De Stelling van Fermat
De Franse wiskundige Pierre de Fermat leefde in de 17de eeuw. Wiskunde was een hobby voor hem, eigenlijk was hij jurist. Hij hield zich graag bezig met getallenleer. Voor allerlei mogelijke problemen zocht hij bewijzen. In 1637 noteerde hij als kanttekening in een wiskundeboek een stelling die hem wereldberoemd zou maken. Hij krabbelde erbij dat het bewijs te lang was om in de marge te passen. Pas meer dan 350 jaar later zou iemand zijn Laatste Stelling bewijzen.Wie was Fermat?
Pierre de Fermat leefde van 17 augustus 1601 tot 12 januari 1665. Hij was de zoon van een belangrijke handelaar in Beaumont-de-Lomagne.Hij studeerde aan de universiteit van Toulouse en later in Orléans, waar hij rechten studeerde. Ondertussen was wiskunde een uit de hand gelopen hobby aan het worden. Hij verdiende zijn geld als ambtenaar aan de staat.
Fermat onderhield contacten met belangrijke wiskundigen uit die tijd, zoals Descartes en Pascal. Zijn geest was snel, vaak kon hij wiskundige problemen binnen de kortste keren doorgronden. Eenmaal hij iets opgelost had, nam hij echter de moeite niet om zij ideeën grondig te onderbouwen. Hij heeft nooit artikels of boeken gepubliceerd. Zijn ideeën zijn enkel terug te vinden in brieven, waarin hij andere wiskundigen mee probeerde te slepen in zijn eigen interesses.
Van Pythagoras tot Fermat
Iedereen leert in het middelbaar onderwijs de stelling van Pythagoras:In symbolen: X²+Y²=Z² - waarbij X en Y de rechthoekszijden zijn en Z de schuine zijde van de rechthoekige driehoek.
Pierre de Fermat stelde dat een vergelijking van deze vorm alleen natuurlijke getallen als oplossing kan hebben als de macht gelijk is aan twee. Voor geen enkele waarde van n>2 heeft de formule X^n+Y^n=Z^n natuurlijke oplossingen.
Een bewijs
Eeuwenlang hebben wiskundigen hun hoofd gebroken over deze stelling. Het intrigeerde hen vooral dat Pierre de Fermat beweerde een spectaculair bewijs gevonden te hebben.In 1993, na zeven jaar afzondering, stelde de Brit Andrew Wiles zijn bewijs van deze stelling voor. Bij de controle bleek echter dat hij een fout gemaakt had. Uiteindelijk lukte het hem toch om het bewijs te verbeteren. Op 19 september 1994 kon hij zijn meer dan honderd bladzijden tellende bewijs voorleggen.
Het is meer dan waarschijnlijk dat Pierre de Fermat zich vergiste toen hij opschreef dat hij zijn stelling ook kon bewijzen.
Gerelateerde artikelen
Edgar E. Escultura en de ongelijkheid van 1 en 0,999 Iemand die zich de al jaren met de 0,999... kwestie bezig houdt is E…Wiskunde, een grote mysterie? Wiskunde is een zeer brede richting in de wetenschap. Het is een van de oudste wetenschappe…
Stelling van Pythagoras Met de stelling van Pythagoras kun je de lengtes van de zijden van een rechthoekige driehoek bere…
Stelling van Thales De stelling van Thales is geformuleerd door Thales van Milete. De wiskundige en filosoof gebruikte de…
De Ware Wiskunde Wie kent het niet? De wiskundeproblemen die zich al vanaf de eerste dag in de brugklas voordeden. De log…
Reageer op het artikel "De Stelling van Fermat"
Joske Vermeulen, 17-08-2011 00:44
Jamaar Rebecca... je mist de clou he: de 'n' (exponent in de drie leden van de stelling) moet wel hetzelfde gehele getal zijn voor alle drie de leden... Fermat stelt dat er geen enkele gehele 'n' bestaat die groter is dan 2 (= voor 2 is het gewoon de stelling van Pythagoras, die wel geldt zoals we weten), waarvoor de gelijkheid op gaat. Om dat te bewijzen, is er al veel water door de beek gevloeid, maar geen enkel bewijs is werkelijk 'elegant' te noemen (laat staan beknopt). je vergelijking is dus helemaal geen tegenvoorbeeld van de stelling van Fermat. Wat Wiles deed was een serieuze omweg, via wiskunde die Fermat nooit gekend kon hebben, omdat er stukken in zitten die pas veel later 'ontdekt/uitgevonden' zijn.... Als Fermat werkelijk een bewijs kende, is het niet denkbeeldig dat het gewoon fout was (lijkend op een van de vele probeersels nadien), want velen - slimmer dan Fermat - hebben hun tanden er op stuk gebeten zonder succes. er zijn veel nep-bewijzen, die allemaal wel ergens rammelen, maar geen echt elegant bewijs. Enkel dat van Wiles is correct gebleken, maar erg ingewikkeld. Een stelling postuleren en min of meer aanvoelen dat ze klopt, is nog lang geen bewijs... waarschijnlijk heeft Fermat gewoon een hele hoop getallen geprobeerd en gemerkt dat de ongelijkheid inderdaad stand houdt, hij vond dat vast merkwaardig... en dan geconcludeerd dat de stelling juist is... of anders was hij een super-genie, maar dan had hij het tenminste wel eens mogen opschrijven ;-)
Rebecca Gooris, 21-11-2008 05:37
Ah ja natuurlijk zijn er wel oplossingen vb. 4^4+2^8=8^3 voor die ene formule.