Gekozen leermethode afhankelijk van kennisovertuiging?

Gekozen leermethode afhankelijk van kennisovertuiging?

Beïnvloedt je overtuiging over kennis welke leermethode je kiest? De Australische wetenschappers Schommer en Brownlee hebben dit onderzocht.

Wat zijn de bevindingen van Schommer en Brownlee?

Overtuigingen over leren en ontwikkeling bepalen welke probleemoplossingsstrategie gebruikt wordt. Leerlingen die zich niet alleen op de inhoud richten maar ook verschillende manieren van denken kunnen onderscheiden leren beter. Dit zogenaamde “meta-denken” stelt de studenten in staat zich te verplaatsen in het standpunt van een ander. Daardoor kunnen ze de gedachten van een ander onderzoeken. De student kan de informatie in het geheel integreren. Een voordeel is dat hij ook bij slecht gedefinieerde problemen een goede oplossingsstrategie kan kiezen.

Verschil tussen kwantitatieve en kwalitatieve concepties
In de kwantitatieve beeldvorming is de lerende ervan overtuigd dat leren het verwerven van kennis van een externe bron is zonder dat er actief geconstrueerd wordt. Dit gezichtspunt komt overeen met de naïeve kernovertuigingen over weten, beschreven door Perry (1970), Belenky et al. (1986) en Baxter Magolda (1993a).

De kwalitatieve beeldvorming ziet leren als een proces van actieve kennisconstructie zodat er betekenis wordt ontleend aan de leertaak.

Het tweede verschil tussen kwalitatieve en kwantitatieve overtuigingen of concepties verwijst naar wat is geleerd (Wilkinson, 1989). Individuen met een kwantitatieve conceptie van leren zien kennis als discrete elementen die bestaan en die verkregen kunnen worden zonder transformatie (Maroten et al (1993). De kwalitatieve concepties vinden dat kennis complex is (niet discreet, maar verbonden met elkaar) en relatief ten opzichte van de interactie van het individu in een bepaalde context (niet absoluut) en geeft dualistisch-reflectieve perspectieven van weten weer (beschreven door Perry(1970), Belenky et al. (1986)).

Conclusies
Voor mensen die onderwijzers trainen is het belangrijk dat ze studenten helpen reflecteren op hun eigen overtuigingen over hoe kennis wordt verworven. Dit om de ontwikkeling van meer hoog ontwikkelde/subtiele overtuigingen te stimuleren. Daarnaast moeten deze trainers zich er ook van bewust zijn hoe de omgeving: met name leeractiviteiten en assessments gestructureerd moeten worden zodat er constructivistisch leergedrag plaatsvindt. Zulke gedragsveranderingen kunnen dan ook leiden tot verandering van de epistemologische overtuigingen van de student.

Welke gevolgen hebben de bevindingen van Schommer en Brownlee et al. voor instructie?
  • Studenten (aan de docentenopleiding) moeten gestimuleerd worden hun eigen kennistheoretische overtuigingen te onderzoeken zodat ze een meer subtiele/hoog ontwikkelde overtuigingenset ontwikkelen. Daardoor hebben ze in hun carriëre een uitgebreide toolset (een repertoire aan denkmethoden/instructiemethoden) waardoor ze hun eigen leerlingen weer beter kunnen instrueren.
  • Kennistheoretische overtuigingen zijn (nog) wel te veranderen als de kern van de overtuiging (waarin je theorieën over kennis zit) niet te veel geankerd is aan andere overtuigingen.
  • Het is ook belangrijk dat de juiste methodes van instructie gekozen worden. Assessments waarbij geflecteerd wordt op de manier van denken/overtuigingen schijnen het meest effectief te zijn.

Is het belangrijk dat docenten of onderwijsontwerpers weten wat de kennistheoretische overtuiging van hun studenten is?

Ja docenten moeten zich bezig houden met de kennistheoretische overtuigingen van hun studenten. Volgens Schommer en Brownlee et al is het belangrijk dat in ieder geval de docent weet waar de leerlingen staan in hun ontwikkeling. Als ze kennis als een absoluut gegeven zien, die te vinden is bij een autoriteit zullen ze een reproductieve (alleen uit het hoofd leren en dat weer reproduceren) leerstrategie kiezen. Als de student een meer ontwikkelde kennistheoretische overtuiging heef zal hij ze inzien dat waarschijnlijk een klein gedeelte van de kennis redelijk “stabiel” is. Het grootste gedeelte van de kennis zal echter door veranderende inzichten door de tijd heen veranderen. De student zal dan ook een leerstrategie kiezen die op interpretatie, begrip, integreren, en construeren uitkomt. Met andere woorden: de kennis wordt actief verworven en niet aan een autoriteit ontleend.
© 2011 - 2012 Tinamoreno, gepubliceerd in Onderzoek (Wetenschap) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Nieuwe methode ontwikkeld om een taal te leren op afstand Taalinstituut World Speaking heeft onlangs een nieuwe leermetho…
Wat kost een kamer voor een student? Het studeren zelf is al kostbaar. In het geval de student hiervoor ook nog een eigen…
Lening IB-groep Lenen kan ook bij de IB-groep. Het grote voordeel hiervan is dat het goedkoop is. Naast de mogelijkheid o…
De Studenten OV-chipkaart; Wanneer is hij geldig? De studenten OV-chipkaart is hét reisproduct voor studenten. Hiermee ka…
Ouderenzorg: houding ten opzichte van ouderen Verzorgers (verpleegkundigen en mantelzorgers) hebben veel met ouderen te m…

Bronnen en referenties
  • Electronisch werkboek bij Cursus Leren en Ontwikkeling (O18321) van de Open Universiteit
  • Handboek bij O18321: Driscoll, M.P. (2005). Psychology of learning for instruction (3rd ed.). Boston: Allyn and Bacon)*
  • Artikel: Brownlee, J., Boulton-Lewis, G. M., & Purdie, N. (2002). Core beliefs about knowing and peripheral beliefs about learning: developing an holistic conceptualisation of epistemological beliefs. Australian Journal of Educational & Developmental Psychology(2), 1-16.

Reageer op het artikel "Gekozen leermethode afhankelijk van kennisovertuiging?"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Tinamoreno
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Onderzoek
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!