InfoNu.nl > Wetenschap > Diversen > Inspanningsfysiologie; lactaatproductie en training

Inspanningsfysiologie; lactaatproductie en training

Tijdens sporten is de behoefte aan ATP verhoogd. De verhoogde behoefte aan ATP kan gedekt worden door glycogeen af te breken tot lactaat. De afbraak van glycogeen tot glucose wordt glycogenolyse genoemd. Het ontstane glucose wordt in de glycolyse verder afgebroken tot lactaat waarbij waterstofionen worden gevormd. Deze waterstofionen zorgen voor de eigenlijke verzuring. De waterstofionen remmen de glycolyse om verder te gaan en zorgen er dus voor dat er geen ATP meer gevormd kan worden. Sporters die trainen op het vergroten van het anaerobe vermogen zijn goed in staat om meer ATP middels de glycolyse te produceren. De voedingssupplementen beta-alanine en bicarbonaat ondersteunen de glycolyse. Duurgetrainde sporters kunnen daarentegen juist heel erg goed koolhydraten en vetten verbranden om zo ATP te leveren en schakelen minder snel de glycolyse in om ATP te produceren.

Grotere lactaatproductie door specifieke training

In rust en tijdens het sporten heeft het lichaam energie adenosinetrifosfaat (ATP) nodig. Het ATP wordt gesplitst in adenosinedifosfaat (ADP) en fosfaat (P) en bij deze splitsing komt energie vrij. Tijdens het sporten is het energiegebruik en daardoor de behoefte aan ATP groter. Deze ATP kan geproduceerd worden door vetten en koolhydraten te verbranden (aerobe energieproductie) en de energie die hierbij vrijkomt vast te leggen in ATP. Wanneer de ATP-behoefte groter is dan er aeroob geproduceerd kan worden, wordt ATP geproduceerd in anaerobe reacties. Hierbij wordt veel lactaat gevormd. Sporters waarbij de sportprestatie afhankelijk is van een groot anaeroob vermogen trainen specifiek op het vergroten van dit vermogen. Door specifiek het anaerobe vermogen te trainen, hebben deze sporters door vier redenen ook een groter anaeroob vermogen:
  1. Deze sporters zijn gemotiveerder, dan mensen die niet anaeroob getraind zijn
  2. Deze sporters hebben meer glycolytische enzymen. Deze enzymen versnellen de anaerobe afbraak van glycogeen (een koolhydraat opgeslagen in lever en spier) tot lactaat
  3. Deze sporters hebben een grotere glycogeenvoorraad, waardoor zij ook meer glycogeen kunnen afbreken
  4. Deze sporters zijn gewend aan de pijn die verzuring die tijdens dit type inspanning ontstaat en kunnen daardoor dieper gaan

Beta-alanine en bicarbonaat vergroten het anaerobe vermogen

Ook door het gebruik van de voedingssupplementen beta-alanine en bicarbonaat kunnen sporters langer anaeroob ATP produceren. Dit komt omdat de waterstofionen die bij de glycolyse ontstaan door beta-alanine in de spier en door bicarbonaat in het bloed gebufferd worden. Door deze buffering wordt de glycolyse niet stilgelegd en kan langer doorgaan. Door het gebruik van beta-alanine en bicarbonaat kan langer intensief worden gesport en neemt het prestatievermogen toe.

Duursporters en de anaerobe drempel

Zoals in de vorige sectie is te lezen, kan ATP met en zonder zuurstof geproduceerd worden. De productie van ATP met zuurstof (aeroob vermogen) is trager, dan de productie van ATP zonder zuurstof (anaeroob vermogen; glycolyse). Zo lang de aerobe productie van ATP groter, of gelijk is aan de vraag van ATP, zal er geen noemenswaardige opbouw van lactaat in het bloed en verzuring optreden. Het lactaat wat wel wordt geproduceerd, wordt door type I-spiervezels verbrand, of door de lever in de Cori-cyclus omgezet in glucose. Wanneer echter de vraag van ATP de aerobe productie overschrijdt, zal de glycolyse moeten bijspringen om aan de ATP-behoefte te voldoen. Hierdoor zal lactaat zich gaan ophopen in de spieren en het bloed. Ook zullen er meer waterstofionen gevormd worden. Deze waterstofionen zorgen voor de eigenlijke verzuring van spieren en bloed en zorgen ervoor dat de glycolyse uiteindelijk wordt platgelegd en geen ATP meer kan produceren.

Duursporters verzuren minder snel dan ongetrainden

Ongetrainde mensen kunnen op ongeveer 50-55% van hun maximale aerobe vermogen (VO2max) sporten, zonder dat lactaat zich gaat ophopen in het bloed. Boven 50-55% VO2max zullen ongetrainden echter gaan verzuren. Zeer aeroob getrainde mensen kunnen tot wel 80-90% VO2max sporten zonder noemenswaardige hoeveelheden lactaat te produceren. Hierdoor zullen duursporters minder snel tverzuren. Deze verschuiving van de anaerobe drempel wordt met name bereikt door jarenlange intensieve duurtraining. Door regelmatig intensief te trainen passen het hart, de doorbloeding van de spieren en de spieren zich aan, waardoor de zuurstoftoevoer en gebruik beter wordt.

Lees verder

© 2014 - 2019 Wieschrijft, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Inspanningsfysiologie; ventilatoire drempel, lactaatdrempelTijdens inspanning kan middels ademgasanalyse de gebruikte hoeveelheid zuurstof (O2) en de geproduceerde hoeveelheid koo…
Spierverzuring voorkomen met beta-alanineIedere sporter kent het wel; spierverzuring, het branderig gevoel in de spieren bij inspanning. Bij intensieve inspannin…
Metabolisme; alanine-cyclus, cori-cyclus en afvallenIn de gluconeogenese kan glucose worden opgebouwd uit andere stoffen dan koolhydraten. In de gluconeogenese worden lacta…
Inspanningsfysiologie; verzuring tegengaanDe spieren van het lichaam hebben tijdens fysieke activiteit energie nodig in de vorm van adenosinetrifosfaat (ATP) om t…
Het hart is een efficiënte spierHet hart voorziet 24 uur per dag een leven lang de weefsels van het noodzakelijke bloed. Het hart voorziet de weefsels v…
Bronnen en referenties
  • William D. McArdle, Victor L. Katch, & Frank I. Katch (2014) Exercise Physiology, Nutrition, Energy, and Human Performance, LWW Philadelphia

Reageer op het artikel "Inspanningsfysiologie; lactaatproductie en training"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Wieschrijft
Gepubliceerd: 02-12-2014
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Diversen
Special: Stofwisseling
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!