InfoNu.nl > Wetenschap > Diversen > Sprookjes. Vertellen aan kleuters

Sprookjes. Vertellen aan kleuters

Sprookjes. Vertellen aan kleuters Is het goed om kleuters sprookjes te vertellen? In vroeger eeuwen zou deze vraag zinloos zijn geweest, daar men het vanzelfsprekend vond. Toen men echter steeds meer rationeel ging denken begon men sprookjes als onwaarheden te beschouwen. Maria Montessori verbood zelfs deze "leugens" aan kinderen te vertellen. Om het antwoord te vinden moeten we het wezen van de kleuter begrijpen en leren zien wat sprookjes in wezen te vertellen hebben.

Het wezen van de kleuter

Wat er in een klein kind aan gevoelens en gedachten aanwezig is, staat ver buiten ons eigen bewustzijn en zielenleven. De kleuter wordt dagelijks geboeid door dingen, die wij als volwassenen heel gewoon vinden. Kinderen worden geboeid door de elementen (water, vuur, lucht en aarde).

Kinderen lopen door een plas water, varen op vlotten, leggen bruggen en dammen aan en men kan duidelijk zien dat het hen behalve genot ook iets anders verschaft. Het kind geeft zich er aan over, het wezen van het water boeit hen. Het waterelement werkt "genezend" en geeft kinderen iets terug van innerlijk leven en innerlijke rust, die zij ten gevolge van de veranderingen in de moderne tijd meer en meer verliezen.

Met het element vuur is het moeilijker gesteld. Het kind is door de centrale verwarming van dit, voor de kinderlijke ontwikkeling onontbeerlijk element, vervreemd. Geen wonder dat kinderen stiekem vuurtje gaan stoken, ze moeten het element leren kennen.

Het element lucht ontmoeten kinderen in fluitjes, toeters en zweefpijlen. Vliegeren is een spel waar ze zich graag mee bezighouden. Dit spel verheft hen naar hogere sferen. De aarde leren kinderen kennen door het graven in de zandbak en aan het strand. Hutten worden gemaakt in de aarde.

Wie is de kleuter?

  • De kleuterperiode ligt tussen het derde en zevende levensjaar. Het meest karakteristieke kenmerk is de koppigheid. De kleuter wil niet dwarsbomen maar ontwikkelt in deze periode een eigen wil.
  • Het wilsleven zoekt een zo wijd mogelijk oefenveld en wendt zich langzamerhand van de volwassenen naar leeftijdsgenoten.
  • Het kind wil op straat spelen met vriendjes en vriendinnetjes, waar hij kan leren wat hijzelf en de ander "waard " zijn.
  • Het "zelfgevoel" gaat zich ontwikkelen, het machtsgevoel en het waardegevoel.
  • De kleuter zoekt zijn steun in de buitenwereld. Het eigenwaardegevoel wordt sterk bepaald door geprezen worden, gewaardeerd of gecorrigeerd worden.
  • De tegenhanger van eigenwaarde is het gevoel van minderwaardigheid en schaamte. Schaamte treedt op als men beneden het zichzelf gestelde ideaal blijft.
  • Op cognitief gebied spreekt men hier van het "Ik-bewustzijn" . De subject- en objectsplitsing wordt versterkt.
  • Met de ontwikkeling van het wilsleven komt een kind ook langzaam tot zelfbeheersing.
  • Na de koppigheidsperiode vindt een verzakelijking van het wereldbeeld plaats. Dit leidt tot een sterkere scheiding tussen waarneming en gevoelsleven.
  • De ordening van tijd gaat zich ontwikkelen, de verschuiving van gevoel naar verstand in het waarnemen.
  • Het ordeningsprincipe van de causualiteit treedt aan, het optreden van waarom-vragen, die hun hoogtepunt bereiken in het vijfde levensjaar.
  • Het kind voelt zich vaak machteloos tegenover de werkelijkheid, zijn zakelijke kennis laat hem nog vaak in de steek.
  • Het magische wordt hier tegenover gezet. Het magische is het sterkst vertegenwoordigd tussen het vierde en zevende levensjaar, daarna zwakt het af.
  • Nauw verbonden met het magische is het geloof in sprookjes.
  • De sprookjeswereld staat naast de realiteit. De sprookjesfase is belangrijk voor de ontwikkeling van de fantasie.

Het basisschoolkind

Bij een basisschoolkind vindt een vrij sterke geestelijke verandering plaats. Daaraan vooraf gaat een lichamelijke verandering. De kracht van de motorische activiteit neemt sterk toe. Op psychisch terrein gaat daarmee een extraversie gepaard: een zich wenden naar de buitenwereld, de verovering van de werkelijkheid. Toch gelooft het kind nog in de schijnwereld (het sprookje). Langzaam trekt de wereld van de werkelijkheid alle interesse tot zich. Het kind komt nu met de vraag: "Is dat echt gebeurd?". Het kind houdt nog wel van sprookjes en wil graag dat ze voorgelezen worden, maar bekijkt ze realistisch. Dit kind gelooft niet meer in kabouters, feeën, heksen en tovenaars. Het kind bekijkt de wereld realistisch, accepteert die zoals deze waargenomen wordt.

De herkomst van het sprookje

De gebroeders Grimm gaven in 1812-1814 hun eerste delen uit van de "Kinder- und Hausmärchen".

Hoe is het sprookje in onze westerse wereld terechtgekomen?
  • Volgens Grimm zijn sprookjes Oud-Germaanse, heidense mythen en sagen. Via de volksoverlevering zouden ze al duizenden jaren bestaan.
  • Een andere theorie uit 1848 zegt dat sprookjes in India zouden zijn opgetekend en langs literaire weg naar Europa zijn gebracht.Deze theorie wordt de Oriëntaalse theorie genoemd.
  • Door vergelijking van sprookjes uit alle delen van de wereld toonden etnologen aan dat vroeger veel volkeren overeenstemming vertoonden. Overal zouden de zelfde sprookjes oorspronkelijk zijn. (Polygenese, poly = veel, genese-genesis = ontstaan, worden).
  • Vermeldenswaard is de "Historisch-geografische theorie ". Sprookjes zouden op elke willekeurige plaats ontstaan kunnen zijn. De meeste sprookjes die wij hier kennen zouden door Boeddhistische monniken verteld en mondeling aan "ons " overgeleverd zijn, aangepast aan de gebruiken die hier en toen golden.

De opbouw van het sprookje

Alle sprookjes hebben wel enige overeenkomst. Hieronder volgen enkele van die overeenkomsten:
  • De tegenstelling tussen goed en kwaad.
  • Het goede is mooi, het slechte is lelijk.
  • Het goede overwint altijd, meestal op een gezochte manier.
  • De oplossingen komen vreemd en onverwacht.
  • Elk sprookje heeft de natuur als omgeving.
  • Meestal wordt een zelfde handeling herhaald.
  • Het sprookje heeft altijd een happy end. "En ze leefden nog lang en gelukkig........"

Waarom worden sprookjes verteld?

Vroeger vonden door middel van de sprookjes de generaties elkaar. Is dit nog zo? Ik betwijfel het. Het is waar dat de mens er altijd naar heeft gestreefd om zijn kinderen minstens de eigen cultuur mee te geven. In de tijd van de Grimms hadden de generaties contact met elkaar door de verhalen die 's avonds bij het haardvuur werden verteld. Men vertelde graag en had tijd genoeg. En de kinderen hingen aan hun lippen. Degene die nu regelmatig vertelt, zal zeggen dat het vanzelfsprekend is dat kinderen stil luisteren. Er zijn nu eisen aan sprookjes gesteld. Het moet tenslotte, wil het een verhaal voor kleuters zijn, aangepast zijn aan de psychische ontwikkeling van het kind.

Enkele gestelde eisen zijn:
  • Het verhaal van het sprookje moet in beginsel in het kind aanwezig zijn. Voorkomende gegevens moeten voor het kind niet vreemd zijn en uit het dagelijks leven komen. De "oppervlakkigheden", het lieve elfje, de lelijke heks, de kabouter, mogen fantasie zijn, maar de diepere waarden moeten bekend zijn.
  • Het sprookje moet spaarzaam zijn met samenstellingen en gecombineerde beelden. Een gemene heks met klauwen en een lief, knap gezicht passen niet bij elkaar.
  • Het kind moet zich kunnen identificeren.
  • De illustraties moeten op kinderen zijn afgestemd, heldere warme kleuren hebben en eenvoudig zijn. De tekeningen mogen beslist geen karikaturen zijn. Illustraties, door kleuters zelf gemaakt, zijn af te keuren.

Wat zijn sprookjes?

Waar men de eigenlijke inhoud van sprookjes wil leren kennen, kunnen spreekwoorden een weg wijzen. De spreekwoorden spreken tot ons een zelfde taal als door de sprookjes tot ons gesproken wordt. Als bijvoorbeeld iemand zegt: " Stille wateren hebben diepe gronden" kan een verstandelijk denkend persoon zeggen dat stille wateren meestal niet diep zijn, juist de wild bewegende zeeën zijn diep. Hij, die de beeldentaal der spreekwoorden verstaat begrijpt dat het genoemde op een mens betrekking heeft en niet letterlijk maar figuurlijk een waarheid uitdrukt. Op de zelfde wijze spreken de sprookjes. Letterlijk en uiterlijk genomen is dat wat zij zeggen onmogelijk, maar in de vorm van beelden brengen ze een diepe en grote waarheid tot uitdrukking. Om de stap van spreekwoorden naar sprookjes te doen leidt het volgende voorbeeld naar het oermotief van de sprookjeswereld.

Iedereen kent: "Achter de wolken schijnt de zon". Zonder de zon zouden er geen wolken zijn en zonder wolken zou de zon geen zegening zijn. Licht en donker vormen één geheel. Eerst wanneer het donker weg is, kan men het ware wezen van het licht zien.

Werden Roodkapje en haar grootmoeder niet door de wolf ( het donker) verslonden en komen zij niet als herboren tevoorschijn? Een kleuter kan dat herboren zijn niet begrijpen maar neemt de beelden op. Later worden dit begrijpende gedachten. Hier ligt de betekenis van het sprookje in de prille jeugd.

Enkele verklaringen van het sprookje

De verklaring van Freud is altijd in het seksuele te zoeken. Het "kapje " van Roodkapje bijvoorbeeld is een symbool voor de menstruatie. Het kleine meisje is een vrouw geworden en wordt met de problemen van de seksualiteit geconfronteerd.De wolf verleidt Roodkapje. De afdwaling van het " pad der deugd" wordt streng gestraft. De superioriteit van de vrouw bestaat volgens Freud in het vermogen kinderen voort te brengen. De wolf ( de man) wordt belachelijk gemaakt wanneer hij de rol van zwangere vrouw probeert te spelen (met Roodkapje en grootmoeder in zijn buik). De vergelding zorgt voor steriliteit ( de stenen in zijn buik), je mag niet spotten met een vrouw.
.
Ina Boudier-Bakker wijst op de menselijke eigenschappen in sprookjes.
De stiefmoeder van Sneeuwwitje is de verpersoonlijking van de jaloezie. Het drama van de ouderdom en de jeugd die niet te vermoorden is. Zowel Klein Duimpje als de Gelaarsde Kat zijn de uitingen van slimme onschuldige bedriegerijen. Het is de wens, die slimheid tot het uiterste prikkelt en de wens is een macht in het sprookje. Uit het verhaal van Assepoester blijkt dit ook duidelijk. Het arme meisje wenst een fijn leven en met behulp van de fantasie (de fee), krijgt ze dat uiteindelijk ook.

Mellie Uyldert ziet, ook weer in Roodkapje, de levensfasen van een mens. Grootmoeder ( de wijsheid) is ziek. Roodkapje verpersoonlijkt de tweede levensfase, de bewustwording van het "ik". Het rode kapje is de begeerte. Het kind wordt van introvert extravert. Het levensdoel wordt het zoeken naar de wijsheid. Het opgeslokt worden is de puberteit. De bevrijding is het einde ervan, de gang naar de wijsheid. De stenen in de buik van de wolf zijn het symbool voor verstand en kennis.

Het sprookje, waarin de ondeugd wordt gestraft en het goede altijd overwint, blijft met zijn gelukkige einde een van de leukste soort verhalen die wij onze kinderen kunnen vertellen of voorlezen. Al deze verhalen met fantasiefiguren als heksen en feeën helpen onze kleuters bij de ontwikkeling van hun fantasie en geven hen uren van luisterplezier. Het zal hun leventjes niet uit balans brengen door de diepere betekenis die door velen verondersteld wordt in de sprookjes, want die begrijpen ze gelukkig toch nog niet. Zij luisteren gewoon naar prachtige verhalen.

Lees verder

© 2008 - 2017 Wilvdvleuten, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De gebroeders Grimm en hun sprookjesboekDe gebroeders Grimm en hun sprookjesboekIedereen heeft weleens gehoord van het verhaal van Rapunzel, Sneeuwwitje of Doornroosje. Deze en nog andere sprookjes we…
De geschiedenis van sprookjesOnze geschiedenis kent vele verschillende sprookjes, ook tegenwoordig worden er weer meer sprookjesverhalen geschreven.…
Perrault, auteur van Sprookjes van Moeder de Gans: biografiePerrault, auteur van Sprookjes van Moeder de Gans: biografieDe naam Charles Perrault zegt veel mensen niets. Maar de titel van zijn enige, bekende werk, een publicatie waarvoor hij…
Dementie & hersengym: Sprookjesquiz voor dementen met tips!Dementie & hersengym: Sprookjesquiz voor dementen met tips!Een activiteit die vaak in een verpleeghuis, een woonzorgcentrum of op de dagbesteding met ouderen met dementie, bijvoor…
Sprookjes van Hans Christian AndersenSprookjes van Hans Christian AndersenHans Christian Andersen is een van de bekendste sprookjesschrijver. De schrijver en dichter kwam uit Kopenhagen en schre…
Bronnen en referenties
  • M. Bakker Sprookjes van Grimm , D. Fokkema e.a. Kinderpsychologie en opvoedkundige psychologie , Stone, L.J. en J. Church Beknopte ontwikkelingspsychologie , U. de Haes Kleuterwereld- sprookjeswereld , Uyldert Verborgen wijsheid van het sprookje , I. Boudier-Bakker De verschijning van de menschenziel in het sprookje
  • Vermeld: sprookjes.startpagina.nl

Reageer op het artikel "Sprookjes. Vertellen aan kleuters"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reacties

Wilvdvleuten (infoteur), 17-05-2010 12:02 #2
Leuk dat je dat vindt.
Dit artikel is een deel van mijn 37 jaar geleden (!) ingeleverde scriptie voor de PABO.
Fijn dat ook anderen dan mijn toenmalige docent het leuk vinden om te lezen.
Dankjewel voor je reactie.
Groetjes, Wil van der Vleuten

Niamh (infoteur), 10-05-2010 18:01 #1
Interessant artikel!

Infoteur: Wilvdvleuten
Laatste update: 09-03-2013
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Diversen
Special: Nederlandse grammatica
Bronnen en referenties: 2
Reacties: 2
Schrijf mee!