De finale /n/ als zwakste schakel
Dat Nederland een klein kikkerlandje is, weet iedereen. Dat er in dat kleine landje veel dialecten aanwezig zijn is ook feit. Maar dat wij als wij spreken woorden anders uitspreken of zeggen dat dat we schrijven is wel een bijzonder verschijnsel. Het grote aantal verschillende dialecten is een factor die deze uitspraak van woorden beïnvloedt. Dat wij bijvoorbeeld in veel gevallen de laatste /n/ niet uitspreken is interessant. Is de slot-n de zwakste schakel? In het Nederlands kan de laatste /n/ weggelaten worden. Deze laatste /n/ wordt dan weggelaten na een ûh-klank, ook wel de schwa-klank. Zoals bijvoorbeeld de volgende zin: Wij lope (lopûh) naar de bakker in plaats van Wij lopen naar de bakker. Het weglaten van deze laatste /n/ wordt ook wel de deletie van de slot-n of de n-deletie genoemd. Het woord deletie ken je vast wel van het engelse delete. Bijvoorbeeld op de computer, wat verwijderen betekent. De slot-n spreekt ook wel voor zich, dat wil zeggen de laatste /n/ bij een woord. Dus de deletie van de slot-n ofwel de n-deletie betekent niets minder dan het verwijderen of weglaten van de laatste /n/ bij een woord. Er wordt hierbij naar twee verschillende factoren gekeken. Factoren die beïnvloedt worden van binnen af, ook wel interne factoren genoemd, deze richten zich op de verschillen van woorden. En er wordt gekeken naar de factoren die beïnvloedt worden van buitenaf, ook wel externe factoren genoemd, deze kijken naar de verschillen tussen Nederland en Vlaanderen, de regionale verschillen binnen beide gemeenschappen en de rol van de factoren sekse en leeftijd. Interne factoren kunnen de woordsoort of woordvorm zijn, bijvoorbeeld of het een werkwoord is of een zelfstandig naamwoord of noem maar op. Interne factoren zijn de sprekers zelf. Dus waar ze vandaan komen, welk dialect ze spreken, welke leeftijd, welk geslacht, de werkvloer en ga zo maar door.Eerder onderzoek
Er is al eerder onderzoek gedaan naar het weglaten van de slot-n en dan vooral wanneer deze weggelaten wordt. Allereerst blijkt uit eerdere studies dat de slot-n het meest wordt uitgesproken voor een klinker. Een voorbeeld van een slot-n voor een klinker kan de volgende zin zijn: Zij lopen op het pad. De slot-n van lopen zal dan sneller uitgesproken worden omdat deze wordt gevolgd door een klinker, de /o/ van op. Anders zouden er twee klinkers achter elkaar komen, dan krijg je namelijk de volgende zin: Zij lope op het pad. Als de slot-n gevolgd wordt door een medeklinker dan zal deze laatste /n/ juist minder worden uitgesproken. Zij lopen naar de bakker. Hier wordt de slot-n gevolgd door een medeklinker en dus wordt de slot-n minder uitgesproken. Maar ook kwam uit die eerdere studies naar voren dat de regio een rol speelt.Ten tweede blijkt uit deze eerdere studies dat de slot/n het meest wordt uitgesproken bij nadrukkelijk spreken. Met nadrukkelijk spreken wordt bedoelt bijvoorbeeld bij presentaties of voorlezen. De spreker let dan veel meer op zijn uitspraak en dus ook op de slot-n.
Een derde element is de schwa. De combinatie van schwa en/n/aan het einde van een woord, wordt meestal beschouwd als ûh ( de schwa). Dus dan wordt de de laatste /n/ niet uitgesproken. Bijvoorbeeld bij slapen of lopen. De dikgedrukte /e/ is in dit geval de ûh-klank, dus een schwa. Doordat er achter deze schwa een /n/ wordt toegevoegd wordt deze laatste /n/ meestal niet uitgesproken. Zodat je krijgt, lope (lopûh) en slape (slapûh). In de verschillende studies wordt een overzicht van factoren besproken die het wel of niet uitspreken van slot-n beïnvloeden.
Eigen onderzoek
Naar aanleiding van deze eerdere onderzoeken, hebben Van de Velde en Van Hout ook dit onderzoek gestart. Zij wilden antwoord op de vraag: Wanneer wordt de slot/n weggelaten? De onderzoekers hebben dit onderzoek gedaan door te kijken naar eerdere bevindingen van eerdere onderzoeken die gedaan zijn naar het weglaten van de laatste /n/. Het onderzoek bestond uit het voorlezen van woorden en zinnen door 160 verschillende mensen, uit Nederlands en Vlaanderen, uit verschillende leeftijdscategorieën.Proefpersonen
Aan het onderzoek deden in totaal 160 proefpersonen mee. Deze groep was opgebouwd uit mannen en vrouwen van verschillende leeftijd, uit alle provincies in Nederland en Vlaanderen. Dat wil zeggen 80 mensen uit Nederland en 80 mensen uit Vlaanderen. Het onderzoek ging over de verschillende soorten factoren en welke invloed deze hebben op het weglaten van de laatste /n/ na een schwa. Kortom, de onderzoekers wilden antwoord op de vraag wanneer de laatste /n/ na een schwa weggelaten ofwel niet uitgesproken werd.Interne en externe factoren
In het onderzoek hebben ze gekeken naar de twee verschillende factoren, de interne en de externe factoren, en welke rol deze spelen bij het weglaten of verwijderen van de laatste /n/. Op het gebied van de externe factoren hebben de onderzoekers gekeken naar de verschillen tussen twee regio’s, in dit geval Vlaanderen en Nederland. Ze hebben naar 3 deelvlakken gekeken, namelijk de gemeenschap tussen de twee regio’s, regio zelf en de sekse. Dus kortom, hebben de verschillen tussen Nederland en Vlaanderen, de regionale verschillen, de verschillen in sekse en de leeftijdsverschillen invloed op de slot-n? Op het gebied van de interne factoren hebben de onderzoekers gekeken naar het woord zelf. Dus, heeft de woordsoort of woordvorm invloed op de deletie van de slot-n?Conclusie
Uit eerdere studies kwam geen duidelijk beeld naar voren. Naar de invloed van de interne factoren, dit wil zeggen de woordsoort en woordvorm, is nauwelijks gekeken. Met het onderzoek naar de deletie van de slot-n hebben de onderzoekers meer inzicht gekregen in de externe factoren, dit wil zeggen de invloeden van buitenaf als sekse, leeftijd, herkomst, etc., en de interne factoren, dit wil zeggen de woordsoort en woordvorm. De deletie van de slot-n is in de Nederlandse taal een zeer variabel verschijnsel. Het wel of niet uitspreken van de laatste /n/ is niet bepaald op sociaal gebied, hoewel mannen de slot-n vaker uitspreken dan vrouwen in Nederland. De resultaten van dit onderzoek zijn totaal in strijd met de resultaten van eerdere literaire studies. In eerdere studies werd namelijk geconcludeerd dat Vlamingen de finale /n/ meer uitspreken dan Nederlanders. Dit is alles behalve waar. Het bleek dat de Nederlandse leraren de slot-n vaker uitspreken dan leraren uit Vlaanderen. Het wel of niet uitspreken van de finale /n/ scheelt wel per regio. In Nederland spreken de mannen deze laatste /n/ meer uit, maar in Vlaanderen spreken de vrouwen deze laatste /n/ meer uit.© 2008 - 2012 Suzannekamps, gepubliceerd in Onderzoek (Wetenschap) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Suzannekamps is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
EK voetbal 1964 In 1964 werd toen alweer het 2e EK voetbal gehouden, dit jaar werd het toernooi georganiseerd door Spanje…
Dialectgroepen binnen het Arabisch Met rond de 300 miljoen sprekers behoort het Arabisch tot de grote wereldtalen. De ver…
Programma schaatsen Winterspelen 2010: data en tijden Tijdens de Olympische Winterspelen 2010 gaat de Nederlandse aandach…
Ek voetbal 1992 1992 is het jaar dat het EK voor de 9e keer word gehouden. Dit jaar is Zweden het gastland om het EK te m…
Gerelateerde artikelen
Gerard van Velde Gerard van Velde, ook wel bekend als 'de eeuwige vierde' heeft een lange schaatscarriére achter de rug,…EK voetbal 1964 In 1964 werd toen alweer het 2e EK voetbal gehouden, dit jaar werd het toernooi georganiseerd door Spanje…
Dialectgroepen binnen het Arabisch Met rond de 300 miljoen sprekers behoort het Arabisch tot de grote wereldtalen. De ver…
Programma schaatsen Winterspelen 2010: data en tijden Tijdens de Olympische Winterspelen 2010 gaat de Nederlandse aandach…
Ek voetbal 1992 1992 is het jaar dat het EK voor de 9e keer word gehouden. Dit jaar is Zweden het gastland om het EK te m…
Reageer op het artikel "De finale /n/ als zwakste schakel"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Bronnen en referenties
- Velde, H. V. d. and R. v. Hout (2003). De deletie van de slot-n. Nederlandse Taalkunde. Jaargang 8: 585-608.