Vluchteling zoekt asiel

Vluchteling zoekt asiel

Vluchteling, asielzoeker, het zijn woorden die vaak het nieuws halen, maar wanneer ben je precies een vluchteling en wanneer word je asiel verleend? Hieronder is in het kort uitgelegd aan wie, wanneer en waarom asiel kan worden verleend.

Introductie

Een Congolese vrouw slaat op de vlucht nadat haar man voor haar ogen is gedood omdat hij er andere politieke ideeën op nahield. Een Chinees echtpaar is hun leven niet meer zeker als lid van een verboden religieuze groepering. Uit angst te worden gemarteld, zoeken zij bescherming in Nederland. Elders in de wereld woedt een burgeroorlog. Als de minderjarige zoon wordt gezocht om onder dwang mee te vechten met de rebellen, zetten zijn ouders alles op alles om hem veilig het land uit te krijgen.
Allemaal melden zij zich in Nederland op zoek naar asiel, naar toelating tot Nederland.

Toelating

In artikel 29 van de Vreemdelingenwet is uiteengezet aan wie asiel verleend kan worden.
Het kan gaan om:
  • een verdragsvluchteling (lid 1 onder a van artikel 29 Vw)
  • een vreemdeling die heeft aangetoond dat hij bij terugkeer naar zijn eigen land een serieus risico loopt dat hij zal worden gefolterd, gemarteld of dat hij gedwongen zal worden andere onmenselijke straffen en vernederingen te ondergaan. (lid 1 onder b van artikel 29 Vw)
  • de vreemdeling van wie niet kan worden verlangd dat hij terugkeert om klemmende redenen van humanitaire aard. (lid 1 onder c van artikel 29 Vw)
  • de vreemdeling voor wie terugkeer een bijzondere hardheid zou betekenen, bijvoorbeeld als er daar oorlog is. (lid 1 onder d van artikel 29 Vw)
  • Ook de echtgenoot, echtgenote, partner of kind van de vreemdeling hierboven opgesomd en die met deze vreemdeling is meegereisd of in ieder geval binnen drie maanden achter hem/haar is nagereisd en ook dezelfde nationaliteit heeft, komt in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

De verdragsvluchteling
De verdragsvluchteling is een vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag van Genève uit 1951. Dit verdrag was in eerste instantie gericht op vluchtelingen uit de Tweede Wereldoorlog. In een Aanvullend Protocol uit 1967 is dit breder getrokken. Er zijn zo’n 132 staten partij bij dit verdrag. Artikel 1 van dit verdrag omschrijft wanneer iemand een vluchteling is:

Iedere persoon die uit gegronde angst voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of het hebben van een bepaalde politieke overtuiging zijn land van herkomst heeft verlaten vanwege deze angst voor vervolging waarvoor hij in dat land niet beschermd wordt of kan worden.

Een paar termen uit de definitie nader uitgelicht. Als eerste wordt er gesproken over ‘vervolging’. Hiermee doelt men op de aantasting van iemands psychische of fysieke integriteit. Voorbeelden hiervan zijn marteling, slavernij, iemand gevangen houden zonder dat er strafrechtelijke redenen voor zijn of iemand stelselmatig bepaalde rechten ontzeggen. In eerste instantie moeten deze handelingen vanuit de eigen overheid komen wil er over vervolging gesproken kunnen worden. Als deze overheid geen bescherming biedt of kan bieden kunnen ook medeburgers, rebellen of een vreemde bezettingsmacht als vervolger worden beschouwd.
Met de term ‘sociale groep’ doelt men op een groep met een vergelijkbare achtergrond, gewoonten of sociale status. Zo kunnen bijvoorbeeld homoseksuelen of zigeuners als sociale groep worden aangemerkt.
Dan is er nog de ‘gegronde vrees’. Dit is de angst voor een reëel risico voor vervolging.

Op het moment dat de situatie is veranderd en bescherming is niet langer nodig of de vreemdeling kan bescherming in eigen land krijgen, dan is de vreemdeling geen vluchteling meer. Er is ook nog een andere reden om een vluchteling niet de vluchtelingenstatus te verlenen. Dit is in het Vluchtelingenverdrag uiteengezet in artikel 1F. Het gaat hier om mensen die verdacht worden van het hebben gepleegd van misdrijven tegen de vrede, oorlogsmisdrijven of misdrijven tegen de menselijkheid. Ook zij die een ernstig, niet-politiek misdrijf hebben begaan kunnen worden uitgesloten als vluchteling. Zij die zich schuldig hebben gemaakt aan handelingen in strijd met de doelstellingen van de Verenigde Naties hebben evenmin recht op bescherming op grond van het verdrag.

Verbod van refoulement
Een vluchteling mag niet worden teruggestuurd naar het land waar hij vandaan komt als hij te vrezen heeft voor vervolging. Dit noemt men het verbod van refoulement. Dit verbod is in verschillende verdragen vastgelegd, waaronder in artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). In dit artikel staat dat niemand mag worden onderworpen aan foltering of aan onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Iemand terugsturen die dit boven het hoofd hangt bij terugkeer, heeft als resultaat dat ook Nederland zich indirect aan deze mensenrechtenschendingen schuldig maakt. Er moet dan ook worden onderzocht of er een daadwerkelijk risico van schending van artikel 3 EVRM bestaat. Daarnaast moet vaststaan dat de foltering of bestraffing speciaal op de betrokkene in kwestie is gericht. Dit noemt men het ‘singled-out criterium’.

Klemmende redenen van humanitaire aard
Vaak wordt hier gesproken van het traumabeleid. De asielzoeker die getraumatiseerd is als gevolg wat in zijn land is gebeurd en waarom hij is gevlucht, kan aanleiding zijn om de vreemdeling een verblijfsvergunning te verlenen. Als voorbeeld is te noemen de gewelddadige moord op naaste familieleden, het hiervan getuige zijn geweest, of het hebben ondergaan van een lange niet-strafrechtelijke gevangenhouding. Het kan hierbij gaan om traumatische ervaringen veroorzaakt door de overheid of door een politieke of militante groepering waartegen de overheid de vreemdeling niet kon beschermen. Bij de asielaanvraag is het aan de vreemdeling om deze gebeurtenis aannemelijk te maken.

Toelating op grond van categoriaal beleid
Er zijn landen, of delen van een land, waarvan bekend is dat er daar ernstige mensenrechtenschendingen plaatsvinden. Het zou dan bijzonder hard zijn om deze mensen terug te sturen naar dit land. De Staatssecretaris van Justitie kan dan besluiten een categoriaal beleid te voeren en iedereen die uit die staat of streek komt direct als vluchteling te erkennen. Zo is in het verleden niet-Arabische Soedanezen uit het zuiden ten aanzien van de Nuba-bevolkingsgroepen bescherming verleend. Hetzelfde gold bijvoorbeeld ook voor mensen uit voormalig-Joegoslavië ten tijde van de oorlog daar.

Ambtshalve

Er zijn situaties wanneer de vreemdeling niet in aanmerking komt voor asiel, maar die ambtshalve een verblijfsvergunning regulier wordt verleend. Ambtshalve betekent dat de vreemdeling hiervoor niet per sé een aparte aanvraag hoeft in te dienen of een machtiging voorlopig verblijf (MVV) nodig heeft. Dit is een visum dat nodig is als men langer dan drie maanden in Nederland wil verblijven. Het gaat om twee situaties:

Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken
Het gaat hier bijvoorbeeld om de vreemdeling die niet terugkan naar zijn land omdat hij staatloos is of omdat de autoriteiten van zijn land niet meewerken aan zijn vertrek. De ambassade weigert bijvoorbeeld een paspoort uit te geven. Om op basis van deze reden verblijf te krijgen, moet de vreemdeling aantonen dat hij heeft geprobeerd om terug te keren. Hij moet bijvoorbeeld aantonen dat de ambassade geen paspoort wil verstrekken. Ook moet hij zich tot de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) wenden voor hulp. Daarnaast komt dat de vreemdeling ook de hulp van de Dienst Terugkeer en Vervoer (DT&V) moet hebben ingeroepen om te bemiddelen met de autoriteiten van het land van herkomst om zo aan reisdocumenten te komen. Het is dan ook deze dienst die de IND advies geeft en aangeeft of de vreemdeling inderdaad buiten zijn schuld om niet uit Nederland kan vertrekken.

Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (Amv)
Als de asielaanvraag van een alleenstaande minderjarige vreemdeling is afgewezen moet hij of zij terug naar het land waar hij/zij vandaan komt. Dit kan echter op problemen stuiten. Zeker als het gaat om een alleenstaande minderjarige. Als hij alleenstaand is, heeft hij geen meerderjarige verantwoordelijke in Nederland en nu hij minderjarig is, staat ook niet zomaar vast dat hij zich wel zelfstandig kan redden in zijn eigen land. Is hij onder de 16 dan gaat men er al gauw vanuit dat hij niet zelfstandig kan handhaven. Is de vreemdeling 16 jaar of ouder, dan kijkt men ook naar hoe hij leefde voordat hij naar Nederland kwam. Woonde hij bijvoorbeeld al alleen of werkte hij soms al (kinderarbeid of kindsoldaat zijn telt hierbij niet mee). Daarnaast wordt er gekeken of er adequate opvang is in het land van herkomst. Is er bijvoorbeeld opvang mogelijk door zijn ouders, familie, buren, stam- of dorpsgenoten of zijn er beschikbare en toereikende opvangvoorzieningen aanwezig. Als dit niet het geval is, krijgt hij verblijf in Nederland. Uitgangspunt blijft dat het gaat om een tijdelijke verblijfsvergunning.

Asielprocedure

De asielzoeker moet zijn aanvraag indienen in een aanmeldcentrum (AC). Er is een AC in Ter Apel, een in Zevenaar en een op Schiphol. Voordat officieel een asielaanvraag wordt ingediend, worden er vingerafdrukken en foto’s van de vreemdeling genomen. Nadat de aanvraag is gedaan volgt een eerste gehoor. Tijdens dit gehoor worden vragen gesteld over hoe de asielzoeker heet, waar hij vandaan komt, wat zijn nationaliteit is, waar hij woonde etc. Ook wordt gevraagd of de vreemdeling reispapieren heeft en hoe zijn reisroute eruit zag. Naar aanleiding hiervan wordt beoordeeld of de aanvraagprocedure versneld kan plaatsvinden of dat er meer tijd voor uit getrokken dient te worden. Versneld is binnen 48 uur. Wat volgt is een nader gehoor. Hierin moet de asielzoeker uitleggen waarom hij is gevlucht. Hij blijft in een verblijfcentrum tot op zijn aanvraag een beslissing is genomen. Eerst krijgt hij een voornemen. Hierop kan de vreemdeling binnen vier weken zijn standpunt over geven. Daarna volgt de uiteindelijke beslissing. Het is de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) die op de aanvragen beslist. De aanvraag kan worden afgewezen of worden ingewilligd. Bij een afwijzing kan de vreemdeling beroep instellen bij de rechtbank te ’s-Gravenhage.
© 2009 - 2012 Caltha, gepubliceerd in Recht en wet (Wetenschap) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Caltha is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Vreemdelingenrecht: kort uitgelegd Er zijn verschillende redenen om naar een ander land te emigreren, tijdelijk voor een…
Migranten die naar Nederland kwamen na WO II Hier vind u een beeld van hoe de migratie na de tweede wereldoorlog verliep.…
De asielzoeker zit soms in jou Hij is al een zestal jaar verschenen, ‘De asielzoeker’, maar goedgeschreven boeken blijven…
Zwarte katten steeds minder populair Zwarte katten worden steeds minder popululair. Niet alleen in Nederland maar overal.…
Leesverslag De Asielzoeker, Arnon Grunberg Hier overdenkt hij alles wat verloren is gegaan. “Zijn haren, zijn wangen, zij…

Reageer op het artikel "Vluchteling zoekt asiel"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.
Infoteur: Caltha
Rubriek: Wetenschap / Recht en wet
Schrijf mee!