Onderzoek en Mandelbrot

Zelfgelijkvormigheid of zelfgelijkenis in de natuur

Zelfgelijkvormigheid of zelfgelijkenis in de natuur

Zelfgelijkenis, volgens sommigen zelfgelijkvormigheid, is een van de eigenschappen van fractalen of fractals. Deze eigenschap houdt in dat een onregelmatige figuur opgebouwd is uit onderdelen, die elk qua vorm en eigenschappen identiek zijn aan de hoofdfiguur, maar op een andere (kleinere) schaal. Ditzelfde geldt dan weer voor de componenten, zodat je op iedere schaal dezelfde figuur blijft waarnemen.


Ik ben ervan overtuigd dat deze eigenschap één van de fundamentele uitgangspunten is waarop onze schepping gebaseerd is. In dit artikel gaan we op een boeiende ontdekkingsreis; op basis van de eigenschappen van fractals en de verbanden in de natuur gaan we op zoek naar de oorspronkelijke vorm van de schepping!

In de materie

We kennen allemaal de voor de hand liggende voorbeelden van figuren die in meer of mindere mate zelfgelijkenis vertonen: het blad van een varen, een bloemkool, sommige kristallen. Of denken we sneller aan de prachtige figuren die met de computer zijn gemaakt? Iedereen ziet direct de Mandelbrot- en Julia-sets voor zich …

Iets abstracter

Het is een interessante denkoefening om eens te kijken of deze eigenschap ook van toepassing kan zijn op concepten. Op het ogenblik dat ik dit artikel schrijf weet ik nog niet waar we uitkomen, maar we zien wel. Het meest eenvoudige lijkt me te beginnen bij de patronen in de natuur, die zich op een zodanige schaal voordoen dat we ze kunnen waarnemen. Elk van de volgende patronen heeft, als we héél goed kijken, alle eigenschappen en de vorm van het totaal in zich. En, op de schaal die wij kunnen waarnemen, blijven deze patronen zich eindeloos voordoen.

Eb en vloed

Ga eens in de branding staan, en kijk heel goed naar het opkomende en zich terugtrekkende water. Een vloed is niet alleen maar vloed. En ik doel hierbij nog niet eens op het feit dat een vloed niet in één keer doorzet, maar als een processie van Echternach komt, stukjes vooruit, iets achteruit. Kijk goed naar de opkomende golf: bovenop zie je bewegingen van het water die de andere kant op gaan. Mij zou het niet verbazen als dit zich op iedere schaal blijft voordoen, dus dat in de terugtrekkende stroompjes ook weer vloed-bewegingen zitten. Enzovoort.

Leven

Het patroon is ook voor de hand liggend bij de celdeling in de natuur. Iedere deling levert weer een set op die qua eigenschappen en vorm zoniet identiek, dan toch zeer gelijkvormig is aan het “origineel”. Tot er organismen ontstaan die na verloop van tijd deze cyclus weer in gang kunnen zetten en zo voor een eindeloze keten van reproductie zorgen. Liefst met een kleine variatie of onvoorspelbaarheid, want voorspelbaarheid betekent in dit kader eindigheid.

Evolutie

Op het eerste zicht lijkt deze variatie of onvoorspelbaarheid ook nodig om de Darwinistische evolutietheorie te ondersteunen. Hoewel een groot gedeelte van de variatie in de natuur best door deze evolutietheorie verklaard kan worden, is de vraag of dit correct of zelfs nodig is. De Darwinistische evolutietheorie is echter al wetenschappelijk onderuit gehaald, ik wil het nu ook eens filosofisch proberen.

Terug naar de bron

Als evolutie meer variatie oplevert, dan komen we onherroepelijk steeds minder variatie tegen wanneer we de evolutieboom in de tegenovergestelde richting gaan aflopen. En dat gaat hard, tot op het punt dat je geen of zeer beperkte eigenschappen overhoudt. Tenzij het andersom is natuurlijk. In den beginne was er alles, en evolutie zorgt voor variatie die het verlies van eigenschappen impliceert. Ook dan komen we uit op een punt waar we niets overhouden. Dit is strijdig met de gedachte dat de schepping onderhevig is aan de eigenschap van zelfgelijkenis. Immers, volgens die gedachte verkrijgen we na iedere evolutiestap een aantal kopieën van het origineel, met een andere schaal, maar met dezelfde vorm en eigenschappen.

Archetypen

Of we nu aan de evolutieleer of aan het scheppingsverhaal geloven, over 1 ding kunnen we niet van mening verschillen: de natuur is in staat organismen van een uitzonderlijke complexiteit, in een precair evenwicht in bijzonder ingewikkelde stelsels te ontwikkelen en in stand te houden. Dat dit een sturing vereist, is niet zo’n gekke gedachte. Je zou deze sturing God kunnen noemen, maar dit is mij om dezelfde reden als hierboven vermeld te deterministisch. Als we ervan uit gaan dat alles om ons heen een abstract archetype heeft dat de werkelijke eigenschappen en evolutie bepaalt, dan bestond alles dus al voor het zijn vorm kreeg. En wie zegt dat deze archetypen zelf weer niet de projectie zijn van nog achterliggende concepten?

Esoterische verklaring

Als we zo doorredeneren, komen we uit bij wat tegelijkertijd het meest complexe, en meest eenvoudige is dat we kennen: een punt. Een punt dat tegelijkertijd alles, EN niets bevat. Een punt waaruit na een rustperiode steeds opnieuw alles geschapen wordt, nadat het eerst alles opnieuw in zich opgenomen heeft. Ziehier de oorspronkelijke vorm van onze schepping. Lees voor meer achtergrond het artikel van Salilus "De schepping volgens de Rig Veda"
© 2008 - 2009 Astraeus, gepubliceerd in Onderzoek (Wetenschap) op 29-03-2008, laatst gewijzigd op 11-04-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Astraeus is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Zelfgelijkvormigheid of zelfgelijkenis in de natuur"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.