InfoNu.nl > Wetenschap > Economie > De waarderelevantie van actieve belastinglatenties

De waarderelevantie van actieve belastinglatenties

In dit artikel wordt gekeken naar de waarderelevantie van een actieve belastinglatentie in de jaarrekening. Daarbij wordt eerst aandacht besteed aan de theorie omtrent de opname van een belastinglatentie. We kijken onder andere naar de criteria voor het opnemen van een actieve belastinglatentie. Ook het soms sterk subjectieve karakter die een belastinglatentie heeft staat daarbij centraal. Tevens brengen we dit in relatie tot de geldende wet- en regelgeving. Vervolgens worden de resultaten uit een aantal onderzoeken nader geanalyseerd. Aan de hand van deze analyses wordt getracht de onderzoeksvraag te beantwoorden: In hoeverre zijn actieve belastinglatenties waarderelevant voor beleggers en beursanalisten? Aangezien er in de Verenigde Staten aanzienlijk meer onderzoek is verricht naar de waarderelevantie van de opname van een belastinglatentie, zal in de eerste helft van dit artikel hier aandacht aan worden besteed.

Criteria voor het opnemen van een actieve belastinglatentie

De deferral en liability methode

Voor de verwerking van belastinglatenties in de jaarrekening zijn er twee methoden, de deferral en de liability methode, zie Naarding en Langendijk (2007).

Bij de deferral methode gaat het om het verschil in resultaat tussen de commerciële en de fiscale jaarrekening. Op basis van dat verschil wordt er een latentie geactiveerd of gepassiveerd in de commerciële jaarrekening. Tot 1999 was het gangbaar om op deze wijze belastinglatenties te salderen.

De liability methode is vanaf 1999 de standaard geworden om de belastinglatentie te bepalen. Bij deze methode wordt een belastinglatentie geactiveerd of gepassiveerd op basis van het verschil in boekwaarde van activa en passiva tussen de commerciële en fiscale jaarrekening. Epe en Koetzier (2011) benadrukken dat dit geen gelukkige keuze is geweest. Aangezien er ieder jaar opnieuw moet worden nagegaan of er sprake is van een waarderingsverschil of een tijdelijk winstverschil tussen de fiscale en commerciële jaarrekening.

Commercieel en fiscaal

Bij de fiscale en commerciële jaarrekening ontstaan vaak verschillen in boekwaarden van activa en passiva. Deze verschillen ontstaan doordat de commerciële jaarrekening een ander doel beoogt dan de fiscale jaarrekening. Zoals omschreven door Kampschöer (2000) heeft de commerciële jaarrekening tot doel het verlenen van inzicht in vermogen en resultaat volgens de normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd. De fiscale jaarrekening is een grondslag voor belastingheffing volgens het goedkoopmansgebruik. Bij het goed koopmansgebruik staat het realisatieprincipe en matchingprincipe centraal. Dat betekent dat op het moment dat een ondernemer levert, hij een vordering heeft bij degene aan wie hij heeft geleverd. Over die vordering is hij dan belasting verschuldigd. Voor het verschil in belastinglast dat zal ontstaan tussen commercieel en fiscaal moet in de commerciële jaarrekening een belastinglatentie worden opgenomen. Volgens onderzoek van Brouwer e.a. (2012) zijn er drietal redenen voor de opname van een actieve belastinglatentie:
  • De belastbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en de fiscale jaarrekening;
  • De waarschijnlijke toekomstige fiscale winsten;
  • Belastingplanningsmogelijkheden waardoor fiscale winsten worden geschapen binnen de verdampingstermijn.

Bij een latentie die ontstaat door een tijdelijk verschil tussen de commerciële en fiscale jaarrekening is er feitelijke zekerheid omtrent de realisatie van een actieve belastinglatentie. Het gaat hierbij immers om tijdelijk uitstel van de betaling van belasting, zie ook Epe en Koetzier (2011). Naarding en Langendijk (2007) onderscheiden twee soorten tijdelijke verschillen waarbij een belastinglatentie moet worden gevormd:
  • Belastbare tijdelijke verschillen;
  • Verrekenbare tijdelijke verschillen.

Belastbare tijdelijke verschillen zijn verschillen die ontstaan in de toekomstige afwikkeling of realisatie van een actief of passief. Deze leiden tot een verschuldigde belasting waarvoor een passieve belastinglatentie dient te worden gevormd.

Voorbeeld verwerking passieve belastinglatentie

2011:

  • Commerciële winst voor belasting: 180
  • Fiscale winst voor belasting: 160
  • Belastingpercentage: 25%

Op basis van de fiscale jaarrekening moet er 25% * 160 = €40,- belasting betaald worden. Commercieel is dit hoger, namelijk 25% *180 = €45,-. Aangezien de belastinglast commercieel hoger is moet er een passieve belastinglatentie gevormd worden.


2012:

  • Commerciële winst voor belasting: 100
  • Fiscale winst voor belasting: 120
  • Belasting percentage: 25%

In 2012 ligt de fiscale winst juist hoger dan de commerciële winst. De passieve belastinglatentie wordt op basis daarvan gecorrigeerd. De fiscale belastinglast bedraagt 120 * 25% = €30. Commercieel wordt 100 * 25% = €25. De boeking die hieruit volgt is:


Verrekenbare tijdelijke verschillen zijn tijdelijke verschillen die leiden tot een verrekening van belasting bij realisatie of afwikkeling van het actief of passief, hiervoor dient een actieve belastinglatentie te worden gevormd.

Voorbeeld verwerking actieve belastinglatentie

2011:

  • Commerciële winst voor belasting: 80
  • Fiscale winst voor belasting: 100
  • Belastingpercentage: 25%

Op basis van de fiscale jaarrekening moet er 25% * 100 = €25,- belasting betaald worden. Commercieel is dit slechts €20,-. Commercieel moet er een actieve belastinglatentie gevormd worden van €5,-.


2012:

  • Commerciële winst voor belasting: 120
  • Fiscale winst voor belasting: 100
  • Belastingpercentage: 25%

Op basis van de fiscale jaarrekening moet er 25% * 100 = €25,- belasting betaald worden. Commercieel is dit €30,-, er moet €5,- worden afgeboekt van de actieve belastinglatentie.


Andere ontstaanswijze belastinglatentie

Een belastinglatentie kan ook ontstaan door de mate van waarschijnlijkheid van toekomstige fiscale winsten. Het bepalen van de waarschijnlijkheid van toekomstige fiscale winsten is erg lastig, IAS 12 geeft hiervoor weinig houvast. In de praktijk wordt er gebruikgemaakt van de 50%-grens. Is de kans groter dan 50% dat de onderneming in de toekomst winstgevend zal zijn, dan wordt er een actieve belastinglatentie opgenomen. Wel geeft IAS 12 richtlijnen met betrekking tot het opnemen van een actieve belastinglatentie. Zo zijn recent fiscale verliezen een aanwijzing dat er geen toekomstige fiscale winsten zullen worden behaald. De onderneming mag dan alleen een actieve belastinglatentie opnemen indien er overtuigend bewijs is dat er fiscale winsten zullen worden behaald, zie Brouwer e.a (2012). De laatste mogelijkheid betreft de belastingplanningsmogelijkheden waardoor fiscale worden geschapen binnen de verdampingstermijn. Wel moet er rekening worden gehouden met de verliesverdampingstermijn. Volgens Epe en Koetzier (2011) betreft de verliesverdampingstermijn 9 jaar. De onzekerheid die bij deze situatie hoort, is in hoeverre de fiscus bereid is akkoord te gaan met de belastingplanning.

Onderzoeken

Verenigde Staten

Eerder onderzoek in de Verenigde Staten van ondermeer Ayers (1998), Kumar en Visvanathan (2003) en Lev en Nissim (2004) hebben aangetoond dat belastinglatenties een invloed van materieel belang hebben in de jaarrekening van een onderneming. Ayers (1998) heeft onderzoek verricht naar de toepassing van het matchingprincipe voor winstbelasting op basis van Amerikaanse wet- en regelgeving. Uit zijn onderzoek blijkt dat toepassing van het matchingprincipe leidt tot waarderelevante informatie voor beleggers. De resultaten uit zijn onderzoek laten dat het activeren of passiveren van een belastinglatentie de perceptie van beleggers beïnvloedt. Beleggers beschouwen zowel een actieve als passieve belastinglatentie daadwerkelijk als een actief of passief.

Het onderzoek van Kumar en Visvanathan (2003) is gericht op veranderingen in kwartaalresultaten van de onderneming. Wanneer een kwartaalresultaat onverwacht hoger uitvalt dan dat beleggers hadden verwacht, steeg de aandelenkoers van de onderneming. De reden van het hogere resultaat blijkt daarbij geen rol te spelen. Zowel een hoger operationeel resultaat als een hoger resultaat dankzij een waardecorrectie van activa of passiva kan de aandelenkoers doen stijgen. Kumar en Visvanathan (2003) hebben dit geconcludeerd aan de hand van uitgebreide regressie analyses op Amerikaanse beursgenoteerde ondernemingen. Tevens laat het onderzoek van Kumar en Visvanathan (2003) zien dat beleggers belang hechten aan de actieve belastinglatentie. De hoogte van de actieve belastinglatentie is onder andere bepalend voor hoe het aandeel het aankomende jaar zal presteren. De hoogte van de actieve belastinglatentie is mede afhankelijk van de tijdelijke verschillen tussen de fiscale en commerciële jaarrekening. Het verschil tussen commercieel en fiscaal kan toenemen door een herwaardering van activa. Deze herwaardering heeft dan eveneens invloed op de actieve belastinglatentie. Volgens Kumar en Visvnathan zou er gesproken kunnen worden van een dubbeleffect op de aandelenkoers wanneer een onderneming overgaat tot herwaardering van activa. Ten eerste omdat een herwaardering het resultaat al beïnvloedt. Ten tweede heeft deze herwaardering invloed op de tijdelijke verschillen tussen commercieel en fiscaal waardoor eveneens de belastinglatentie verandert.

Het onderzoek van Lev en Nissem (2004) is een onderzoek naar de voorspellende waarde van het verschil tussen de fiscale en commerciële jaarrekening met betrekking tot de winstveranderingen voor de komende vijf jaar. Het gaat daarbij om de tijdelijke verschillen en tussen commercieel en fiscaal en in welke mate deze verschillen het resultaat commercieel sturen als gevolg van de opname van een belastinglatentie. Daarnaast wordt er gekeken naar de impact die deze resultaatsturing heeft op beleggers. Het blijkt dat beleggers gevoelig zijn voor de opname van een actieve belastinglatentie en dat een belastinglatentie ook daadwerkelijk als een actief of passief beschouwen. Daarbij moet wel in ogenschouw worden genomen dat het hier om belastinglatenties op basis van tijdelijke verschillen gaat.

Tevens is er in de Verenigde Staten onderzoek verricht naar de actieve belastinglatenties uit hoofde van de voorwaartse verliescompensatie en de beschikbare fiscale verrekeningsmogelijkheden. Het onderzoek van Amir en Sougiannis (1997) toont aan dat beleggers niet verwachten dat de rechten op voorwaartse verliescompensatie en fiscale verrekeningsmogelijkheden worden gerealiseerd. Amir e.a. (1999) toont wel aan dat er een positieve correlatie bestaat tussen de geactiveerde rechten op voorwaartste verliescompensatie en de beschikbare fiscale verrekeningsmogelijkheden respectievelijk de beurskoersen. Het onderzoek laat tevens zien dat beleggers en analisten slechts ten dele uit de actieve belastinglatentie uit hoofde van de voorwaartse verliescompensatie de implicaties op toekomstige cash flows kunnen afleiden. Er blijkt een spanningsveld te ontstaan bij de beoordeling van de actieve belastinglatentie door de analist of belegger. Enerzijds geeft de actieve belastinglatentie een indicatie van de in de toekomst verwachte fiscale winsten. Anderzijds wordt de aanwezigheid van de actieve belastinglatentie geassocieerd met een verhoogd risico op nog meer fiscale verliezen.

Zeng (2003) heeft onderzoek gedaan naar de waarderelevantie van actieve belastinglatenties uit hoofde van de voorwaartse verliescompensatie zonder daarbij rekening te houden met fiscale verrekeningsmogelijkheden. Het blijkt dat de waarderelevantie groter wordt bij minder fiscale restricties, zoals de beperkte termijnen voor verliescompensatie. De waarde die beleggers toekennen aan de actieve belastinglatentie neemt toe naarmate de fiscale restricties afnemen. Dat betekent ook dat het spanningsveld tussen de verwachte toekomstige fiscale winsten en het verhoogde risico op nog meer fiscale verliezen afneemt.

Nederland

Door Naarding en Langendijk (2003) is onderzoek verricht naar de waarderelevantie van actieve belastinglatenties van Nederlandse beurgenoteerde ondernemingen. In dat onderzoek hanteren zij de boekwaarde van het eigen vermogen als marktwaarde. Vervolgens wordt dit eigen vermogen opgesplitst in de actieve belastinglatentie en de boekwaarde van het eigen vermogen zonder actieve belastinglatentie. Daarna wordt er een regressietest gedaan waarbij de marktwaarde de afhankelijke variabele is en de opgenomen actieve belastinglatentie de onafhankelijke variabele. Het volgende regressiemodel wordt gehanteerd:

MWi = a + β1 EVi + β2 DTA i + μi

  • MWi: Marktwaarde van het Eigen Vermogen van onderneming i
  • EVi: Boekwaarde van het Eigen Vermogen verminderd met de Actieve Belastinglatentie van onderneming i
  • DTAi: Actieve belastinglatentie van onderneming i

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er een positieve correlatie is tussen de marktwaarde van het eigen vermogen en de opgenomen actieve belastinglatentie. Naarding en Langendijk (2003) concluderen hieruit dat de opgenomen actieve belastinglatentie wordt geassocieerd met de marktwaarde van de onderneming. Op basis van die associatie is geconcludeerd dat beleggers bij het waarderen van de onderneming waarde toekennen aan de actieve belastinglatentie. Het gebruikte model voor dit onderzoek is overigens conform Ayers (1998). De resultaten zijn eveneens vergelijkbaar. Daarnaast wordt door Naarding en Langendijk (2003) onderzoek gedaan naar de waardering van het niet opgenomen deel van de actieve belastinglatentie. Omdat de focus van deze paper ligt bij de waardering van de actieve belastinglatentie is ervoor gekozen dit onderdeel niet op te nemen.

Een ander onderzoek naar de waardering van actieve belastinglatenties is gedaan door Brouwer e.a. (2012). Bij dit onderzoek ligt de nadruk op het waarderen van actieve belastinglatenties op basis van toekomstige fiscale winsten. Verschillende onderzoeken waaronder die van Schrand en Wong (2003) en Epe (2010) hebben aangetoond dat actieve belastinglatenties grote invloed hebben op de gerapporteerde winst. Daarbij gaat Epe (2010) nog één stap verder door te pleiten dat de drempel rondom waarschijnlijkheid in onder andere IAS12 moet verdwijnen. Volgens Epe (2010) moet als hoofdregel gelden dat actieve belastinglatenties volledig in de balans moeten worden opgenomen. Reden voor deze wijziging is volgens Epe (2010) de impact die een actieve belastinglatentie heeft op de perceptie van beleggers en analisten.

Gelet op het feit dat de internationale standaard omtrent de opname van actieve belastinglatentie (nog) niet veranderd is, is het voor belangrijk dat er een robuustere methode wordt gevonden voor de waardering van actieve belastinglatenties. Het onderzoek van Brouwer e.a. (2012) richt zich daarom op het vinden van een robuustere methode voor het waarderen van de actieve belastinglatentie. Daarbij zijn de onderzoekers eerst gestart met het onderzoeken van de impact van actieve belastinglatenties op de gerapporteerde effectieve belastingdruk van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen die rapporteren op basis van IFRS. In de methode van Brouwer e.a. (2012) worden de projecties die worden gehanteerd in de impairmenttestmodellen vertaald naar verwachte fiscale winsten per fiscale eenheid. Omdat in dit model ervan uit wordt gegaan dat de fiscale winsten contant worden gemaakt, moet er rekening worden gehouden met een disconteringsvoet. Deze disconteringsvoet is meestal gelijk aan de WACC. De te hanteren risicocorrectie van de actieve belastinglatentie wordt verwerkt in de WACC door middel van een kostenvoet van het eigen vermogen en vreemd vermogen. Verwerking van de WACC in de impairmenttest vergroot de kans op het juist schatten van de fiscale winst.

WACC = (Ke * E / D + E) + (Kd * (1 – T) x D / D + E)

  • WACC: Gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet
  • Ke: Kostenvoet eigen vermogen
  • Kd: Kostenvoet vreemd vermogen
  • E / D + E: Verhouding eigen vermogen op totaal vermogen
  • D / D + E: Vreemd vermogen op totaal vermogen
  • T: Belastingtarief

Voor het bepalen van de kostenvoet op het eigen vermogen wordt de volgende formule gehanteerd:

Ke = rf + βe x MRP

  • Rf: Risicovrije rente
  • Βe: Bèta coëfficiënt eigen vermogen
  • MRP: Marktrisciopremie

De risicovrije rente is het verwachte rendement op het risicovrije actief, vaak wordt deze afgeleid van staatsobligaties. De marktrisicopremie is een vergoeding voor de investering in een actief. De Bèta coëfficiënt wordt gemeten door CAPM-model voor het marginale risico. De kostenvoet van het vreemd vermogen is het rendement dat een vermogensverschaffer van het bedrijf vereist over de rentedragende schulden. Uit de resultaten van Brouwer e.a. (2012) blijkt dat de impairmenttest een betere inschatting geeft van de actieve belastinglatentie uit hoofde van toekomstige fiscale winsten dan wanneer deze op subjectieve wijze wordt ingeschat. Deze wijze van waarderen geeft een concrete invulling aan het begrip waarschijnlijkheid en komt de betrouwbaarheid van de cijfers ten goede.

Conclusie

In dit artikel wordt getracht een antwoord te vinden op de onderzoeksvraag: In hoeverre zijn actieve belastinglatenties waarderelevant voor beleggers en beursanalisten?

Gesteld kan worden dat actieve belastinglatenties een hoge mate van waarderelevantie hebben voor beleggers en analisten. Alle onderzoeken die naar de waarderelevantie van actieve belastinglatenties zijn gedaan wijzen hierop. Daarbij speelt ook de ontstaanswijze van de actieve belastinglatentie een belangrijke rol. Zo worden actieve belastinglatentie uit hoofde van de tijdelijke verschillen tussen de fiscale en commerciële jaarrekening als betrouwbaar bestempeld. De beleggers en analisten beschouwen dit als een vordering die ook daadwerkelijk genoten zal worden. Dit geldt eveneens voor belastingplanning binnen de verdampingstermijn (mits de fiscus akkoord is). De onzekerheid omtrent actieve belastinglatenties voor analisten en beleggers zitten bij de belastinglatenties uit hoofde van de voorwaartse verliescompensatie. Deze onzekerheid ontstaat doordat een belastinglatentie die op deze wijze gevormd wordt gebaseerd is op een inschatting van toekomstige fiscale winsten. Bovendien weet men niet wanneer de fiscale winsten daadwerkelijk gemaakt zullen worden. Daarnaast bestaat er de onzekerheid over mogelijk nog meer fiscale verliezen, aangezien de actieve belastinglatentie ontstaan is uit fiscale verliezen van de voorgaande jaren.

Een oplossing rondom het waarderen van een actieve belastinglatentie uit hoofde van voorwaartse verliescompensatie is gevonden in de vorm van een impairmenttest. Bij deze test wordt de actieve belastinglatentie geschat met behulp van de aanname dat deze contant gemaakt kan worden. Het toepassen van verschillende formules waaronder de WACC in de impairmenttest hebben een gunstig effect op de inschatting van de actieve belastinglatentie. De toepassing van de impairmenttest komt de betrouwbaarheid van de cijfers en ten goede en verhoogt de waarderelevantie van de belastinglatentie uit hoofde van de voorwaartse verliescompensatie voor beleggers en beursanalisten.
© 2013 - 2018 Bosmatthieu, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Winstbelasting, verschillen en latentiesWinstbelasting, verschillen en latentiesVerschillen in de bedrijfeconomische en fiscale jaarrekening kunnen er lastig uit zien. Toch zijn tijdelijke verschillen…
Het jaarverslag: de jaarrekeningEen jaarrekening is het geheel van een balans, een resultatenrekening en de toelichting op beide onderdelen. Soms wordt…
Pas op met de 403 verklaringPas op met de 403 verklaringDe 403 verklaring is ideaal voor ondernemingen om hun administratieve lasten te verlagen. De moedervennootschap wordt aa…
De jaarrekeningDe jaarrekening is een groot onderdeel van het jaarrapport. Het geeft een goed inzicht in de financiële positie van een…
Analyse van de jaarrekeningDe belangrijkste vraag die je bij de analyse van de jaarrekening kan stellen is: wordt er winst gemaakt en hoe hoog is d…
Bronnen en referenties
  • Amir, E. en T. Sougiannis (1997), Analyst’s interpretation and inverstors valuation of tax carryforwards (Working paper). New York: Columbia University
  • Amir, E., T. Sougiannis en R.N. Freeman (1999), Analyst’s interpretation and investors’ valuation of tax Carryforwards / Discussion of ‘Analyst’ interpretation and investor’s valuation of tax Carryforwards. Contemporary Accounting Research, vol. 16, no. 1, pp. 1-33.
  • Ayers, B (1998), Deferred tax accounting under SFAS No. 109: An empirical investigation of its incremental value-relevance relative to APB No. 11 The Accounting Review, vol. 73 no. 4, pp. 195-212
  • Brouwer, A.J., E.W.J. Naarding, en S. Stoffelen, (2012). De waardering van actieve belastinglatenties en de impact op de effectieve belastingdruk onder IAS 12, Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, september, p. 421-428.
  • Epe, P. (2010), Winstbelasting in de bedrijfseconomische jaarrekening, proefschrift Nyenrode Business Universiteit
  • Kampschöer, G.W.J.M. (2000). Herleiden van de vennootschappelijke jaarrekening tot de fiscale aangifte, Amsterdam: IRETAA.
  • Kumar, K.R. en Visvanathan, G (2003), The Information Content of the Deferred Tax Valuation Allowance, The Accounting Review, Vol. 78, No. 2, pp. 471-490.
  • Lev, B en Nissim, D (2004), Taxable Income, Future Earnings and Equity Values. The Accounting Review, vol .79, No. 4, pp. 1039-1074.
  • Naarding, E.W.J. en H.P.A.J. Langendijk, (2007), De waarderelevantie van actieve belastinglatenties in Nederland, Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, september, p. 388-396.
  • Schrand C. en M.H.F. Wong (2003), Earnings management using the valuation allowance for deferred tax assets under SFA No. 109, Contemporary Accounting Research, vol. 20, no 3, pp. 579-611.
  • Zeng, T. (2003), The valuation of loss carryforwards, Canadian Journal of Administrative Sciences, vol. 166, no. 20 pp. 31-46.
  • Boeken
  • Epe, P. en W. Koetzier (2011), 19 Winstbelasting, Jaarverslaggeving, 6e druk, Wolters-Noordhoff, p. 387-415. ISBN 978-90-01-79778-2

Reageer op het artikel "De waarderelevantie van actieve belastinglatenties"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

John van der Meer, 21-03-2015 13:06 #1
Met belangstelling heb ik dit artikel gelezen. De problematiek richt zich voornamelijk op beursgenoteerde ondernemingen. Ik ben benieuwd naar de overwegingen die zouden gelden bij woningcorporaties in Nederland. Doordat enkele jaren geleden woningcorporaties vpb-plichtig werden ontstond door de fiscaal hogere instap een substantiële actieve latentie. De bizarre situatie deed zich voor dat het vermogen van woco's omhoog ging omdat zij in de toekomst belasting moesten gaan betalen. Dat klopt wellicht volgens de RJ maar de vraag is of dat in de ogen van het maatschappelijk verkeer wel deugt.

Ik bespeur een dwangmatige houding bij accountants om een actieve latentie op te nemen. "Niet opnemen" vergt bewijs dat die niet gerealiseerd wordt. Omkering van de bewijslast dus.

De impairment test biedt dan een oplossing. De fiscale winst van woco's wijkt sterk af van de commerciële (onder meer door geen afschrijving, andere onderhoudskosten, herbestedingsreserve, aanpassingen door WOZwaardeveranderingen en fiscale keuzemogelijkheden).

Kortom zou dat er niet voor pleiten om voor Woco's de keuzemogelijkheid open te laten om de over een jaar te betalen winstbelasting in de VW rek te presenteren en af te zien van actieve latenties.

Een voorbeeld: een woningcorporatie besluit tot sloop van 100 woningen. Boekwaardeverlies commercieel 1 miljoen. Fiscaal verlies 8 miljoen. Actieve latentie @ 25% 2 miljoen. Dus per saldo winst van 1 mln omdat gesloopt gaat worden en in de komende jaren extra belastinglasten om die actieve latentie weer leeg te laten lopen - terwijl geen belasting behoeft te worden betaald. Een 'verrekenpost' van jewelste die je het maatschappelijk verkeer vast niet uit kan leggen.

Infoteur: Bosmatthieu
Gepubliceerd: 28-11-2013
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Economie
Bronnen en referenties: 13
Reacties: 1
Schrijf mee!