InfoNu.nl > Wetenschap > Recht en wet > Strafvordering op de schop: de vernieuwde nummering

Strafvordering op de schop: de vernieuwde nummering

Strafvordering op de schop: de vernieuwde nummering Het wetboek van strafvordering is ernstig gedateerd en onoverzichtelijk geworden door allerlei noodzakelijke nieuwe toevoegingen sinds 1926. Daarmee is de kwaliteit van de strafvordering serieus in het geding. Dat het wetboek van strafvordering op de schop moet, is daarom onvermijdelijk. Dit is een majeure onderneming en vindt plaats in tranches. Wat is het tijdspad? Hoe is de nieuwe indeling van het herijkte wetboek van strafvordering? Wat wordt de vernieuwde nummering strafvordering precies?

Nummering en indeling van de vernieuwde strafvordering

Het wetboek van strafvordering is in 1926 tijdens de regeerperiode van Koningin Wilhelmina ingevoerd en nadien veelvuldig aangepast en aangevuld. Grote delen van het wetboek zijn overgenomen uit het vorige wetboek van 1838. Nederland is intussen in allerlei opzichten veranderd en na Koningin Wilhelmina alweer drie regerende vorsten verder. Het is een gegeven, dat het wetboek van strafvordering nodig aan vernieuwing of - anders gezegd - aan groot onderhoud toe is. Uiteraard blijven de eeuwenoude grondslagen en rechtsbeginselen van het strafproces daarbij gehandhaafd (zoals het nemo-tenetur beginsel), maar actuele aanpassingen om te moderniseren zijn hoog nodig.

Het is niet verwonderlijk dat het wetboek van strafvordering door alle aanpassingen en aanvullingen niet meer goed toegankelijk (overzichtelijk) is voor de gebruiker. Ook het taalgebruik is gedateerd te noemen. Het wetboek is verder niet uitgerust om nieuwe, maatschappelijke ontwikkelingen op te vangen, zoals de komst van het digitale dossier. Met de introductie van Kamerstukken II, 2015/16, 29 279, nr. 278, heeft de overheid zijn gedachten over de modernisering van een nieuwe wetboek van strafvordering verder uitgesproken tegen de Tweede Kamer. Deze contouren dienen als basis voor de verdere ontwikkelingen en uitrol van het nieuwe wetboek van strafvordering.

De kwaliteit van de strafrechtpleging verhogen

Hoofddoel van de modernisering is het verhogen van de kwaliteit. Dit wil de overheid bereiken door:
  • de wetsartikelen makkelijker vindbaar en duidelijker leesbaar te maken
  • de indeling zo in te richten dat het wetboek toekomstbestendig is (om nieuwe artikelen in te kunnen voegen)
  • het wetboek zo in te richten dat maatschappelijke ontwikkelingen geen probleem vormen om dat op te vangen in het wetboek
  • de bevoegdheden van alle procespartijen duidelijk te benoemen
  • vaste jurisprudentie te verwerken (rechtsontwikkelingen)
  • het voorbereidend onderzoek beter te stroomlijnen
  • het zo in te richten dat uniewetgeving (op basis van EU-richtlijnen) probleemloos kan worden ingepast

De artikelen: hun nummering en taalgebruik

De wetgever wil met deze kwaliteitsslag een modern en handzaam wetboek produceren, dat in de praktijk onbeperkt houdbaar is. Dit is een majeure onderneming dat heel wat voeten in de aarde heeft. Niet alleen inhoudelijk, maar ook op praktische punten dienen aanpassingen plaats te vinden. Het nieuwe wetboek van strafvordering ondergaat wat dat betreft een volledige metamorfose in de nummering en taalgebruik.

De nieuwe nummering maakt het wetboek toekomstbestendiger, omdat niet teruggevallen hoeft te worden op bijvoorbeeld dubbele letters, extra titels of Romeinse cijferafkortingen. In een snel veranderende samenleving (nationaal en internationaal) zal het wetboek namelijk constant in ontwikkeling zijn. Ook de invloed van de uniewetgeving vanuit de Europese Unie is een factor waar de wetgever tevoren rekening mee moet houden. De vereenvoudigde nummering bevordert, behalve de overzichtelijkheid ook de uniformiteit met andere (opnieuw geredigeerde) wetboeken, zoals het Burgerlijk Wetboek.

Implementatie in tranches

Aangezien de modernisering van dit wetboek een enorme onderneming is, heeft de wetgever de implementatie opgedeeld in tranches op grond van de verdeling naar de zogeheten ‘boeken’. De planning (schema) van de implementatie in tranches is bij brief van de Minister van Veiligheid en Justitie op 28 oktober 2015 aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt. De planning wordt sindsdien steeds verder opgeschoven.

Op 13 mei 2016 is het aangepaste schema wetsontwerp aan de Tweede Kamer voorgelegd via wetsontwerp 29 279, nr 321, en wel als volgt:

Eerste tranche *

  • het wetsvoorstel herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (straks boek 8)
  • het wetsvoorstel digitale processtukken
  • het wetsvoorstel internationale rechtshulp (straks boek 7)
  • het wetsvoorstel strafvordering jeugdige personen

* Deze voorstellen zijn al in behandeling. De voorstellen worden t.z.t. via een aanpassingswet overgeheveld naar de juiste plaats in het nieuwe wetboek. Zij kunnen onafhankelijk van de andere onderwerpen worden afgehandeld.

Tweede tranche naar Tweede Kamer

  • wetsvoorstel boek 1 2018
  • wetsvoorstel boek 2 2018

Derde tranche naar Tweede Kamer

  • Boek 3 2018
  • Boek 4 2018
  • Boek 5 2018
  • Boek 6 2018

Vierde tranche

  • Aanpassingen en invoeringswetvoorstellen

Het is duidelijk dat de behandeling van het nieuwe wetboek van strafvordering regelmatig op de politieke agenda staat.

Termen uit de oude systematiek

Het wetboek van strafvordering kan gezien worden als een grote verzameling wetsartikelen. Gezien de omvang is het belangrijk dat de systematiek helder en eenvoudig is, wat toevoegingen van nieuwe wetsartikelen achteraf mogelijk maakt. De wetgever heeft bij de herijking van het wetboek de termen die gebruikt worden bij de onderverdeling aangehouden uit de oude systematiek:
  • hoofdstuk
  • boek
  • titel
  • afdeling
  • artikel
  • lid
  • onderdeel

Boeken

Het gehele vernieuwde wetboek van strafvordering is opgedeeld in 8 boeken. De indeling in boeken in de contourennota van 2015 leest als volgt:
  • Boek 1: Strafvordering in het algemeen
  • Boek 2: Het opsporingsonderzoek
  • Boek 3: Buitengerechtelijke afdoeningsvormen en vervolging
  • Boek 4: Berechting
  • Boek 5: Rechtsmiddelen
  • Boek 6: Bijzondere procedures
  • Boek 7: Internationale samenwerking
  • Boek 8: Tenuitvoerlegging

Hoofdstukken

De boeken hebben een verdere onderverdeling gekregen. Zij zijn onderverdeeld naar hoofdstukken. De indeling naar hoofdstukken in bijvoorbeeld boek 1 leest als volgt:
  • Hoofdstuk 1: inleidende bepalingen en definities
  • Hoofdstuk 2: de behandeling van strafzaken door de rechter
  • Hoofdstuk 3: vervolging en opsporing van strafbare feiten
  • Hoofdstuk 4: de verdachte en zijn raadsman
  • Hoofdstuk 5: het slachtoffer
  • Hoofdstuk 6: de getuige
  • Hoofdstuk 7: de deskundige
  • Hoofdstuk 8: de processtukken
  • Hoofdstuk 9: de kennisgeving van gerechtelijke stukken
  • Hoofdstuk 10: enige algemene voorzieningen

Nieuwe systematiek in de nummering

Het nummer van het bijbehorende boek is in het herijkte wetboek van strafvordering het uitgangspunt bij het aanhalen van een artikel. Dit maakt het terugvinden van het artikel eenvoudig. Elk artikelnummer begint met het bijbehorende boeknummer. Om een voorbeeld te geven:
  • Artikelen onder boek 1, beginnen met beginnummer 1 zoals in artikel 1.2.3.10
  • Artikelen onder boek 2, worden aangehaald met beginnummer 2, zoals in artikel 2.2.3.4.
  • Artikelen onder boek 3, worden aangehaald met beginnummer 3, enzovoorts

Titels van het wetboek van strafvordering

De hoofdstukken zijn verder onderverdeeld in titels. Het nummer van het hoofdstuk is gelijk aan het eerste nummer van de bijbehorende titel. Dit klinkt ingewikkelder dan het is.

Hoofdstuk 1 van boek 1 bijvoorbeeld heeft de volgende titels:
  • titel 1.1 inleidende bepalingen
  • titel 1.2 definities
Hoofdstuk 2 van boek 1 bijvoorbeeld heeft de volgende titels:
  • titel 2.1 algemene bepalingen
  • titel 2.2 relatieve bevoegdheid
  • titel 2.3 de raadkamer ... enzovoorts

Het eerste nummer van een artikel is het nummer van het boek. Het tweede en derde nummer is het nummer van de titel. Daarop volgt het specifieke nummer van het artikel.

De indeling van de hoofdstukken en titels is gemakkelijk af te leiden uit de inhoudssopgave van de wet.

Bijvoorbeeld: artikel 1.1.1.1
De cijferreeks bestaat hier uit 4 nummers:
  • Het beginnummer: dit vertelt in welk boek het gerangschikt staat. Het artikel staat in boek 1.
  • Het tweede en derde nummer: dit vertelt onder welke titel het valt. Hier staat onder titel 1.1.
  • het vierde nummer: dit is de eigen ‘code’ van het artikel (1).

Bijvoorbeeld: artikel 1.2.1.2
  • Het beginnummer: dit geeft aan, dat het artikel onder boek 1 staat.
  • Het tweede en derde nummer: dit zegt onder welke titel het staat. Het staat onder titel 2.1.
  • Het vierde nummer: dit is het specifieke nummer van het artikel (2).

Bijvoorbeeld: artikel 1.2.3.10
  • Het beginnummer: dit geeft aan dat het artikel onder boek 1 staat.
  • Het tweede en derde nummer: dit geeft aan dat het onder titel 2.3 staat.
  • Het vierde en vijfde nummer. dit is het specifieke nummer van het artikel (10).

Het nummer van de titel neemt het qua annotatie over van het hoofdstuk. Het tweede nummer is ook het nummer van het hoofdstuk of het eerste nummer van de titel. Dit is niet zo vreemd, omdat een begrijpelijke nummering gebouwd wordt op de schouders van de voorganger: boek, hoofdstuk, titel en afdeling. Hetzelfde gebeurt bij het gebruik van afdelingen. Afdelingen zijn nodig om de annotatie soepel te laten verlopen
  • titel 4.2 heeft afdelingen 4.2.1 en 4.2.2
  • titel 6.2 heeft afdelingen 6.2.1 en 6.2.2

Bijvoorbeeld artikel 1.4.2.1.3
  • Het artikelnummer bestaat uit vijf cijfers.
  • Met het beginnummer wordt het relevante boek aangegeven: boek 1.
  • Met het tweede, derde en vierde nummer wordt de afdeling aangegeven. Dit is afdeling 4.2.1 onder titel 4.2
  • het laatst nummer is het specifieke artikelaanduiding.

Soms is het voor de overzichtelijkheid nodig om een wetsartikel nog verder onder te verdelen in zogeheten leden (enkelvoud = lid). Dit wordt bijvoorbeeld op de volgende manier aangegeven:

Artikel 1.6.1.1, lid 2
  • Dit staat voor boek 1, onder titel 6.1, met specifieke nummering 1 onder lid 2.
  • Dit kan worden uitgebreid naar meer leden wanneer nodig met bijvoorbeeld de afkorting artikel 1.9.1.2 leden 1 en 2.

Soms is het voor de overzichtelijkheid nodig om een artikel dat niet verder in leden is uitgesplitst of een artikellid nog meer onder te verdelen. Daarbij gebruikt de wetgever alfabetletters met de vermelding onderdeel. Bijvoorbeeld:
  • artikel 1.6.1.3, lid 1, onderdeel b
  • artikel 1.6.4.2, lid 1, onderdeel a

Een andere afkorting, waarbij leden worden gecombineerd is bijvoorbeeld:
  • artikel 1.9.1.3, eerste lid onderdeel c en tweede lid.

Lees verder

© 2017 Meus, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Het Burgerlijk WetboekHet Burgerlijk WetboekHet burgerlijk recht is grotendeels geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Het Burgerlijk Wetboek is in 8 verschillende del…
Het recht: wetboekenHet recht: wetboekenBinnen het recht bestaan verschillende rechtsbronnen, waarvan de wet veruit de belangrijkste is. De wet is ingedeeld in…
Soorten strafrechtSoorten strafrechtHet Nederlandse rechtssysteem kent vele soorten rechten en wetten die allemaal onder de noemer 'strafrecht' vallen. In d…
Betekening van de dagvaardingEen dagvaarding wordt uitgevaardigd door de officier van justitie aan de verdachte om hem in kennis te stellen van een n…
Werken met het Nederlands wetboekWerken met het Nederlands wetboekOns wetboek bestaat uit ontelbare wetten en regels. Als jurist, maar soms ook als leek, wil je snel en handig gebruik ku…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Succo, Pixabay
  • https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29279-278.html, laatst gezien op 23 oktober 2017;
  • https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29279-321.html, laatst gezien op 23 oktober 2017;
  • Kamerstukken ii, 2015/16, 29 279, nr. 278, laatst gezien op 23 oktober 2017.

Reageer op het artikel "Strafvordering op de schop: de vernieuwde nummering"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Meus
Laatste update: 26-10-2017
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Recht en wet
Special: Nederlandse strafwetten
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!