InfoNu.nl > Wetenschap > Scheikunde > De 3 soorten stoffen (chemie)

De 3 soorten stoffen (chemie)

De 3 soorten stoffen (chemie) Er zijn 3 soorten stoffen vanuit de chemie: moleculaire stoffen, zouten en metalen. Hieronder staan alle drie de soorten beschreven en wordt uitgelegd waarom en hoe ze van elkaar verschillen. Tevens wordt er ingegaan op de werking van deze 3 soorten. Via schema's wordt duidelijk gemaakt hoe de stoffen precies in elkaar zitten. Om dit artikel te begrijpen is wel enige basiskennis nodig van de molecuultheorie. Dit artikel is bedoeld voor beginners en niet voor vergevorderde wetenschappers.

Soorten stoffen

In de chemie wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Moleculaire stoffen
  • Zouten
  • Metalen

Het systeem der elementenHet systeem der elementen
Om uit te leggen hoe deze 3 basisstoffen zijn opgebouwd moeten we eerst kijken naar de elementen. De elementen (verschillende soorten atomen) zijn weergegeven in een schema: het periodieke systeem der elementen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen metaal atomen én niet-metaal atomen. Grofweg is zo'n 80% van de elementen een metaal, en de overige 20% is een niet-metaal.

Moleculaire stoffen

Dit zijn de stoffen die het meeste voorkomen in het dagelijks leven. Moleculaire stoffen zijn stoffen die zijn opgebouwd uit moleculen - zoals de term 'moleculair' al zegt. Moleculen bestaan uit atomen die op hun beurt weer zijn opgedeeld in een kern met eromheen elektronen. De kern bevat neutronen en protonen. Protonen zijn positief geladen en elektronen negatief. Neutronen hebben geen lading. In een normaal atoom zijn er altijd evenveel protonen als elektronen, dus is de lading van het hele atoom ALTIJD 0!

Schematische opbouw:
Moleculaire stof > molecuul > atomen > kern (met protonen en neutronen) + elektronen

Eigenschappen:
  • Stoffen hebben ene kook- en smeltpunt

Zouten

Zouten zijn opgebouwd uit zogenaamde ionen. Een ion is een atoom waarin de lading NIET gelijk is aan 0. Daarom spreken we in zouten ook niet over atomen maar over ionen. Zouten zijn opgebouwd uit metaal en een niet-metaal ionen. Een metaal ion neemt alijd een positieve lading aan (er gaan dus elektronen weg), maar een niet-metaal neemt altijd een negatieve lading aan. Dit is belangrijk om te weten bij het oplossen van zogenaamde verhoudingsformules en bij het oplossen van neerslagreacties, maar dat zullen we verder niet bespreken in dit artikel.
Zouten zitten niet zoals een moleculaire stof in moleculen (en moleculen zitten op hun buurt in een molecuulrooster), maar in een zogenaamd ionrooster. De metaal en niet-metaal ionen wisselen elkaar regelmatig af.

Schematische opbouw:
Zout > ionrooster > metaal en niet-metaal ionen > atomen > kern (met protonen en neutronen) + elektronen

Eigenschappen:
  • Zouten kunnen oplossen in water
  • Een zout geleidt nooit stroom
  • Water met zouten erin geleidt stroom
  • Zouten kunnen zogenaamde neerslagreacties ontketenen, hierbij wordt er een zout gegooid in een zoutoplossing waardoor er een vaste stof ontstaat die vervolgens naar de bodem zinkt

Om uit te leggen hoe deze 3 basisstoffen zijn opgebouwd moeten we eerst kijken naar de elementen. De elementen (verschillende soorten atomen) zijn weergegeven in een schema: het periodieke systeem der elementen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen metaal atomen én niet-metaal atomen. Grofweg is zo'n 80% van de elementen een metaal, en de overige 20% is een niet-metaal.

Metalen

Metalen zitten in metaalroosters. Hierbij komen dus ook geen moleculen kijken. In een metaalrooster kunnen de elektronen vrij bewegen door het rooster. Hierdoor kan een metaal stroom geleiden. Een metaal is vaak te buigen zonder dat het hierbij breekt - in tegenstelling tot zouten en moleculaire stoffen - omdat de metaalatomen zo zijn geordend dat deze kunnen verschuiven in de stof. Als je een metalen liniaal buigt verplaatst je daarmee de metaalatomen waardoor het rooster niet meer regelmatig is. Daarom kan een metaal breken als je het te vaak buigt.

Schematische opbouw:
Metaal > metaalrooster > metaalatomen (kern met protonen en neutronen) + elektronen die vrij bewegen door het rooster

Eigenschappen:
  • Metalen zijn (makkelijk) te buigen
  • Een metaal geleidt stroom
© 2007 - 2017 Willem, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Scheikunde samenvattingScheikunde samenvattingDeze samenvatting gaat over :vanderwaalsbindingen, elektronenegaviteit, dipolen, waterstofbruggen en hydrofiele en hydro…
Organische en anorganische chemieBinnen de chemie (scheikunde) houdt men zich bezig met allerlei chemische verbindingen. Deze verbindingen bestaan uit ve…
Scheikunde - De soorten bindingen en stoffenScheikunde - De soorten bindingen en stoffenIn dit artikel worden de verschillende stoffen en bindingen in de scheikunde toegelicht. Welke stof heeft welke binding?
Scheikunde - verbindingenScheikunde - verbindingenTussen atomen en moleculen kunnen allerlei krachten van toepassing zijn. Er zijn veel verschillende soorten bindingen. D…
Elementen, verbindingen, zuivere stoffen en mengelsWat is het verschil tussen een atoom en een molecuul? Tussen een element en een verbinding? Tussen een stof en een mengs…

Reageer op het artikel "De 3 soorten stoffen (chemie)"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reacties

Jou, 24-01-2017 13:06 #9
Zouten geleiden wél elektriciteit in de vloeibare fase. Niet in de vaste fase

Wat Is Dit, 10-06-2015 11:27 #8
Zout kan wel stroomgeleiden hoor, je moet het alleen in de vloeibare fase brengen, dan geleid het stroom. Dus als je NaCl in de vloeibare fase brengt door het te laten smelten geleid het stroom. Of mijn scheikunde boek en mijn docent hebben het fout maar dat denk ik niet.

Lert Fontein, 29-04-2015 03:43 #7
Voor zover ik weet zijn de in onze omgeving voorkomende vaste lichamen (hout, steen, metaal enz.), vloeistoffen en gassen opgebouwd uit atomen die bij meer dan één een molecuul vormen (Hg, het atoom is ook het molecuul; He een molecuul bestaande uit 2 atomen).
Bij aardse temperaturen zijn atomen en moleculen altijd in beweging, meer beweging bij hogere temperatuur. In een vaste stof blijven de moleculen op hun plaats en is hun beweging “trillen”. Bij een egale temperatuurverdeling van de stof en haar omgeving is de trilling door de gehele stof gelijk.
In een vloeistof kunnen de moleculen vrijer bewegen doch komen desondanks maar weinig van hun plaats; ze botsen tegen elkaar binnen een beperkt gebied. In een gas is hun onderlinge afstand groot, kan de snelheid groot zijn* maar blijven als gevolg van botsen betrekkelijk op hun plaats.
*. 500 m.s-1 voor een luchtmolecuul bij kamertemperatuur.

Wanneer op een plaats energie wordt toegevoerd, bv. door zonnestraling op een oppervlak, worden de bewegingen van de moleculen in het ontvangend vlak heftiger. De emissiecoëfficiënt van het oppervlak is bepalend voor de mate van energieontvangst en uitstraling naar de omgeving. De eigenschappen van de stof zijn bepalend voor de snelheid waarmee de ontvangende moleculen hun heftiger beweging doorgeven aan de naastliggende moleculen enz.; dit is de mate van geleiding. Het doorgeven van de trilling levert voor de betreffende molecuul een verlies op.
Wanneer de vaste stof aan de andere zijde in hecht contact staat met een andere vaste stof met andere eigenschappen gaat de geleiding op dezelfde wijze verder echter in een ander tempo.
Zo denk ik dat het gaat.
Wellicht kan iemand hierop reageren.

Tristan, 07-01-2014 23:14 #6
Ik heb nog twee onwaarheid ontdekt:
1: "Een ion is een atoom waarin de lading NIET gelijk is aan 0."
2: "Zouten zijn opgebouwd uit metaal en een niet-metaal ionen."

Simpel voorbeeld: Ammoniumchloride, aka salmiak. Dit is een zout, met formule NH_4Cl en bestaat dus uit het ammonium-ion (NH_4^+) en het chloride-ion (Cl^-). NH_4 is geen atoom, maar heeft toch een lading. En dit zout bevat geen metaal-ion.

Nathalie, 29-08-2013 10:36 #5
Jullie zeggen het verkeerd:
Zouten geleiden alleen elektrische stroom, wanneer ze zijn opgelost. Dus niet de vloeibare fase (l), maar opgelost (aq).
Dit komt, omdat ze pas in oplossing, ionen (geladen deeltjes) worden die elektronen kunnen laten verplaatsen.

Lennard, 04-10-2011 21:16 #4
Isabel, je kan weten of het een moleculaire stof, een zout of metaal is, als het een moleculaire stof is heb je alleen symbolen van niet-metalen, zout heb je symbolen van metalen EN niet-metalen en metalen hebben alleen symbolen van metalen. En wat de rest ook zegt: zouten geleiden wel stroom in vloeibare fase.

Isabel, 07-12-2010 16:25 #3
Hoe kun je weten of iets een moleculaire stof, een zout of een metaal is? Dat kun je nergens vinden.

Gerrit van Wouw, 10-06-2008 13:32 #2
Zouten geleiden wel stroom: in gesmolten toestand.
niet elk zout lost in water op
elke zuivere stof heeft een smeltpunt en kookpunt, mengsels hebben een smelttraject.

Tom, 13-09-2007 14:50 #1
Eigenschappen: Een zout geleidt nooit stroom

Dit klopt niet, in vloeibare vorm geleidt een zout wel stroom.

Infoteur: Willem
Gepubliceerd: 29-03-2007
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Scheikunde
Reacties: 9
Schrijf mee!