InfoNu.nl > Wetenschap > Recht en wet > Recht verdachte op een raadsman bij ophouden voor verhoor

Recht verdachte op een raadsman bij ophouden voor verhoor

Recht verdachte op een raadsman bij ophouden voor verhoor Dagelijks nemen opsporingsambtenaren personen mee naar het politiebureau, die verdacht worden van een strafbaar feit. Wat betekenen de belangrijkste rechten en plichten, zoals cautie en zwijgrecht tijdens het ophouden voor onderzoek en het verhoor precies? De positie van een verdachte van een strafbaar feit is gebaseerd op universele grondrechten en stevig verankerd in de wet. Zo staan de rechten en plichten van verdachte en zijn advocaat - zoals die tijdens het ophouden voor onderzoek - uitdrukkelijk vermeld in het wetboek van strafvordering. De Hoge Raad heeft zijn opvattingen over verhoorbijstand eind 2015 bijgesteld, wat voor gevolgen had dit voor de opsporing en vervolging? Wanneer is de EU richtlijn in onze wetgeving geformaliseerd?

Inhoud


De spelregels van een democratische rechtstaat

Een kenmerk van een democratische rechtstaat is, dat zijn overheid gebonden is aan zijn eigen rechtsregels. Wetgeving die tot stand komt via het democratisch proces (zoals ook in Nederland gebeurt), mag niemand opzij zetten. Het land kan anders niet goed functioneren en bestuurd worden. De meerderheid heeft nu eenmaal beslist wat de spelregels zijn en zo wordt het spel gespeeld. De politie en het Openbaar Ministerie (verder OM) mogen ook niet van die wetgeving afwijken om bijvoorbeeld een zaak bewijstechnisch 'rond' te krijgen, hoe verleidelijk dat ook soms kan zijn. Het hoogste rechtscollege van Nederland - de Hoge Raad - heeft over het recht op een raadsman bij het eerste verhoor een arrest eind 2015 gewezen, waarbij de verdachte vrijuit is gegaan. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor de politie, het OM, de verdachte en zijn raadsman.

Universele grondbeginselen en de verdachte bij het verhoor

Bij de vorming van de Nederlandse wetgeving tijdens het democratisch proces, is rekening gehouden met een aantal universele grondbeginselen. Het naleven van zulke grondbeginselen wordt in de samenleving als een uiting gezien van een hoge mate van beschaving. Zij zijn wereldwijd als norm terug te vinden in verdragen, zoals in het Europees Verdrag Rechten van de Mens (EVRM) en in grondwetten. Dezelfde beginselen zijn uiteraard ook als grondrecht op allerlei manieren verwerkt in de Nederlandse strafwetgeving. De relevante wetten schrijven de politie en rechterlijke macht (het OM en de rechter) voor, hoe zij zich tegenover een verdachte dienen op te stellen binnen de strafvorderlijke arena.

Deze principes zijn van groot belang voor de verdachte tijdens de gehele strafprocedure. Vooral voor de verdachte die wordt meegenomen naar het politiebureau voor verhoor (ophouden voor onderzoek), zijn zij van onmisbare waarde. De grondbeginselen zijn verwoord in het Latijn. Dit is niet alleen vanwege hun universele bandbreedte, maar ook om het bijzonder karakter van de principes aan te geven. Voor de verdachte zijn een tweetal grondbeginselen het meest bepalend bij het eerste verhoor, te weten:

1. Vermoeden van onschuld en de verdachte

Het vermoeden van onschuld van de verdachte staat bekend als het beginsel 'praesumptio innocentiae'. Vanuit het Latijn vertaald, betekent dat 'een vermoeden van onschuld. Anders gezegd: een verdachte is onschuldig, tot het tegendeel is bewezen;

2. Nemo tenetur-gedachte en de verdachte

Een ander principe is het nemo tenetur beginsel.: 'Niemand is gehouden tegen zichzelf bewijs te leveren'. Met andere woorden: een verdachte hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling.

Daarnaast is de overheid (en daarmee zijn ambtenaren) op grond van een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur (fair play) op basis van art. 2:3 AWB (algemene wet bestuursrecht) verplicht zijn taak uit te oefenen zonder vooringenomenheid.

De positie van de verdachte - zoals bij eerste verhoor tijdens het ophouden voor onderzoek - is uitgewerkt in de wetsartikelen van het wetboek van strafvordering. Die wetten zijn gebaseerd op universeel erkende grondbeginselen en moeten door iedereen worden nageleefd. Deze wetten zijn overigens op 1 maart 2017 aangepast en uitgebreid.

Hoe heeft de wetgever dit vertaald naar de praktijk? In een aantal wetsartikelen van het wetboek van strafvordering (verder WvSv), die de aanhouding en de inverzekeringstelling regelen, zijn deze beginselen verwerkt. De wettelijke toegestane periode om het eerste verhoor (verhoren) af te nemen, is sinds 1 maart 2017 geregeld in artikel 56a WvSv.

Het WvSv is in de loop der tijd een lappendeken aan regels geworden. Dit maakt het onoverzichtelijk en moeilijk toegankelijk. De wetgever heeft diverse wetsontwerpen op de plank om het gehele wetboek van strafvordering te herschrijven. De overheid was wat dat betreft al vóór de uitspraak van de Hoge Raad over het eerste verhoor, bezig met plannen om het WvSv ingrijpend aan te pakken. De Hoge Raad heeft het invoeren van delen van strafvordering met zijn arrest eind december 2015 een 'boost' gegeven. Een andere reden voor het verrichten van aanpassingen is afkomstig uit de EU via EU-richtlijnen.

Op 1 maart 2017 is de EU richtlijn over consultatie- en verhoorbijstand met nr 2013/48/EU geformaliseerd. Dit heeft tot gevolg dat het tijdelijke beleid tussen 1 maart 2016 tot 1 maart 2017 is vervallen. Er zijn nieuwe categorieën verdachten ingevoerd (kwetsbaren). Verder is de tijd van ophouden bij de aangehouden verdachte van zes uur naar negen uur gegaan. Dit geeft de raadsman de ruimte om naar de plaats van verhoor te komen en consultatiebijstand te verlenen. Verder is de tijd vóór de voorgeleiding aan de rechter-commissaris verlengd. In de praktijk verandert er niet veel. NB: het recht op consultatie- of verhoorbijstand betekent niet dat dit altijd ten rekening valt voor de Staat.

Afbeelding A. Ophouden voor onderzoek / Bron: Eigen verzamelingAfbeelding A. Ophouden voor onderzoek / Bron: Eigen verzameling

De wet rondom de termijnen voor het ophouden voor onderzoek

Met de inwerkigntreding van artikel 56a WvSv - het ophouden voor onderzoek - is het artikel 61 WvSv vervallen, waarin eerst het ophouden voor onderzoek was geregeld. Op grond van artikel 56a, lid 1 WvSv, dient een verdachte die niet in verzekering wordt gesteld of voor een rechter-commissaris geleid, in vrijheid te worden gesteld. De politie mag een aangehouden verdachte maximaal 9 uur ('negen uurs termijn') ophouden in het belang van het onderzoek. Het moet dan wel een aangehouden verdachte zijn, die verdacht wordt van een A- of B-feit . Wat houdt dit in de praktijk in? Binnen deze periode kunnen uit onderzoeksbelang verhoren van de verdachte plaatsvinden, zijn vingerafdrukken worden afgenomen en zijn identiteit achterhaald. Het tijdstip van het gegeven bevel staat in het bevel tot ophouden voor onderzoek vermeld. Personen die aangehouden zijn en verdacht worden van een strafbaar feit waarvoor geen voorlopige hechtenis kan worden opgelegd, mogen zes uur worden opgehouden (art.56a lid 2).

Het berekenen van het termijn bij ophouden voor verhoor

Het is goed om bij het berekenen van het termijn met een aantal zaken rekening te houden:
  • Op basis van vaste rechtspraak gaat de teller pas lopen, op het tijdstip dat het bevel tot ophouden voor onderzoek is gegeven;
  • De reistijd tussen de aanhouding en de plaats van aankomst voor het verhoor telt niet mee;
  • De tijd tussen middernacht (00.00 uur) en 09.00 uur 's morgens telt niet mee (artikel 56, lid 2 WvSv);
  • Het termijn van zes uur mag met zes uur worden verlengd, wanneer voorlopige hechtenis niet van toepassing is op het strafbaar feit en de identiteit van de verdachte nog niet is komen vast te staan.(artikel 56b, lid 1 WvSv);

Schematisch weergegeven:
wetsartikeltijdbijzonderheid
artikel 56a, lid 1 WvSvnulde verdachte wordt vrijgelaten
artikel 56a, lid 2 WvSvmaximaal 9 uurop bevel van (hulp) ovj ophouden voor onderzoek
artikel 56a lid 2 WvSv9 uurde uren tussen middernacht en 0900 's ochtends tellen niet mee bij de berekening
artikel 56b, lid 1 WvSvverlengen met 6 uurpersoonsgegevens nog onbekend en feit valt niet onder voorlopige hechtenis eis
nulreistijd telt niet mee bij berekening

Een eenvoudige rekensom leert dat een pechvogel (9 + 9) 18 uur en soms onder bepaalde voorwaarden (9+6+9) voor 24 uur kan worden opgehouden voor onderzoek. *NB ophouden voor verhoor is per 1 maart 2017 van 6 uur opgehoogd naar 9 uur.

Een mogelijke scenario tijdens het ophouden voor onderzoek voor het verhoor

Binnen het gestelde termijn moet veel gebeuren, voordat het verhoor zelfs kan plaatsvinden. Te denken valt aan de volgende reeks:
  • voorgeleiding van de verdachte bij een hulpofficier van justitie;
  • achterhalen van de persoonsgegevens van de verdachte;
  • de verdachte inlichten over zijn rechten;
  • een tolk regelen voor de verdachte, wanneer hij het Nederlands onvoldoende beheerst;
  • een gekozen raadsman oproepen;
  • derden op de hoogte stellen over de vrijheidsbeneming van de verdachte;
  • mogelijke maatregelen nemen in het belang van het onderzoek zoals visiteren (onderzoek in het lichaam);
  • consultatiebijstand tussen de verdachte en zijn raadsman.

De verdachte en de cautie vóór het verhoor

Het verhoor kan plaatsvinden, wanneer de noodzakelijke handelingen die daarvóór moeten plaatsvinden, zijn gedaan. De verdachte ontvangt vóór het verhoor en het afleggen van zijn verklaring de zogeheten cautie. Wat is de cautie? Dit is de verplichte waarschuwing (het lijkt op het Engelse woord caution), dat hij niet verplicht is antwoord te geven op de vragen die hem gesteld gaan worden. De cautie wordt gegeven voor de aanvang van elk verhoor gedurende de gehele procedure (ook bij de rechter). De overheid is daartoe ook verbonden vanwege beginselen van behoorlijk bestuur. Het is wettelijk verplicht om telkens in het proces-verbaal te melden dat de cautie vóor het verhoor is gegeven. Zonder die vermelding heeft de inhoud van het proces-verbaal geen enkele bewijskracht. De redactie van artikel 29 WvSv is per 1 maart 2017 aangepast. De cautie staat vermeld in artikel 29 lid 2 WvSv.

De verdachte en het zwijgrecht tijdens het verhoor

Afbeelding B. Zwijgrecht / Bron: Eigen verzamelingAfbeelding B. Zwijgrecht / Bron: Eigen verzameling
De verdachte heeft voortbouwend op de cautie het recht om te zwijgen: (het zwijgrecht). Dit is rechtstreeks te herleiden naar het nemo tenetur-beginsel. Een verdachte kan er het zwijgen toedoen en hoeft niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Dit staat vermeld in artikel 29 lid 2 WvSv.

Een verdachte wordt niet onder ede gehoord. Dit betekent dat een verdachte in principe een verklaring af kan leggen, die niet op waarheid berust. Dat kan wel nadelige gevolgen hebben, wanneer andere bewijsmiddelen zoals DNA, camerabeelden of een getuigenverklaring die verklaring tegenspreken. Het kan de rechter bijvoorbeeld juist sterken in zijn overtuiging, dat het strafbaar feit door de verdachte is begaan en geprobeerd wordt dat te verdoezelen: het kan bij de veroordeling als een kennelijke leugenachtige verklaring worden gezien met alle gevolgen van dien, zoals strafverzwaring.

Bijstand door een advocaat voor de verdachte en het Salduz arrest van het EHRM

Het Europese Hof Rechten van de Mens (EHRM) heeft op 26 april 2007 in de zaak Salduz-Turkije uitspraak gedaan over het recht van de verdachte op bijstand van een advocaat. Wat is het geval? De verdachte heeft belastende verklaringen over zichzelf afgelegd, die voor het bewijs in zijn strafzaak zijn gebruikt. Die verklaringen zijn tijdens een verhoor door de politie gedaan zonder dat de verdachte bijstand had van een advocaat. Dit arrest staat bekend als het Salduz arrest. Arresten van het EHRM zijn evenals uitspraken van de Hoge Raad gelijkwaardig aan wetgeving. In Nederland is de uitspraak zo opgevat, dat de verdachte recht op consultatie met een advocaat heeft, voordat het verhoor begint. Na de uitspraak van het EHRM heeft de HR uiteenlopende Salduz jurisprudentie (rechtspraak) ontwikkeld.

De HR zegt over Salduz: "Salduz jurisprudentie van de HR brengt met zich dat een verdachte die door de politie is aangehouden, aan artikel 6 EVRM een aanspraak op rechtsbijstand kan ontlenen die inhoudt dat hem de gelegenheid wordt geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen en voorts dat de aangehouden verdachte vóór de aanvang van het eerste verhoor dient te worden gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat."

De verdachte en het recht op een raadsman in de EU richtlijn nr. 2013/48/EU

In het kielzog van Salduz is in 2013 een EU richtlijn afgegeven, die het recht op toegang tot een advocaat bij alle verdachten van misdrijven tijdens het verhoor regelt voor alle EU lidstaten. De Nederlandse overheid heeft - op grond van zijn verplichting de richtlijn toe te passen - implementatie wetgeving gemaakt (wetsontwerpen 34 157 en 34 159). Het recht op een advocaat tijdens het eerste verhoor staat in wetsvoorstel nr 34 157. In de memorie van toelichting op het wetsontwerp is uitgebreid ingegaan op het voorstel en de rechten van de verdachte op toegang tot een advocaat zoals het recht op communicatie tijdens het verhoor. Inmiddels zijn beide ontwerpen wet geworden. Daarnaast is het besluit in werking getreden over de inrichting en de orde tijdens het politieverhoor.

Het HR arrest van december 2015 en recht verdachte bij verhoor op verhoorbijstand

Op 22 december 2015 zijn de ontwikkelingen rondom het recht op een advocaat tijdens zijn eerste verhoor in een stroomversnelling geraakt. De Hoge Raad heeft namelijk in een arrest de regels over het recht op rechtsbijstand aangescherpt en invoering van de bijbehorende regelgeving naar voren gehaald (naar 1 maart 2016). De HR meldt in zijn arrest:
"verdachte heeft recht op bijstand van een raadsman tijdens zijn eerste verhoor, alsmede de daarop volgende verhoren door de politie, behoudens bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken".

De nieuwste uitspraak van de HR is ruimer dan zijn interpretatie uit 2007 wat Salduz en het consultatierecht.De overheid heeft op basis van de uitspraak van de Hoge Raad tijdelijk beleid opgesteld die in de praktijk kon worden toegepast totdat de wetgeving werd geformaliseerd (vanaf 1 maart 2016). Dit beleid is vanwege de formalisering van de EU richtlijn inmiddels op 1 maart 2017 vervallen.

Samenvatting op hoofdlijnen

  • Wetgeving is gebaseerd op universele grondbeginselen;
  • Grondbeginselen als het nemo tenetur-beginsel en vermoeden van onschuld zijn verwerkt in het WvSv;
  • Het WvSv. regelt o.a. het ophouden voor onderzoek, waaronder het eerste verhoor;
  • De verdachte heeft consultatierecht met een advocaat voor het verhoor (Salduz - 2007);
  • Door diverse ontwikkelingen na Salduz is het eerste verhoor in een stroomversnelling gekomen:
  • Implementatie van de EU richtlijn nr 2013/48/EU en het herschrijven van het WvSv uitrol;
  • Uitspraak van de HR op 22 december 2015 en het recht op een advocaat tijdens het verhoor;
  • Versnelde aanpassingen op 1 maart 2016 gereed in de vorm van tijdelijk beleid;
  • Op 1 maart 2017 is de wetgeving rondom het eerste verhoor geformaliseerd en tijdelijk beleid vervallen verklaard.

Lees verder

© 2016 - 2017 Meus, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Strafrecht & Politie 3 - Verhoor Proces-verbaalStrafrecht & Politie 3 - Verhoor Proces-verbaalStrafrecht en Politie. Het Verhoor en Proces-verbaal. Wat houdt de cautie-verplichting van de politie in? Kan je bij het…
Wat doet een AdvocaatWat doet een AdvocaatEen korte uitleg over het werk van een advocaat en hoe alles in zijn werk gaat. Ook zal er aandacht worden besteed aan w…
Het OM: wat doet het OM en wanneer ben je verdachte?Het OM: wat doet het OM en wanneer ben je verdachte?Veel mensen horen wel eens praten over het Openbaar Ministerie of O.M. Maar wat doet dat Openbaar Ministerie precies? En…
Strafrecht & Politie 2 - WetsovertredingStrafrecht & Politie 2 - WetsovertredingStrafrecht en Politie - Overtreding van de Wet. Wanneer ben je een verdachte? Wat is staande houden, een proces-verbaal…
Advocaat WerkzaamhedenAdvocaten kennen we allemaal van de vele televisieseries, de films of misschien wel de spannende boeken van bijvoorbeeld…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Eigen verzameling
  • https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34159-3.html, laatst bezocht op 1 januari 2016;
  • (bron 2) http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2015:3608&keyword=recht+op+advocaat, laatst bezocht op 2 januari 2016;
  • (bron 3) https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2016-8884.html, laatst bezocht op 23 september 2016;
  • (bron 4) https://www.europa-nu.nl/id/vih4fh21hjrz/hof_van_justitie_onderdeel_europees_hof, laatst bezocht op 23 september 2016;
  • (bron 5) 0ECLI:NL:HR:2004:AP1213, NJ 2004/590, Uitspraak van de HR over het tijdstip van de aanvang van het zes uurs termijn;
  • https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j9vvij5epmj1ey0/vjrogwc0sgwq, wetsvoorstel 34157, laatst bezocht op 2 januari 2016;
  • http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2013:294:0001:0012:NL:PDF, richtlijn nr 2013/48/EU, bezocht op 2 januari 2016;
  • https://www.europa-nu.nl/id/vg9obtulslrn/hof_van_justitie_van_de_europese_unie, uitleg organisatie het Hof van Justitie laatst bezocht op 2 januari 2016;
  • https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2016/02/11/verdachte-wordt-vanaf-1-maart-actief-gewezen-op-verhoorbijstand, laatst bezocht op 19 februari 2016.
  • De inleidingsfoto en de afbeeldingen A en B zijn afkomstig uit de persoonlijke collectie van de auteur.
  • Afbeelding bron 1: Eigen verzameling
  • Afbeelding bron 2: Eigen verzameling

Reageer op het artikel "Recht verdachte op een raadsman bij ophouden voor verhoor"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Meus
Laatste update: 04-03-2017
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Recht en wet
Bronnen en referenties: 13
Schrijf mee!