Normale verdeling achtergrond, het bord van Galton
Het bord van Galton is een demonstratiemodel dat het meest gebruikte principe uit de statistiek kan aantonen: de normale kansverdeling. Op dit bord zijn rijgewijs pinnetjes gemonteerd; bovenin het bord kan men balletjes laten vallen. Via botsingen met de pinnen vallen de balletjes in een vast aantal vakken onderin het bord. Iedere keer wanneer men dit experiment uitvoert, zal de verdeling van de balletjes in de vakken ongeveer dezelfde gedaante hebben: die van de normale kansverdeling.Het bord van Galton
Op het bord van Galton zijn rijgewijs pinnetjes gemonteerd. De positie van een pin op elke rij is precies in het midden van tweeDit bord is een demonstratiemodel. Wat demonstreert het? We weten dat wanneer we een kogeltje precies boven een pin laten vallen dat de kogel zal botsen met de pin, en dat niet te voorspellen is welke kant de kogel op zal springen. Laten we aannemen dat er een volkomen elastische botsing plaatsvindt; de wet van behoud van impuls voorspelt dan dat de som van de snelheden voor en na de botsing even groot is. Nadat een kogel op een pin gebotst is, is niet te voorspellen welke richting de kogel uit zal gaan, daarom stelt men dat de kans dat de kogel linksom zal gaan even groot is als de kans dat de kogel rechtsom zal gaan (beide kansen zijn dus gelijk aan 50%).
Vereenvoudigd model
Stel de kogel valt na de eerste botsing naar links; daarna botst het op de linker pin in rij (2) en valt weer naar links. Dan komt de kogel uiteindelijk in vak A terecht. De kans op deze gebeurtenis is eenvoudig te beschrijven als:
P(A) = P(linksom(1)) * P(linksom(2)) = 50% * 50% = 25%.
Eenzelfde redenering gaat op voor een kogel die twee keer rechtsom valt,dus P(C) = 25%. Hoe groot is de kans dat de kogel in vakje B terechtkomt? Deze kans is een optelsom van twee kansen; er zijn namelijk twee mogelijke routes die naar vakje B leiden. De eerste route is linksom (1) + rechtsom (2). De tweede route is rechtsom (1) + linksom (2). Deze twee kansen tellen we op: P(B) = P(linksom(1) en rechtsom(2)) + P(rechtsom(1) en linksom(2)) = 50% * 50% + 50% * 50% = 2 * 25% = 50%. Blijkbaar kloppen deze redeneringen, want de totale kans P(A) + P(B) + P(C) = 25% + 50% + 25% = 100%.
Binomium
De reeksen staan in een driehoek (onder elkaar) afgebeeld; dit verduidelijkt de manier waarop een reeks tot stand komt. Elk getal in een zekere reeks (rij) kan worden berekend door de twee schuin-bovenliggende getallen op te tellen. Als voorbeeld de getallen in de lichtgroene streep: 1 + 5 levert 6, 6 + 15 levert 21, 21 + 35 levert 56, etc...
- p = kans(linksom) = 0,5
- (1-p) = 1-kans(linksom) = kans(rechtsom) = 0,5
- n = aantal waarnemingen of onafhankelijke gebeurtenissen
- k = uitkomst vakje onderin het bord
Laten we eens kijken: we hebben in het vereenvoudigde model 2 rijen en 3 mogelijke uitkomsten (3 vakjes onderin het bord, de uitkomsten zijn 0, 1, en 2). De kans dat het kogeltje in vakje A komt is p(A) = p(X=0) = 2!/2!0! * (0,5)^0 * (0,5)^(2-0) = (0,5)^2 = 0,25. Hetzelfde geldt voor p(C) = p(X=2). Nu het middelste vakje: p(B) = p(X=1) = 2!/1!1! * (0,5)^1 * (0,5)^(2-1) = 2 * 0,5 * (0,5)^1 = 0,50. Klopt.
Wanneer we een bord nemen met 4 rijen pinnen en 5 mogelijke uitkomsten (vakjes), dan vinden we voor de kansen: 6,25%; 25%, 37,5%, 25%, en 6,25%. We kunnen het bord zo groot maken als we zelf willen. Telkens vinden we eenzelfde soort kansverdeling voor het terechtkomen in de vakjes onderin. De buitenste vakjes zeer weinig kans, de middelste vakken de meeste kans, en er tussenin loopt het geleidelijk omhoog. Wanneer we de kogeltjes daadwerkelijk laten vallen (dus een experiment uitvoeren) blijkt dat iedere keer de verdeling van de kogeltjes in de vakjes overeenkomt met de berekende kansen. In de middelste vakjes komen de meeste kogels terecht,, in de buitenste vakjes het minst, en er tussenin loopt het geleidelijk op. Dit noemt men ook wel een klokcurve (of Gauss-kromme, zie ook het plaatje van de normale kansverdeling hieronder afgebeeld).
De normale verdeling
discreet en continuHet hierboven beschreven experiment en de bijbehorende kansverdeling lijken erg op de meest gebruikte kansverdelingsfunctie uit de statistiek: de normale kansverdeling. Dit is een kansverdeling die een beschrijiving geeft voor kansen van continue kansvariabelen. De hierboven beschreven de binomiale kansverdeling is een voorbeeld van een kansfuncttie voor discrete kansvariabelen. Het aantal uitkomsten is discreet, dat wil zeggen ze zijn 'aftelbaar'. Bij een continue kansvariabele is de bepaalde uitkomst niet persé discreet, men kan bijvoorbeeld de kans willen uitrekenen hoeveel mannen een gewicht blijken te hebben tussen de 64,3 en 85,6 kilogram. Het hele gebied tussen deze twee grenzen (64,3 en 85,6) noemt men een continuüm.
De normale kansverdelingsfunctie is als volgt vastgelegd:
f(x) = 1 / (σ√2π) exp ( -1/2 [ (x-μ) / σ ] ² )
Het blijkt dat sommige fenomenen in de natuur te beschrijven zijn met de normale kansverdeling. Zo is bijvoorbeeld de lengte van mannen of vrouwen in Nederland normaal verdeeld: er is een bepaalde verwachtingswaarde voor de lengte waaraan de meeste mannen of vrouwen blijken te voldoen. De kans dat de lengte van een willekeurige man of vrouw uit Nederland heel erg klein of heel erg groot is, is veel kleiner. We zitten dan in de zijkanten van de curve. Er tussenin loopt het geleidelijk op.
de praktijk
Een belangrijke stelling uit de kansrekening is de centrale limietstelling. Deze stelling zegt dat de gemiddelden van grote series waarnemingen zich als een normaal verdeelde variabele gaan gedragen als de steekproefomvang naar oneindig gaat. De normale verdelingsfunctie mag je dus niet zomaar lukraak overal op toepassen; in dit geval gaat het om steekproeven uit grote series waarnemingen. Daarnaast dienen we te beseffen dat een kansverdelingsfunctie meestal helemaal niets kan aantonen. Het zegt alleen iets over waarschijnlijkheid van optredende fenomenen, maar niets over achterliggende oorzaken en verbanden. Bovendien dient men te beseffen dat het meten van fenomenen alleen betrouwbaar is, als men over betrouwbare meetinstrumenten beschikt.
Lees verder
© 2011 - 2012 Tronic, gepubliceerd in Wiskunde (Wetenschap) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Galton, Binet & Piaget, een vergelijking Galton, Binet en Piaget hadden hielden zich alle drie bezig met intelligentie. Z…
Verwenslaatje: Lauwe sla met eendenborst en foie gras Onder het motto, verwen jezelf met heerlijke slaatjes ditmaal een r…
De wettelijke regels van een maatschap De maatschap is een samenwerkingsverband tussen 2 of meer personen. De maatschap i…
Geschiedenis van de godsdienstpsychologie In 1879 opende Wilhelm Wundt in Leipzig het eerste psychologisch laboratorium.…
Gerelateerde artikelen
Statistiek de normale verdeling De functie die voor continue kansvariabelen de kans als functie van een zekere uitkomst w…Galton, Binet & Piaget, een vergelijking Galton, Binet en Piaget hadden hielden zich alle drie bezig met intelligentie. Z…
Verwenslaatje: Lauwe sla met eendenborst en foie gras Onder het motto, verwen jezelf met heerlijke slaatjes ditmaal een r…
De wettelijke regels van een maatschap De maatschap is een samenwerkingsverband tussen 2 of meer personen. De maatschap i…
Geschiedenis van de godsdienstpsychologie In 1879 opende Wilhelm Wundt in Leipzig het eerste psychologisch laboratorium.…