InfoNu.nl > Wetenschap > Diversen > Inspanningsfysiologie; soorten spiervezels

Inspanningsfysiologie; soorten spiervezels

Ongeveer 30 tot 40% van het totale lichaamsgewicht bestaat uit spiermassa. Deze spiermassa wordt met name bepaald door de skeletspieren. De skeletspieren bestaan uit grofweg twee soorten spiervezels. Deze twee typen spiervezels zijn de type II-spiervezels en de type I-spiervezels. Van de type II-spiervezels bestaan vervolgens weer twee soorten; de type IIB-spiervezels en de type IIA-spiervezels. Deze verschillende soorten spiervezels hebben verschillende eigenschappen. Type II-spiervezels zijn goed in het leveren van veel kracht in korte tijd. Met name getalenteerde sprinters, krachtsporters, powerlifters en bodybuilders hebben veel type II-spiervezels. Type I-spiervezels zijn goed in het leveren van relatief weinig kracht over een zeer lange periode. Met name getalenteerde marathonschaatsers, hardlopers, wielrenners en traithleten hebben veel type I-spiervezels.

Type II-spiervezels, fast twitch spiervezel, witte spiervezels

Type II spiervezels, worden ook wel fast twitch (FT) spiervezels of witte spiervezels genoemd. Type II-spiervezels worden gerecruteerd tijdens zeer intensieve inspanning wanneer de type I-spiervezels niet genoeg kracht kunnen leveren. Ook bij aanvang van intensieve inspanning worden type II-spiervezels gebruikt.

Type II-spiervezels kunnen in korte tijd veel kracht leveren. Type II-spiervezels kunnen veel kracht leveren, omdat ze doorgaans groter zijn dan type I-spiervezels, meer adenosinetrifosfaat (ATP) en creatinefosfaat (CP) hebben opgeslagen en een enzym hebben wat zeer snel ATP kan afbreken. Dit enzym heet ATPase. Daarnaast bevatten type II-spiervezels veel enzymen om glucose zonder zuurstof af te breken tot lactaat. Dit proces heet de glycolyse en veroorzaakt verzuring. Type II-spiervezels hebben daarentegen doorgaans weinig mitochondriën en zijn slecht doorbloed. Doordat deze spiervezels slecht doorbloed zijn, hebben ze een wit uiterlijk. Door deze structurele eigenschappen raken ze snel uitgeput en verzuurd.

Er bestaan twee soorten type II-spiervezels:
  1. Type IIB-spiervezels; deze type II-spiervezels kunnen de meeste kracht leveren, maar zijn het snelst uitgeput
  2. Type IIA-spiervezels; deze type II-spiervezels kunnen minder kracht leveren, dan de type IIB-spiervezels, maar meer dan de type I-spiervezels. Ook hebben de type IIA-spiervezels het vermogen om met zuurstof ATP te produceren
Een persoon heeft aanleg voor sprintsporten (zoals 100 meter sprint, 110 meter hordelopen, 500 meter schaatsen), maar ook krachtsporten (zoals powerliften, gewichtheffen) en bodybuilding als deze persoon veel type II-spiervezels heeft.

Type I-spiervezels, slow twitch spiervezel, rode spiervezels

Type I spiervezels, worden ook wel slow twitch (ST) spiervezels of rode spiervezels genoemd. Type I-spiervezels worden gerecruteerd tijdens duurinspanning. Bij duurinspanning wordt zuurstof gebruikt om vetten en koolhydraten te verbranden om ATP te produceren. Ook zullen de type I-spiervezels het lactaat verbranden wat geproduceerd wordt door de type II-spiervezels. Type I-spiervezels leveren relatief weinig kracht. Type I-spiervezels kunnen weinig kracht leveren, omdat ze doorgaans kleiner zijn dan type II-spiervezels, minder ATP en CP hebben opgeslagen en minder snel ATPase tot hun beschikking hebben. Daarnaast bevatten type I-spiervezels veel enzymen om glucose en vet met zuurstof af te breken tot water en koolstpfdioxide. Deze processen heten de citroenzuurcyclus, beta-oxidatie, electronentransportsysteem en oxidatieve fosforylering.

Type I-spiervezels hebben ook doorgaans veel mitochondriën en zijn zeer goed doorbloed. Doordat deze spiervezels goed doorbloed zijn, hebben ze een rood uiterlijk en worden ze rode spiervezels genoemd. Door deze structurele eigenschappen raken deze spiervezels bijna niet uitgeput. Een persoon heeft aanleg voor duursporten (hardlopen, wielrennen, triathlon, 10 km schaatsen) als deze persoon veel type I-spiervezels heeft.

Training verandert de eigenschappen van spiervezels

Het type spiervezels wat iemand overwegend heeft, is afhankelijk van aanleg en is niet veranderbaar. Wat echter wel veranderbaar is, zijn de eigenschappen van de spiervezels. Iemand die veel krachtsport doet, verandert de eigenschappen van de type I-spiervezels, zodat deze spiervezels meer de eigenschappen krijgen van de type II-spiervezels.
Iemand die veel duursport doet, verandert de eigenschappen van de type II-spiervezels, zodat deze spiervezels meer de eigenschappen krijgen van de type I-spiervezels.

Lees verder

© 2014 - 2017 Wieschrijft, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Eigenschappen van type 2 spiervezelsIn het menselijk lichaam zijn de gladde spieren, de hartspier en de skeletspieren te onderscheiden. De gladde spieren en…
Spiervezeltypen; rode en witte spiervezelsHet menselijk lichaam heeft drie verschillende soorten spieren. Zo zijn er de onwillekeurige gladde spieren en de hartsp…
Spieren; type 2B, type 2A en type 1 spiervezelsDe skeletspieren van het lichaam maken bewuste beweging mogelijk. De skeletspieren zijn middels pezen aan beenderen verb…
Eigenschappen van type 1 spiervezelsHet gezonde menselijk lichaam bestaat voor een groot deel uit skeletspieren. De skeletspieren verbinden verschillende be…
Fusiforme, pennate en complex fusiforme spierenIedere spier van het lichaam is opgebouwd uit spierbundels en iedere spierbundel is opgebouwd uit spiervezels. Deze spie…
Bronnen en referenties
  • William D. McArdle, Victor L. Katch, & Frank I. Katch (2014) Exercise Physiology, Nutrition, Energy, and Human Performance, LWW Philadelphia

Reageer op het artikel "Inspanningsfysiologie; soorten spiervezels"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Wieschrijft
Gepubliceerd: 27-11-2014
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Diversen
Special: Spieren
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!