InfoNu.nl > Wetenschap > Anatomie > De activiteiten van de lever

De activiteiten van de lever

De activiteiten van de lever De lever is het belangrijkste orgaan voor herstel van energie en biedt bescherming tegen te hoge of te lage concentraties van aminozuren, glucose en vetzuren. Methionine dient als grondstof voor meerdere zwavelhoudende aminozuren, waarbij vooral cysteïne belangrijk is voor het neutraliseren van toxische stoffen in de fase II ontgifting van de lever. Daarnaast zijn in deze fase benodigd glucuronzuur, glycine, sulfaat, glutathion, selenium, taurine, arginine en ornitine. Maar de lever is bij nog veel meer processen betrokken. Zo reguleert de lever het zuur-base evenwicht en overgevoeligheidsreacties en vormt het antistoffen in het kader van bescherming tegen lichaamsvreemde stoffen. Ook zorgt de lever voor de aanmaak van cholesterol en maakt het 95% van alle bloedeiwitten aan.

De activiteiten van de lever

Daarbij kunnen worden onderscheiden:

Energieproductie

De temperatuur in de lever is vele graden hoger dan elders in het lichaam. De lever bouwt groeihormonen (somatomedine IGF) om, bevordert de aanpassing van schildklierhormonen en het vrijzetten van de op een hormoon lijkende vitamine D. Ook zorgt ze voor levensbelangrijke voedingsstoffen en maakt ze uit het door de darmen opgenomen voedsel opgenomen middels aminozuren glucose aan.

Koolhydratenstofwisseling

De opgenomen koolhydraten worden in vetten omgezet en opgeborgen in de vetdepots in ons lichaam. De lever handhaaft normale concentraties van glucose en cholesterol in het bloed. Glycogeen (suiker in opslag) wordt door hormonen zoals adrenaline, insuline, glucagon en L-taurine weer omgezet in glucose.

Eiwitstofwisseling

Het aanmaken van (nieuwe) eiwitten en het opbouwen van aminozuren. De rangschikking van aminozuren is in het DNA gecodeerd en is belangrijk voor de samenstelling en het reguleren van het vochtgehalte van het bloed. Het enzym GGT is nodig voor de eiwitstofwisseling met een grote rol voor de pancreas. Tevens komt dit enzym voor in vele organen en in bacteriën en zwammen.

Opslagfunctie (depot)

Grote hoeveelheden enzymen, mineralen, vitaminen, spoorelementen, vetten, proteïnen en suiker (glycogeen) worden als reserve energie in de bijnieren opgeslagen. IJzer wordt opgeslagen als ferritine. Bij gebrek aan ijzeropname kan ferritine uit dit depot worden vrijgemaakt. Verder kunnen de vitaminen A, B1, B2, B11 en B12 en D worden opgeslagen. Tenslotte worden triglyceriden, verbindingen van glycerine met vetzuren, cholesterol en lipoïden in opslag genomen en vitaminen A, B12, D en K aangemaakt.

Productie van gal (vloeistof)

Dit zorgt voor vertering en opname van vetten in de darm. Door inwerking met gal ondergaan vetten een zodanige verandering dat ze door het lichaam kunnen worden opgenomen. Het breekt tevens met behulp van galzouten grotere vetbollen af tot kleinere en zorgt ervoor dat bilirubine oplosbaar wordt gemaakt. Tevens zorgt het voor het afvoeren van afvalstoffen en breekt het geslachtshormonen en bijnierschorshormonen af. De vetstofwisseling heeft als doel vetten geschikt te maken voor verbranding. Tenslotte wordt gal gemaakt van oude bloedcellen.

Ontgiftende werking

De lever filtert gebruikte en defecte cellen en hormonen uit het bloed. Het zet gifstoffen, zoals ammoniak, om in ureum en scheidt dit uit via de urine. Het inactiveert hormonen, door de omzetting van oestrogenen en corticosteroïden en zorgt voor binding aan glucozuur om vervolgens net als alle in water oplosbare stoffen de uitscheiding via de urine te laten verlopen.

Het uitscheiden van enzymen

Een levercel bevat veel enzymen, die bij beschadiging van de cel in de bloedbaan terecht kunnen komen. Het gehalte daarvan bepaalt de functiestoornis. De waarden SGPT, SGOT en LDH zijn in deze markers voor een goede leverfunctie.

Het aanmaken van lymfe

Lymfe is een uit het bloed afkomstig weefselvocht dat voedingsstoffen bevat. Het neemt deze stoffen uit het bloed op en vervoert ze via lymfevaten naar de weefsels. Bij de weefsels aangekomen neemt de lymfe de afvalproducten weer mee terug om deze afvalstoffen vervolgens aan het aderlijk stelsel af te geven. Daarna verwerken de lever en de nieren het afval en scheiden het uit.
Door opeenhopingen van gifstoffen in het lymfestelsel, dat geen pompfunctie zoals bij het bloed, kunnen allerlei aandoeningen ontstaan. Te denken valt hierbij aan: kanker, huidaandoeningen, hoofdpijn, bijholteontsteking, oor- of evenwichtsstoornissen, opgezette ogen en overmatig transpireren.

Ontgifting

De belangrijkste ontgifter in de lever van fase I en II is glutathion, dit proces verloopt via de glutathionbinding. Het is opgebouwd uit glycine, cysteïne en glutaminezuur. Een tekort aan glutathion leidt tot vermoeidheid, gewrichtsklachten, allergieën en spijsverterings- klachten. Ook bij tekorten aan vitamine B6, B11, B12 en magnesium is de lever niet in staat om voldoende methionine om te zetten. Een en ander veroorzaakt een stijging van homocysteïne, een giftig aminozuur, waarbij het risico op hart- en vaatziekten toeneemt Een remedie hiervoor is naast het consumeren van groenten en fruit, de suppletie met vitamine B11. Door de lever te ontgiften is herstel mogelijk van de GLA synthese, maar dan dient eerst de blokkering van de receptoren van vitamine B3, B6 en C te worden doorbroken. Deze blokkade werd veroorzaakt omdat toxinen zich aan de receptoren van deze vitaminen hadden gehecht en zodoende vitamine B3, B6 en C van de receptoren geen gebruik meer konden maken. De mate van ontgiften bepaalt de werking van enzymsystemen. Voor een goede werking van fase II is benodigd taurine, cysteïne en vitamine B12. Bij een slechte ontgifting vindt opslag in het bindweefsel van bloedvaten, enkels en tandvlees plaats. De leverfunctie kan beoordeeld worden door kleurstof in een ader te spuiten en na 45 minuten de resthoeveelheid van de kleurstof te checken.

Toxinen

Er bestaan twee soorten toxinen:
  • exogene toxinen, van buiten het lichaam komend
  • endogene toxinen, die van binnen het lichaam komen

Exogene toxinen

Een voorbeeld hiervan zijn chloor en chloorverbindingen, die lichaamsvreemde stoffen in fase I van de ontgifting opnemen. Vervolgens via het cytochroom P450 systeem veranderen enzymen de xenobiotische moleculen zich door oxidatie, reductie of hydrolyse (uitleg van deze begrippen, zie hieronder). Bij oxidatie kunnen epoxiden, dit zijn moleculen met een drievormige structuur, ontstaan. Het doelwit van deze zeer instabiele epoxiden, die gebonden worden met water, zijn de eiwitten en de nucleïnezuren wat de bouwstenen zijn van DNA en RNA.

Endogene toxinen

Dat zijn de afvalstoffen van het stofwisselingsproces. Hierbij geschiedt de uitscheiding van kooldioxide en vluchtige lipofiele stoffen via de longen.

Enige begrippen nader beschouwd

Oxidatie: dat is het verbinden of doen verbinden met zuurstof, is derhalve de opgewekte energie bij de stofwisseling. Hierbij worden door zuurstof, chloor en zwavelzuur elektronen onttrokken aan een atoom, wat daardoor een positieve lading krijgt. Dit wordt een protoon genoemd. De meest stabiele opbouw van een atoom is wanneer in de buitenschil acht elektronen draaien, om de kern en om de as. Ze draaien zowel links als rechts om.

Reductie: het onttrekken van zuurstof en het toevoegen van waterstof. Hierbij worden de van een negatieve voorziene lading elektronen, zoals waterstof, aan een atoom toegevoegd.

Hydrolyse: dit is het proces waarbij een chemische verbinding onder opname van water uiteenvalt in kleinere brokstukken.

Lees verder

© 2014 - 2019 Zonne, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Inspanningsfysiologie; van vertering tot energie (ATP)Zowel in rust als tijdens inspanning is energie nodig in de vorm van adenosinetrifosfaat (ATP). Ongeveer 95% van deze AT…
Antioxidanten en het Th1 en Th2 mechanismeAntioxidanten en het Th1 en Th2 mechanismeAntioxidanten, zoals bijvoorbeeld vitamine B en C, werken doordat ze vrije radicalen opsporen, waaraan ze dan een van hu…
Metabolisme; eiwitstofwisseling, eiwitopbouw en eiwitafbraakEiwitten zijn een belangrijke bouwstof voor het lichaam. Bijna alle weefsels bestaan voor een groot gedeelte uit eiwitte…
Waar zitten veel eiwitten in? Hoeveel eiwitten heb ik nodig?Eiwitten of proteïnen zijn een voedingsstof die het lichaam zelf uit de voeding haalt. Eiwitten bevoorraadden het lichaa…
Metabolisme (stofwisseling); overzicht van het metabolismeVoor alle levensprocessen in het lichaam is energie nodig. Alle energie die het lichaam nodig heeft moet uiteindelijk in…

Reageer op het artikel "De activiteiten van de lever"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Zonne
Laatste update: 06-06-2019
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Anatomie
Special: Organen
Schrijf mee!