InfoNu.nl > Wetenschap > Onderzoek > Korte beschrijving van enkele psychologische tests

Korte beschrijving van enkele psychologische tests

Korte beschrijving van enkele psychologische tests In wetenschappelijk onderzoek naar persoonlijkheid van de mens worden regelmatig verschillende testen gebruikt. Het huidige artikel geeft een beschrijving van een aantal van deze testen. Dit zijn onder andere de Twenty Statements Test (TST), de Nederlandstalige NEO-PI-R persoonlijkheidsvragenlijst en de HEXACO persoonlijkheidsvragenlijst (HEXACO-PI-R)

Belang van een handleiding

Het is belangrijk dat men, voordat men een test gebruikt, weet hoe deze test precies gebruikt/afgenomen moet worden. Elke test heeft een bijbehorende handleiding, welke dus vóór afname van de test moet worden aangeschaft en vervolgens goed gelezen moet worden. Hierin staat onder andere informatie over de itemconstructie, betrouwbaarheid van de test, validiteit van de test, het gebruik van de test en de normen/normgroepen die voor de test zijn gebruikt. Wanneer de handleiding niet of niet goed gelezen is kan de test op een verkeerde manier worden afgenomen. Hierdoor zijn de resultaten/scores van de groep proefpersonen/de persoon in kwestie niet betrouwbaar en valide. Hierdoor zijn deze resultaten niks waard en kunnen vervolgens niet gebruikt worden voor verdere analyse. Een andere belangrijke bron voor een beoordeling van de validiteit en betrouwbaarheid van een test is de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN). Het huidige artikel geeft een beschrijving van een aantal tests welke betrekking hebben tot persoonlijkheid en vaak door psychologen in de praktijk of door wetenschappers in psychologisch onderzoek gebruikt worden. Echter, de informatie die in het huidige artikel wordt aangeboden is onvoldoende om daadwerkelijk als handleiding gebruikt te worden indien men één van onderstaande tests wil afnemen. In het vervolg van dit artikel wordt de persoon waarbij de test wordt afgenomen aangeduid met 'de persoon in kwestie'.

Twenty Statements Test (TST)

In deze test moet in eigen bewoording antwoord worden gegeven op de vraag ‘Wie ben ik?’. Hierbij moet de persoon in kwestie achter elke “Ik ben..” een persoonlijkheidskenmerk van zichzelf invullen. De persoonlijkheidskenmerken worden ingedeeld in antwoordcategorieën (bijv. eigenschappen, capaciteiten, vaardigheden, etc.). Ook moet de persoon in kwestie vijf positieve en vijf negatieve eigenschappen opschrijven. Vervolgens wordt de persoonlijkheidsschets van de persoon in kwestie beoordeeld. De beoordeling vindt plaats op basis van vijf categorieën. De schets wordt beoordeeld op een schaal van 1 tot 5 waarbij 1 heel terughoudend is en 5 heel openhartig is, op een schaal van 1 tot 5 waarbij 1 heel vaag en abstract is en 5 heel duidelijk en concreet is, op een schaal van 1 tot 5 waarbij 1 heel onsamenhangend is en 5 heel samenhangend is, op een schaal van 1 tot 5 waarbij 1 negatief gesteld is en 5 positief gesteld is, op een schaal van 1 tot 5 waarbij 1 heel oppervlakkig is en 5 heel diepgaand is en tot slot op een schaal van 1 tot 5 waarbij 1 heel eenvoudig is en 5 heel complex is.

NEO-PI-R persoonlijkheidsvragenlijst

De Nederlandstalige NEO-PI-R persoonlijkheidsvragenlijst is een geautoriseerde vertaling van de in 1992 uitgekomen revisie van de NEO Personality Inventory van Costa & McCrae. De NEO-PI-R bestaat uit vijf domeinen en dertig facetten. Dit zijn: Neuroticisme (met de facetten Angst, Ergernis, Depressie, Schaamte, Impulsiviteit en Kwetsbaarheid), Extraversie (met de facetten Hartelijkheid, Sociabiliteit, Dominantie, Energie, Avonturisme en Vrolijkheid), Openheid (met de facetten Fantasie, Esthetiek, Gevoelens, Veranderingen, Ideeën en Waarden), Altruïsme (met de facetten Vertrouwen, Oprechtheid, Zorgzaamheid, Inschikkelijkheid, Bescheidenheid en Medeleven) en Consciëntieusheid (met de facetten Doelmatigheid, Ordelijkheid, Betrouwbaarheid, Ambitie, Zelfdiscipline en Bedachtzaamheid). De betekenis van de resultaten van de persoon waarbij de test wordt afgenomen kan afgelezen worden door middel van stanines. Staninescores representeren een interval. Er zijn negen gelijke intervallen. Hoe hoger de stanine waarin het resultaat valt, hoe meer deze eigenschap op de persoon in kwestie van toepassing is.

Interpretatie van de scores:
  • Mensen met een lage score op Neuroticisme zijn emotioneel stabiel, maken zich niet snel zorgen en zijn moeilijk uit het lood te slaan. Men is tevreden met zichzelf, ontspannen en weinig emotioneel. Ze hebben gewoonlijk een gelijkmatig humeur en benaderen stresssituaties rustig en zonder gespannen opwinding. Mensen die hoog scoren op bijvoorbeeld het facet schaamte voelen zich niet op hun gemak in het gezelschap van anderen. Ze voelen zich snel bekeken en beoordeeld; ze zijn gevoelig voor spot. Het facet Impulsiviteit verwijst naar het onvermogen om verlangens, impulsen en gevoelens te beheersen.
  • Mensen die hoog scoren op Extraversie zijn sociale mensen in die zin dat ze graag in het gezelschap van anderen vertoeven en van gezelligheid houden. Ze zijn vaak assertiever, spraakzamer en actiever dan introverten. Ze houden van opwinding en spannende acties en zijn opgewekt van aard. Zij zijn doorgaans goedgemutst, energiek en optimistisch. Bij hele lage scores op deze schaal spreken we van introversie. Dit zijn niet zozeer ongezellige nurkse mensen, maar veeleer gereserveerd. Ze zijn meer onafhankelijk dan onderdanig en eerder rustig dan sloom. Introverte mensen zijn doorgaans niet verlegen, maar geven er vaak de voorkeur aan om alleen te zijn. Twee facetten van extraversie zijn hartelijkheid en energie. Hartelijke mensen zijn vriendelijk, en tonen in hun aandacht voor anderen dat ze echt op mensen gesteld zijn. Zij die laag scoren op energie zijn kalmer en minder gedreven en ze houden van een meer ontspannen levensstijl.
  • Mensen die hoog scoren op Openheid zijn nieuwsgierig en fantasievol zowel ten aanzien van de innerlijke wereld als de buitenwereld. Hun ervaringswereld is doorgaans rijker en gevarieerder dan die van laagscoorders, die we conventioneel of gesloten kunnen noemen. Voorbeelden van facetten op Openheid zijn fantasie en ideeën. Hoogscoorders op fantasie hebben een actieve en levendige fantasie. Dagdromen is voor hen niet eenvoudigweg een ontsnapping, maar een manier om een interessant innerlijk leven te creëren. Hoogscoorders op ´ideeën’ hebben zowel plezier in filosofische gesprekken als in ingewikkelde puzzels.
  • Altruïsme is de mate waarin iemand het belang van anderen boven zijn eigen belang stelt. Altruïstische mensen zijn hulpvaardig, bescheiden, vriendelijk en geneigd tot samenwerken; ze verplaatsen zich in de ander en bezien situaties (mede) vanuit het doel van de ander. Een voorbeeld van een facet is oprechtheid. Lager scoren op dit facet betekent meer bereid zijn de waarheid of je ware gevoelens te verhullen, maar dat wil nog niet zeggen dat steeds van een oneerlijke, manipulatieve persoon sprake is.
  • De consciëntieuze persoon wordt gekenmerkt door eigenschappen als ambitieus, betrouwbaar en gewetensvol. Het kan ook slaan op het doen wat moet: een pro-actief proces van het plannen, organiseren en uitvoeren van taken die iemand op zich heeft genomen. Een voorbeeld van een facet is zelfdiscipline. Laagscoorders beginnen eerder met uitstellen, zijn gauwer ontmoedigd en geven het eerder op. Hoogscoorders op het facet bedachtzaamheid zijn voorzichtig en gaan weloverwogen te werk.

De Thematische Apperceptietest (TAT)

De Thematische Apperceptietest (TAT) is een projectieve test die gebruikt wordt in de psychologie om te kijken of bij een individu bepaalde cognitieve functies als fantasie en inlevingsvermogen goed tot ontwikkeling zijn gekomen. Aan de persoon in kwestie wordt een bepaalde afbeelding gegeven. Vervolgens moet de persoon in kwestie de afbeelding beschrijven en deze beschrijving opschrijven. Er staan drie thema’s centraal die in een beschrijving van een afbeelding naar voren kunnen komen: Need for Achievement, Need for Intimacy en Need for Power. Onder ‘Need for achievement’ wordt verstaan: de behoefte aan succes, de behoefte om ‘iets te bereiken’ en hoge individuele prestatienormen. Onder ‘Need for intimacy’ wordt verstaan: de behoefte aan sociale contacten, de behoefte aan relaties met anderen en de afhankelijkheid t.o.v. andere op prijs stellen. Verder wordt onder ‘Need for Power’ verstaan: de behoefte aan macht, de behoefte aan impact op anderen en dominantie. Er wordt gekeken welk thema het meeste voorkomt en hieruit worden conclusies getrokken over wat de persoon in kwestie belangrijk vindt in het leven.

HEXACO persoonlijkheidsvragenlijst

De Nederlandse gereviseerde HEXACO persoonlijkheidsvragenlijst (HEXACO-PI-R) is een uit het Engels vertaalde vragenlijst die de zes belangrijkste persoonlijkheidsdimensies meet, namelijk Vedraagzaamheid (H), Emotionaliteit (E), Extraversie (X), Inschikkelijkheid (A), Consciëntieusheid (C), en Openheid voor ervaringen (O). Ook hier worden de scores omgezet in stanines. Er wordt niet direct naar deze dimensie gevraagd. Er worden vragen gesteld welke indirect deze dimensies meten.

Interpretatie van de scores:
  • Personen die laag op integriteit/verdraagzaamheid scoren zetten zichzelf op de eerste plaats, zijn gehecht aan materiële zaken, kunnen de verleiding moeilijker weerstaan om regels te overtreden als ze er zelf beter van worden, en zullen eerder vleien als dit helpt om persoonlijke doelen te realiseren.
  • Personen die hoog scoren op Emotionaliteit zijn eerder ongerust, bezorgd en bang als er gevaar dreigt of als er druk op ze wordt uitgeoefend. Daarnaast hebben ze een relatief grotere behoefte aan emotionele steun van anderen en zijn in de relatie met anderen eerder geneigd mee te leven met andermans zorgen. Personen die laag op deze schaal scoren voelen zich minder emotioneel, meer afstandelijk en onafhankelijk in persoonlijke relaties. Zij hebben de neiging om weinig angst te voelen in stresserende of gevaarlijke situaties.
  • Personen die laag op extraversie scoren zijn geneigd zich gereserveerd op te stellen tijdens sociale bijeenkomsten. Ze denken dat ze niet populair zijn en ze voelen zich minder levendig en enthousiast en niet op hun gemak als ze in het middelpunt van de aandacht staan.
  • Personen die hoog scoren op Verdraagzaamheid hebben de neiging om compromissen te sluiten en samen te werken met anderen, anderen mild te beoordelen, naar anderen toe rustig te blijven, boosheid onder controle te houden, en onrecht dat is aangedaan te vergeven. Personen die laag op deze schaal scoren worden eerder boos als ze zich benadeeld voelen en houden vaker een wrok tegen mensen die hun beledigd of bedrogen hebben. Ze zijn vaker kritisch ten aanzien van andermans’ beperkingen en hebben de neiging hun eigen mening koppig te verdedigen.
  • Personen die laag op Consciëntieusheid scoren staan relatief onverschillig tegenover de mate waarin hun omgeving op orde is en houden zich minder sterk aan tijdschema’s. Ze maken zich niet erg druk om fouten in het werk, streven geen uitdagende of moeilijke doelen na, en nemen impulsief beslissingen.
  • Personen die laag op Openheid scoren zijn niet onder de indruk van kunst en zijn minder geïnteresseerd in sociale wetenschappen of natuurwetenschappen. Ze zijn niet geneigd creatieve beroepen te kiezen en voelen zich niet erg aangetrokken tot buitenissige of radicale ideeën en mensen.

De Reinforcement sensitivity test

De Reinforcement sensitivity test is opverdeeld in de BAS en de BIS. De BIS staat voor Behaviour Inhibition System, dus het gedragsvermijdingssysteem, en BAS staat voor Behaviour Approach System, dus het gedragsbenaderingssysteem. Dit systeem is gebaseerd op het straffen en belonen.
  • Het BAS-systeem is het activatie systeem. Dit systeem zorgt ervoor dat iemand gevoelig is voor mogelijke beloning en dat iemand ook actief op zoek gaat naar beloning. Het zorgt er dus voor dat je op zoek gaat naar stimuli waar je mogelijk voordeel uit kunt halen. Een actief BAS-systeem zorgt voor impulsief gedrag.
  • Het tweede systeem is het BIS-systeem. Dit is het systeem dat ervoor zorgt dat iemand gevoelig is voor mogelijke straf waardoor iemand gemotiveerd is om straf te voorkomen. Een actief BIS-systeem zorgt voor angst. Dit kan vertaald worden naar faalangst in het studieproces.

Regulatory Focus test

Regulatory Focus test is opgedeeld in promotiefocus en preventiefocus. Bij een promotiefocus wordt er gestreefd naar idealen en de aanwezigheid van positieve uikomsten. Pijn en plezier wordt hier bepaald door de aan‐ of afwezigheid van positieve uitkomsten. Daarentegen is het uitgangspunt bij een preventiefocus niet zozeer idealen, dan wel verplichtingen en verantwoordelijkheden. Hierbij wordt gestreefd naar de afwezigheid van negatieve uitkomsten. Pijn en plezier worden bij de preventiefocus dus bepaald door aan‐ of afwezigheid van negatieve uitkomsten.

Interpretatie van de scores:
  • Stel, op promotiefocus scoort iemand in stanine 3. Dit is onder gemiddeld. Deze persoon reageert waarschijnlijk niet uitbundig en voelt zich niet extreem depressief als hij/zij zijn/haar doelen niet haalt. Hij/zij besteedt weinig aandacht aan situaties waarin er iets te winnen valt en laat zich niet sterk leiden door idealen. Het is aannemelijk dat hij/zij minder sterke emoties zal ervaren in situaties waarbij hij/zij de kans aan zich voorbij heeft laten gaan om te bewijzen of te ontwikkelen.
  • Stel, op preventiefocus scoort iemand boven gemiddeld, bijvoorbeeld in stanine 7. De persoon is waarschijnlijk geneigd situaties te vermijden die een potentiële bedreiging vertonen voor hem/haar veiligheid, die verlies kunnen inhouden of die ingaan tegen zijn/haar normen en waarden. De persoon ervaart opluchting en ontspanning als hij/zij mogelijke bedreigingen weet te voorkomen en is bezorgd en angstig wanneer dit niet het geval is.

Spanningsbehoeftelijst (SBL)

Verder is er nog de Spanningsbehoeftelijst (SBL). Met de SBL kan een persoonlijkheidsaspect - spanningsbehoefte - in kaart worden gebracht. De SBL is gebaseerd op de Sensation Seeking Scales van Zuckerman die op basis van factoranalyses de vier genoemde aspecten van spanningsbehoefte heeft onderscheiden. De lijst bestaat uit 68 items die voor de volgende vier aspecten een score opleveren: Risicobereidheid, Ervaringsgerichtheid, Behoefte aan verandering en Ontremming. Er kan ook een algemene score voor spanningsbehoefte berekend worden.

Interpretatie van de scores: Stel, op Risicobereidheid valt de score van iemand in stanine 3. Dit is onder het gemiddelde. Waarschijnlijk heeft deze persoon een lage bereidheid activiteiten te ondernemen, die een fysiek gevaar met zit mee brengen. Stel, op Ervaringsgerichtheid scoort zij in stanine 4. Dit is iets onder de score van de gemiddelde Nederlander. Deze persoon heeft waarschijnlijk minder de neiging tot een onconventionele manier van leven, waarbij men gericht is op het opdoen van ervaringen, dan de gemiddelde Nederlander. Stel, op Behoefte aan Verandering scoort iemand tevens in stanine 4. De behoefte aan een voortdurende afwisseling zowel qua omgeving als in contacten met mensen is bij deze persoon hoogst waarschijnlijk niet erg hoog. Op de laatste schaal, Ontremming, scoort iemand bijvoorbeeld in stanine 3. Dit is onder het gemiddelde. Verwacht mag worden dat deze persoon minder de behoefte heeft om zich in sociale situaties uit te leven, door onder meer het drinken van alcohol, dan de gemiddelde Nederlander. Uit bovenstaande berekend men de algemene spanningsbehoefte de persoon in kwestie, wat in dit geval een 3 zou zal zijn. Deze score is onder gemiddeld. De persoon in kwestie heeft hoogstwaarschijnlijk geen hoge spanningsbehoefte.

Het HEXACO-PI-R persoonlijkheidsrapport

Het HEXACO-PI-R persoonlijkheidsrapport moet door de proefpersoon/persoon waarbij de test wordt afgenomen en tevens door een goede bekende van deze persoon worden ingevuld. Het verschil tussen het HEXACO-PI-R persoonlijkheidsrapport en de lexiale HEXACO test is dat de lexicale HEXACO test betrekking heeft op persoonlijkheidseigenschappen (zelfverzekerd, klagerig, trouw, etc.) waarbij de persoon in kwestie moet aangeven in hoeverre deze op hem/haar van toepassing zijn. Bij het HEXACO persoonlijkheidsrapport krijgen de persoon in kwestie en zijn/haar bekende stellingen te zien, waarvan zij moeten aangeven in welke mate deze van toepassing zijn op de persoon in kwestie. De domeinen voor beide testen zijn hetzelfde.

Interpretatie van de scores:
  • Wanneer de scores van de bekende van de persoon in kwestie en haarzelf overeenkomen, betekent dat dat de persoon even consciëntieus/extravert/etc. overkomt op haar omgeving als dat hij/zij zelf vind dat hij/zij is of aangeeft dat hij/zij is.
  • Wanneer de scores van de bekende van de persoon in kwestie hoger zijn dan de score van zichzelf, betekent dat dat de persoon consciëntieuser/extraverter/etc. overkomt op haar omgeving als dat hij/zij zelf vind dat hij/zij is of aangeeft dat hij/zij is.
  • Wanneer de scores van de bekende van de persoon in kwestie lager zijn dan de score van zichzelf, betekent dat dat de persoon minder consciëntieus/extravert/etc. overkomt op haar omgeving als dat hij/zij zelf vind dat hij/zij is of aangeeft dat hij/zij is.

Balanced Inventory of Desirable Responding (BIDR)

De BIDR-schaal is opgedeeld in Zelf-deceptieve overschatting en Impressiemanagement.
Zelf-deceptieve overschatting is de mate waarin iemand vindt dat hij of zij beter is dan dat hij/zij in werkelijkheid is en dus betere eigenschappen aan zichzelf toedicht. Bij de Zelf-deceptieve overschatting zijn er drie combinaties mogelijk betreffende het verschil tussen de eigenscore en de peer-score.
  • Wanneer de eigen score lager is dan de score van de peer betekent dit dat de persoon in kwestie bescheiden is en zichzelf wegcijfert.
  • Wanneer de eigen score hoger is dan de score van peer betekent dit juist het tegenovergestelde. De persoon in kwestie is totaal niet bescheiden maar verwaand en cijfert zichzelf helemaal niet weg maar denkt vooral aan zichzelf.
  • Wanneer de scores van de persoon in kwestie en de peer ongeveer overeenkomen is de persoon in kwestie niet bescheiden maar ook niet verwaand. Hij/zij vind zichzelf niet beter dan dat hij/zij in werkelijkheid is.
Impressie management handelt over de discrepantie tussen “willen” en “zijn”. Anders gezegd: over "dat wat wij willen dat gezien wordt” en "datgene dat wordt waargenomen”. Het gaat hierbij om de beïnvloeding van het eigen beeld, de zelf-presentatie. Bij Impressiemanagement zijn er drie combinaties mogelijk betreffende het verschil tussen de eigenscore en de peer-score.
  • Wanneer de score van de persoon in kwestie hoger is dan de score van de peer kan dit betekenen dat de persoon in kwestie zichzelf bewust beter voordoet dan dat de peer haar ziet.
  • Wanneer de score van de persoon in kwestie lager is dan de score van de peer dan is het tegenovergestelde waar.
  • Wanneer de score van de persoon in kwestie en de peer gelijk aan elkaar zijn dan is er van beide van bovenstaande geen sprake.

Role Construct Repertory Grid Test

De Repertory Grid Techniek is gebaseerd op George Kelly’s psychologische theorie van persoonlijke constructen. De essentiële bouwstenen van deze theorie en de Repertory Grid Techniek zijn de persoonlijke interpretaties en beoordelingen van mensen over hun omgeving. Deze omgeving heeft betrekking op mensen, plaatsen, objecten of een combinatie van alle drie. De persoon in kwestie wordt gevraagd een aantal namen van mensen in haar omgeving op een namenformulier te schrijven. Vervolgens moet hij/zij aan de hand van een rasterblad verschillende eigenschappen bedenken waar 1 van de 3 aangegeven personen over beschikken (Dit klinkt onduidelijk wanneer men niet gewend is met deze test te werken, maar wanneer men dit rasterblad ziet wordt het duidelijker). Deze eigenschappen zijn constructen. Vervolgens kijkt men welk construct meerdere malen voorkomt (De persoon in kwestie kan bijvoorbeeld vaak het construct betrouwbaarheid gebruiken). Tevens wordt gekeken met welke belangrijke waarden de eigenschappen veel overeenkomen (De persoon in kwestie schrijft bijvoorbeeld veel eigenschappen op ie te maken hebben met extraversie en oprechtheid). De persoon in kwestie geeft zelf ook aan welke constructen hij of zij erg belangrijk vindt. Vervolgens worden de eigenschappen van de personen in de omgeving van de persoon in kwestie (zoals beste vriendin, partner, ouders en vijanden) met elkaar en met de persoon in kwestie zelf vergeleken.

Normgroepen

De normgroep voor de BAS/BIS, Regulatory Focus en SBL zijn 236 tweedejaars psychologie en pedagogiek studenten. De normgroep voor de HEXACO en NEO-PI-R zijn gemiddelden uit de jaren ’70. Voor de BIDR is de normgroep een groep bachelor studenten aan de University of British Columbia (VS). Voor de rest van de testen is er geen normgroep.

Lees verder

© 2011 - 2017 Cst1991, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Werken bij de politie – Info over de sollicitatieprocedureWerken bij de politie – Info over de sollicitatieprocedureWerken bij de politie lijkt simpel. Maar het is niet zo makkelijk als veel mensen denken. Bij dit werk komt er nog veel…
Shuttle run testIedereen heeft wel eens gehoord van de shuttle run test of de piepjestest. Deze test wordt wereldwijd gebruikt en aanger…
Waarom testen op hoogbegaafdheid?Waarom testen op hoogbegaafdheid?Waarom moet je testen op hoogbegaafdheid? Dit is een vraag die mensen zich waarschijnlijk stellen. Het is goed mogelijk…
Psychologische test: Rorschach test (inktvlekken test)De Rorschach inktvlekken test is een psychologische test. De Rorshach test behoort tot de zogenaamde indirecte methoden…
Test - Persoonlijkheidstype A of B?Test - Persoonlijkheidstype A of B?Persoonlijkheidstype A of B? Test welk persoonlijkheidstype jij bent. Je persoonlijkheid speelt een grote rol in het ont…

Reageer op het artikel "Korte beschrijving van enkele psychologische tests"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Cst1991
Gepubliceerd: 13-04-2011
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Onderzoek
Schrijf mee!