerder genoemde nieuwe generatie en brachten ook reclameboodschappen. Uiteindelijk besloot de politiek om nieuwe zenders in het leven te roepen, zowel voor de radio als voor de televisie. De boodschap was echter duidelijk: Tegen reclame-televisie, maar niet tegen televisiereclame als aanvullende inkomstenbron.
Zo werd uiteindelijk wettelijk vastgelegd dat er op het nieuwe televisiekanaal dat zou worden opgericht tijd was voor 24 minuten reclame per dag. Op deze nieuwe zender zou ook plaats worden gemaakt voor nieuwe zendgemachtigden, een voorbeeld hiervan is de ‘algemene omroep’ TROS. Het mag duidelijk zijn dat we in de jaren’60 nog geen commerciële omroep in Nederland hadden.
De ontwikkelingen die in jaren ’60 op gang kwamen zetten zich alleen maar verder door in de jaren ’70. Het succes van de nieuwe omroepen zoals de TROS en de radiopiraat Veronica was ongekend groot en ook de van oudsher bestaande omroepen begonnen dit op te merken. De TROS was het bewijs dat steeds meer kijkers en luisteraars geen boodschap meer hadden aan de verzuiling. De andere omroepen gooiden uiteindelijk één voor één ook het roer om, dit was haast wel de enige manier om zich tegen het succes van de nieuwe omroepen te wapenen. Het werd dus steeds belangrijker om een zo groot mogelijk gedeelte van het kijk- en luisterpubliek tevreden te houden in tegenstelling tot het tevreden houden van een bepaalde groep zoals voor de ontzuiling het geval was. Dit verschijnsel dat zich in de jaren ’70 voordeed noemt men de ‘vertrossing’, genoemd naar de omroep die het allemaal op gang bracht, de TROS.
De vertrossing van de Nederlandse media werd vanuit de politiek zwaar bekritiseerd. Zoals blijkt uit het volgende citaat van minister van Cultuur, Recreatie & Maatschappij Harry van Doorn: “De massamedia vormen op grond van hun informatieve, commentariërende en kritiserende functies en als middelen voor cultuurvorming niet alleen een construerend deel van de democratie, zij zijn het hart van de openbaarheid zonder welke onze maatschappij niet volgens de geldende regels en doelstellingen kan functioneren.”
Hij probeerde de nadruk te leggen op de politiek-maatschappelijke taak van de media, dit was echter tevergeefs. Zijn pogingen om de TROS te corrigeren en om Veronica buiten het bestel te houden leden juridisch schipbreuk.
Wijlen minister Van Doorn
Niet alleen op ideologische gronden werd de ‘vertrossing’ bekritiseerd, ook de economische kant van het verhaal baarde bij mensen zorgen. De invloed van sponsoring begon steeds groter te worden omdat de sponsorgelden snel stegen. De inhoud van programma’s werd hier zelfs door beinvloed. Dit druisde natuurlijk in tegen de aard van de publieke omroepen en men liet niet na dit aan de kaak te stellen.
Eind 1979 maakte Nederland kennis met een nieuw fenomeen; kabelexploitatie.
De kabelexploitant Deltakabel was van plan commerciële televisie naar Nederland te brengen door deze vanuit Vlaanderen te verspreiden naar Nederlandse kabelnetten. Het ging hier om de programma’s van het Luxemburgse RTL. Dit was de eerste dreiging van buiten Nederland die men te verduren kreeg. De politiek wist door een kamermeerderheid te zorgen dat de doorgifte van commerciële stations via Nederland niet toegestaan zou worden. Als belangrijkste argument werd aangedragen dat dit een bedreiging voor de nationale culturele identiteit zou zijn. Velen wisten echter dat het gevaar slechts tijdelijk afgewend was en dat er sprake was van uitstel van executie, de regering had nu echter wel genoeg tijd om een nieuw beleid te kunnen ontwikkelen.
In de jaren ’80 deed de kabeltelevisie dan werkelijk zijn intrede in Nederland. Nu kwam de Nederlandse burger ook daadwerkelijk in aanraking met commerciële televisiestations uit het buitenland. Deze stations zoals MTV met hun ‘24-7’-programmering vol met programma onderbrekende reclameblokken die de zender moesten financieren stonden ook symbool voor de steeds groter wordende consumptiemaatschappij waarin het steeds meer om geld verdienen ging. Deze programma’s zorgden ervoor dat de kijkcijfers van de publieke omroepen langzaamaan terugliepen, vooral nadat er een commerciële ‘Nederlandse’ zender ten tonele trad, RTL Veronique, het latere RTL 4. Nederlands tussen aanhalingstekens omdat het hier officieel een Luxemburgse zender betrof. Men had hier slim gebruik gemaakt in een maas in de pas aangenomen Mediawet, deze wet was in 1988 in werking getreden om de positie van het publieke bestel te waarborgen. Naast deze wet was er bovendien in de tussentijd nog een derde televisienet in het leven geroepen door Hilversum, Nederland 3. Nadat eerder TV10 geprobeerd had een commerciële Nederlandse zender op de kabel te brengen maar geweigerd werd, bedacht men namelijk de volgende constructie om toch een Nederlandstalig commercieel station op de Nederlandse kabel te brengen: Er werd een zender opgericht in Luxemburg, deze kon net als MTV namelijk wettelijk niet geweigerd worden. De zender moest alleen wel zorgen dat het programma’s uitzond gericht op de Luxemburgse kijker. Dit deed men iedere dag door tegen middernacht een uitzending in het Letzeburgs, de Luxemburgse taal, te verzorgen.
In de begintijd was de zender precies datgene waar alle critici bang voor waren als men het woord commerciële televisie in de mond namen, het niveau van de programmering was volgens de critici zeer laag, Nederland maakte kennis met erotische programma’s op de televisie, en de zender trok in het begin weinig kijkers. Dit veranderde echter toen Joop van den Ende zijn sterrenstal bij RTL 4 onderbracht, met enkele grootse amusementsprogramma’s zoals Rad van Fortuin en Prijzenslag en niet te vergeten de immens populaire soapserie Goede tijden Slechte tijden wist hij RTL 4 om te vormen tot een van de best bekeken zenders in Nederland. Sindsdien zijn de commerciële zenders niet meer weg te denken in Nederland. Er zijn er sinds RTL 4 alleen nog maar meer bijgekomen.
Gevolgen commercialisering van de media
Na een inleidend verhaal over de geschiedenis van de commercialisering in de media, in ons verhaal vooral werd vooral de commercialisering van het medium televisie behandeld, zullen we nu eens kijken wat nou werkelijk de gevolgen van commercialisering zijn in de huidige media. Ook nu zal het zich vooral toespitsen op het medium televisie maar veel van de principes gelden net zo goed voor de andere media zoals bijvoorbeeld radio en de dagbladen.Een veel gehoorde uitspraak is dat commercialisatie leidt tot verlaging van het niveau van de media. Als dit zo is moeten wij dat kunnen aantonen door gebruik te maken van enkele observaties in het huidige Nederland.
Feit is dat de laatste jaren de media steeds meer is gaan luisteren naar wat het publiek wil. Dit alles komt natuurlijk door de steeds grotere concurrentie binnen alle takken van de media. Kranten en televisiestations hebben vaak als belangrijkste taak het maken van winst in tegenstelling tot de doelen die zij vroeger hadden, zoals het brengen van objectief nieuws en culturele programmeringen. De politiek-maatschappelijke taak van de media vervaagd meer en meer in deze tijden. Steeds vaker vallen de media terug op amusement om maar genoeg kijkers/lezers/luisteraars te trekken. Steeds vaker wordt het duidelijk dat hetgene wat de media aanbieden gewoon als een product wordt gezien dat aan zoveel mogelijk mensen moet worden ‘verkocht’. Een mooi voorbeeld hiervan is het zogenaamde infotainment. Het brengen van nieuws met een hoge amusementswaarde. Deze programma’s worden vooral laagdrempelig gehouden om zoveel mogelijk kijkers te trekken. Deze programma’s halen bij lange na niet het niveau niet te vergelijken met de opinieprogramma’s van de publieke omroep en worden daarom als ondermijnend voor de serieuze media beschouwd.
Een andere gevaarlijke trend is de stijging van het aantal rechtzaken dat wordt aangespannen tegen de media. Vroeger was de media voor veel mensen als een soort van God. De media had het het nooit fout en was alwetend. Steeds vaker verschijnen in het nieuws de berichten dat kranten of televisiestations voor de rechter moeten verschijnen voor het uitbrengen van verhalen die naderhand complete onzin blijken te zijn. En dan hebben we het niet over de roddelbladen als Story en Privé maar zelfs over gerenomeerde dagbladen als ‘Nieuwe Revu’, die bijvoorbeeld een wethouder van Bergen op Zoom had beschuldigd van corruptie. Ook dit heeft te maken met de verregaande commercialisatie van de media.
Steeds vaker moeten mediabedrijven net dat beetje extra geven om de concurrentie voor te blijven. Dit betekent dat iets wat slechts een gerucht is amper door een journalist zal worden getoetst op waarheid om maar zo snel mogelijk met een sappig verhaal op de proppen te komen. De vrees is dat als men niet snel genoeg handelt een concurrent wel het verhaal zal uitbrengen. Het gevaar hiervan is weer dat men waarschijnlijk langzamerhand in een negatieve spiraal terecht zal komen. Want hoewel bepaalde laag aangeschreven bedrijven sneller geneigd zijn dit te doen zullen uiteindelijk de hoog aangeschreven mediabedrijven in dit gedrag mee moeten gaan om het publiek maar tevreden te stellen.
Deze sterke concurrentiestrijd is helemaal aan het woeden tussen de kranten in Nederland. Een kijkje op de volgende cijfers zal het een en ander verklaren: In 1985 had bijna 85 procent van de huishoudens een krant, in 1994 was dat percentage 77 en momenteel zweeft het rond de 60 procent. Minstens zo ernstig is het feit dat vooral de jongeren afhaken; zelfs heel wat studenten nemen genoegen met Metro. Het serieuze dagblad begint een conservatief cultuurproduct te worden, nog het meest gewaardeerd door een bovenlaag van ouderen. 'Ontlezing' noemen enkele onderzoekers van dit fenomeen het weleens.
Een andere trend waardoor de scheidslijn tussen informatie en commercie steeds verder kan vervagen is het feit dat adverteerders ook zelf inhoud voor de televisie en andere media willen leveren. Dit alles is helemaal makkelijk te verwezenlijken door het internet. Elk bedrijf met enige middelen zal online bijvoorbeeld een televisie of radiokanaal kunnen beginnen zonder problemen te krijgen met de wetgeving. Wat dat betreft was het vroeger toch anders, toen had je programma’s die onderbroken werden door reclameblokken. Het was duidelijk waar de informatie stopte en waar de commercie begon.
Conclusie
Als men kijkt naar wat de commercialisering van de media teweegbrengt kunnen wij niet anders concluderen dan dat er toch wel degelijk gevaren aan het opkomen zijn die voortvloeien uit deze commercialisering. De steeds verdergaande ondermijning van de serieuze nieuwsverslaggeving moet niet onderschat worden. Vooral het feit dat de nieuwe generatie de serieuze pers niet waardeert is een kwalijke zaak. Wij denken dat er toch werkelijk eens aandacht moet worden geschonken om dit probleem in te dammen en de juiste manier is niet het laagdrempelig maken van de verslaggeving. Het feit dat informatie en commercie steeds dichterbij elkaar komen te liggen is natuurlijk ook een slechte ontwikkeling. Ook hier moet worden gezegd dat dit vooral een gevaar is voor de jongere generatie, als men opgroeit in een wereld waarin informatie en commercie steeds door elkaar heen lopen zal men de twee totaal verschillende zaken niet meer kunnen onderscheiden met alle gevolgen van dien. Bovendien zullen zij dit weer doorgeven aan de volgende generaties. Wij blijven echter wel realistisch, het is namelijk niet mogelijk om de commercialisering van de media compleet te stoppen. Dit is echter ook niet nodig. Er zijn genoeg voorbeelden te noemen waarin commercialisering niet zorgt voor een degeneratie van de serieuze media aanbieders. Neem bijvoorbeeld eens de commerciële zenders Discovery & National Geographic, dit zijn zenders die over het algemeen toch wel een serieuze programmering uitzenden maar toch commercieel zijn. Om dus te spreken van een crisis als we ons baseren op de commercialisering lijkt ons een wel heel groot woord. Men moet echter nu wel zorgen dat de commercialisering niet te ver zal worden doorgevoerd, als het te laat is is het namelijk onomkeerbaar. © 2007 - 2008 Richard_hk, gepubliceerd in Economie (Wetenschap) op 24-02-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Richard_hk is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...Verwante artikelen
- Windows Media Player of Winamp?: Er wordt tegenwoordig veel muziek beluisterd, naast de mp3 spelers wordt er ook muziek geluisterd op de PC. Er bestaan zeer veel softwares waar je muziek mee kan beluisteren,…
- Windows Media Player 11: Windows Media Player is al lang niet meer een eenvoudige speler waarmee u audio en video afspeelt. Hieronder een aantal mogelijkheden uitgelegd van deze player.
- Waar komt uw dvdr nou echt vandaan?: Tegenwoordig zijn er steeds meer onbekende merken voor lege dvd's. Meestal kopen deze bedrijven de lege schijfjes in bij grotere bedrijven. Maar wat is nou eigenlijk de k…
- Nieuwe media in het onderwijs: De evolutie van de media gaan ontzettend snel. Waar een leerkracht enkele decennia geleden enkel zijn schoolbord als medium had, heeft een moderne leerkracht nu ontzettend veel…
- LightScribe, brand de andere kant van uw cd/dvd: Tegenwoordig is het branden van een cd of dvd snel gedaan. Hierdoor heeft u binnen de kortste keren een grote verzameling cd's en dvd's. Overzicht houden kan…

Reageer op het artikel "Commercialisering van de Media"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

