InfoNu.nl > Wetenschap > Onderzoek > Suikerziekte (diabetes mellitus) door de eeuwen heen

Suikerziekte (diabetes mellitus) door de eeuwen heen

Suikerziekte (diabetes mellitus) door de eeuwen heen Suikerziekte is van alle eeuwen. Ook al noemt men de aandoening een welvaartsziekte van deze tijd, waarmee uiteraard diabetes type 2 wordt bedoeld. In de oudheid en in latere perioden stierven de mensen aan suikerziekte. In de Griekse tijd werd deze stofwisselingsaandoening al beschreven. De Canadese wetenschappers Banting en Best forceerden uiteindelijk na veel onderzoek een doorbraak in de behandeling van diabetes bij patiënten die voorheen ten dode waren opgeschreven. Wat is suikerziekte precies? En welke cruciale rol speelt insuline in deze aandoening? Dit relatief kleine eiwit kon pas in 1964 worden gesynthetiseerd.

Inhoud


Wat is diabetes type 1 en 2?

Bij suikerziekte (diabetes mellitus) is de glucosespiegel in het bloed verstoord. In geval van diabetes type 1 maakt de pancreas geen insuline meer aan met als gevolg dat er een hyperglykemie ontstaat, ofwel een te hoog bloedsuikergehalte. Diabetes type 1 wordt beschouwd als een auto-immuunziekte, waarbij de aanmaak van insuline in gebreke blijft. Naar de primaire oorzaak ervan wordt nog veel onderzoek gedaan. Diabetes type 2 wordt ook wel een ouderdoms- of welvaartsziekte genoemd, de zogenaamde 'maturity onset diabetes'. Bij deze vorm van suikerziekte kan in het begin het insulinegehalte in het bloed zelfs verhoogd zijn. Dat betekent dat de pancreas zogezegd 'overuren' draait, omdat de aangemaakte insuline onvoldoende werkzaam is, bijvoorbeeld door eiwitbinding of door resistentie van de cellen voor insuline.

Ligging van de pancreas (alvleesklier) in de buikholte / Bron: Cancer Research UK, Wikimedia Commons (CC BY-SA-4.0)Ligging van de pancreas (alvleesklier) in de buikholte / Bron: Cancer Research UK, Wikimedia Commons (CC BY-SA-4.0)
Stofwisselingsstoornis
Diabetes type 2 is net als type 1 een koolhydraatstofwisselingsstoornis, waarbij het lichaam te weinig effectieve insuline produceert en er ongevoeligheid optreedt voor dat eiwit. Vrijwel alle patiënten die tegenwoordig aan diabetes mellitus lijden, behoren tot de categorie type 2. Naast erfelijke factoren spelen ook de leeftijd en de leefwijze (vetzucht, te weinig beweging) een rol. Diabetes type 2 komt overigens op steeds jongere leeftijd voor.

Wat doet insuline?

Alle meervoudige koolhydraten, waaronder zetmeel, worden in het spijsverteringskanaal omgezet in enkelvoudige suikers (o.a. glucose) die geschikt zijn om in het bloed te worden opgenomen, waarna ze in de cellulaire stofwisseling hun werk doen. Een teveel ervan wordt omgezet in glycogeen en opgeslagen in de lever en spieren.

Adrenaline en glucagon

Zodra de glucosespiegel in het bloed onder een grenswaarde daalt, wordt het opgeslagen glycogeen weer omgezet in glucose door middel van adrenaline (bijniermerg) en glucagon, aangemaakt in de eilandjes van Langerhans. De omzetting in glycogeen vindt plaats dankzij insuline, een eiwit dat eveneens wordt aangemaakt door de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier (pancreas).

Buffer

De lever werkt in dat opzicht als een buffer, zodat de bloedsuikerspiegel ook na een stevige maaltijd redelijk constant blijft. Glucose is nodig voor de verbranding in de lichaamscellen, ofwel de stofwisseling. Voortdurend krijgen de cellen glucose aangeboden. In veel cellen is daar zelfs geen insuline voor nodig. Spier- en vetcellen hebben echter wel insuline nodig dat ervoor zorgt dat glucose in de cel kan komen. Gelet op het bovenstaande heeft insuline ruwweg drie taken:
  1. Dankzij insuline kan glucose in de cel dringen.
  2. Insuline bevordert de cellulaire opname van aminozuren voor de opbouw van lichaamseiwitten. Dat geldt vooral voor de spiercellen.
  3. Insuline zet glucose om in vet en remt het vrijkomen van vrije vetzuren.

De ontdekking van diabetes mellitus

In het begin van de jaren twintig van de vorige eeuw was men eindelijk in staat om suikerziekte min of meer succesvol te behandelen. In de oudheid kende men de verschijnselen al en werd diabetes als een mysterieuze ziekte beschouwd. In de volksmond leden deze mensen aan de 'tering'. Hun urine rook zoet en er kwamen om voor de hand liggende redenen mieren, bijen en wespen op af. De Grieken gaven deze aandoening de naam 'diabetes', wat vrij vertaald 'vochtverlies' betekent, omdat deze patiënten zo veel en zo vaak moesten plassen dat ze het vocht dat ze verloren niet bij konden drinken.

Suiker in de urine

Veel wetenschappers hebben hun steentje bijgedragen aan de opheldering van het mysterie suikerziekte. In 1675 schreef Willis uitvoerig over de 'zoete urine' van diabetici. Ongeveer een eeuw later vermoedde Dobson dat die 'zoetheid' te wijten was aan suiker in de urine. In 1841 werd op succesvolle wijze een proef ontwikkeld om suiker in de urine aan te tonen. Later ontdekte men dat diabetici ook te veel glucose in hun bloed hadden.

Vetverbranding en acidose

Nog later kwam men erachter dat door onvoldoende insuline in het bloed de glucose niet in de spier- en vetcellen kan worden opgenomen. Er ontstaat dan niet alleen een hoge bloedsuikerspiegel, met glucose in de urine, ook de vetstofwisseling verloopt abnormaal met schadelijke nevenproducten, waaronder aceton en diaceetzuur in plaats van koolzuur en water. Deze wijze van vergiftiging noemt men acidose.

Bloedglucosemeter / Bron: Adonagonzalez, PixabayBloedglucosemeter / Bron: Adonagonzalez, Pixabay

Eilandjes van Langerhans

Verwijdering (extirpatie) van de pancreas bij een aantal proefdieren (honden), die dan ook prompt suikerziekte kregen, leidde in 1889 tot de conclusie dat de alvleesklier niet alleen verteringssappen produceert, maar ook stoffen aanmaakt die van invloed zijn op de koolhydraatstofwisseling. Later toonde men aan dat de eilandjes van Langerhans de productie van die stoffen (insuline en glucagon) voor hun rekening nemen.

Duitse patholoog

De alvleesklier bevat circa 2 miljoen van die celeilandjes, beschreven door de Duitse patholoog Langerhans. De onderzoeker Houssay stelde in 1924 vast dat ook de hypofyse een belangrijke rol speelt in de aanmaak van stoffen die van invloed zijn op de suikerstofwisseling.

Insuline

In 1922 isoleerden de Canadese onderzoekers Banting en Best een stof uit het pancreasweefsel. Inspuiting van die stof bij dieren waarbij diabetes was veroorzaakt, leidde tot een vermindering van de suikeruitscheiding in hun urine. Die stof noemde men insuline omdat het eiwit rechtstreeks in verband werd gebracht met de eilandjes (insula) van Langerhans, vandaar de naam insuline.

Acidose

Voordat insuline werd ontdekt, kregen patiënten met diabetes mellitus een koolhydraatarm, maar relatief vetrijk dieet. De suikeruitscheiding in de urine verminderde weliswaar, maar het risico op acidose nam sterk toe. Veel suikerpatiënten stierven dan ook in een acidotisch comateuze toestand terwijl de urine weinig glucose bevatte. De chemische structuur van insuline, een betrekkelijk klein eiwit, werd in 1955 door Sanger geanalyseerd. Mede dankzij de onderzoeker Zahn kon insuline vanaf 1964 volledig worden gesynthetiseerd.

Lees verder

© 2014 - 2019 Orion, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Hoe regelt je lichaam de bloedsuikerspiegel?Hormonen zijn van grote invloed op de stofwisseling in ons lichaam. Een van de belangrijke gehaltes die op pijl wordt ge…
Insulinesecretie in het menselijk lichaamInsulinesecretie in het menselijk lichaamHet hormoon insuline wordt door de bètacellen van de eilandjes van Langerhans in de pancreas aangemaakt. Insuline zorgt…
Suikerziekte: kan teveel frisdrank leiden tot diabetes?Suikerziekte: kan teveel frisdrank leiden tot diabetes?Is veel frisdrank drinken slecht voor je en kan je er suikerziekte van krijgen? Tientallen jaren is er discussie geweest…
Diabetes, bloedsuiker en insuline - Hoe zit het precies?Over diabetes hoor je veel. Iedereen weet dat het slecht voor je is en dat het iets te maken heeft met de hoeveelheid su…
Hormonen van de pancreas; insuline en glucagonDe pancreas heeft een exocriene functie en een endocriene functie. De exocriene functie van de pancreas is het producere…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Mwooten, Pixabay
  • 'Grondslagen der geneeskunde', A. Waalewijn, Stafleu's Wetenschaopelijke Uitgeversmaatschappij, Leiden
  • 'Biologie van de mens', H. Kreutzer, Wolters-Noordhoff, Groningen
  • Afbeelding bron 1: Cancer Research UK, Wikimedia Commons (CC BY-SA-4.0)
  • Afbeelding bron 2: Adonagonzalez, Pixabay

Reageer op het artikel "Suikerziekte (diabetes mellitus) door de eeuwen heen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Orion
Laatste update: 27-06-2018
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Onderzoek
Special: Stofwisselingsstoornissen
Bronnen en referenties: 5
Schrijf mee!