InfoNu.nl > Wetenschap > Anatomie > Homoseksualiteit: nature of nurture?

Homoseksualiteit: nature of nurture?

Homoseksualiteit: nature of nurture? Homoseksualiteit is een onderwerp waarover de meningen nogal verschillen. Volgens sommigen is het een 'ziekte' en volgens anderen is het aangeboren. De biologische basis van homoseksualiteit vertelt ons echter dat er sprake is van een autonoom proces tijdens de ontwikkeling van de foetus en dus niet te beïnvloeden is van buitenaf.

Ontwikkeling van de geslachtsorganen

In de eerste levensfase van de foetus is er maar één geslacht, de vrouwelijke vorm. Afhankelijk van transcriptie factoren kan er van het vrouwelijke geslacht het mannelijk geslacht gevormd worden. Hiervoor is het eiwit SRY nodig, dit zat 100 miljoen jaar geleden op het tweede X-chromosoom, wat wij nu kennen als het Y-chromosoom. Bij de man is het Y-chromosoom dus het verkorte, geïnactiveerde tweede X-chromosoom, hierop ligt één gen, SRY. Een man is dus een vrouw met één extra eiwit.

Door SRY worden verschillende ontwikkelingen gestimuleerd, hiervan is de ontwikkeling van de geslachtsorganen de belangrijkste. Bij een vrouw met SRY, een man, wordt de productie van SOX9 gestimuleerd, SOX9 start de ontwikkeling van de testis. Tijdens de ontwikkeling van de testis worden Sertoli-cellen geproduceerd, deze produceren het Anti-Müller-hormoon (AMH). AMH zorgt dat de baarmoeder niet ontwikkeld wordt en dat de buis van Wolff ontstaat. De buis van Wolff hecht zich aan de testis, rolt zich gedeeltelijk op en vormt de bijbal, de rest vormt de zaadleider. Voor de ontwikkeling van de vagina of de penis zijn er plooien. Door AMH worden de plooien omgevormd tot de schacht van de penis. De clitoris ontwikkelt zich tot de eikel.

Bij de vrouw produceren de ovaria geen Sertoli-cellen, de buis van Wolf degenereert, in dit geval ontwikkelen de baarmoeder, de schaamlippen en de clitoris zich wel. Zeven weken na de bevruchting zijn de geslachtsorganen te onderscheiden. De ontwikkeling van de geslachtsorganen heeft nog niets met de gevoelens en seksuele oriëntatie van de man of de vrouw te maken, deze ontwikkeling vindt plaats in de hersenen van de foetus.

Ontstaan en ontwikkeling van homoseksualiteit

Ook de hersenen zijn tijdens de eerste fases van de foetus vrouwelijk. Het vrouwelijke hormoon estradiol stimuleert de hersenen om zich tot man te ontwikkelen. In de hersenen zit de bloed/hersenbarrière, hierdoor kan het bloed niet zomaar de hersenen in stromen. Bloedvaten die de hersenen in gaan moeten door de bloed/hersenbarrière, sommige stoffen mogen de hersenen niet in. Een vrouw heeft veel estradiol dat door geslachtshormonen is omgezet uit cholesterol, dit is een vet en kan dus niet in water worden opgelost. Het transport eiwit, alfa-foetoproteïne (AFP), bindt zich aan estradiol en zorgt voor de hele ontwikkeling van het vrouwelijk lichaam. Dit complex kan niet door de bloed/hersenbarrière, een vrouw blijft een vrouw.

Bij mannen wordt testosteron ook uit cholesterol omgevormd en bindt zich aan een ander transporteiwit dat wel door de bloed/hersenbarrière heen kan. In de hersenen zit aromatase, dit zet testosteron om in estradiol. Estradiol zorgt er voor dat de hersenen zich mannelijk ontwikkelen. Hierdoor wordt bijvoorbeeld het spraakcentrum anders ontwikkelend dan bij de vrouwelijke ontwikkeling van de hersenen.

Als je genetisch een lagere concentratie aromatase in de hersenen hebt wordt er minder testosteron omgezet in estradiol, een man blijft hierdoor vrouwelijker. Testosteron komt niet alleen uit testis, ook uit bijnier en Sertoli-cellen, vrouwen produceren ook testosteron. Als na zeven weken de mannelijke organen zich grotendeels ontwikkeld hebben wordt er meer testosteron afgegeven dan bij vrouwen. Er zijn verschillende gradaties van hoe mannelijk mannen zijn en hoe vrouwelijk vrouwen zijn. Dit is nodig voor grote verscheidenheid in de maatschappij. De natuur zorgt ervoor dat we polymorfe maatschappij hebben. Dit houdt in dat er verschillende fenotypen en variaties in het DNA zijn binnen een soort.

Als de hormoonevenwichten in de baarmoeder verschuiven heeft dit effect op de ontwikkeling van de foetus. Bij een hoge productie van testosteron bij de moeder, bijvoorbeeld door stress, kan de kans op homoseksualiteit bij vrouwen vergroot worden.
Ieder mens heeft dezelfde seksuele geaardheid waarbij we op mannen vallen. Zodra testosteron in de hersenen door aromatase wordt omgezet in estradiol, verandert de seksuele oriëntatie waardoor mannen niet meer op mannen, maar op vrouwen vallen. Deze omslag vindt in verschillende gradaties plaats. Zo ontstaat 5 tot 7 procent homoseksualiteit en ongeveer 25 procent biseksualiteit.

Verschillen tussen homo- en heteroseksuele mannen en vrouwen

De seksuele oriëntatie en differentiatie worden dus bepaald in de embryonale ontwikkeling en is gelegen in het limbische systeem. Uit Zweeds onderzoek van Ivanka Savic en Per Lindström (2008) is gebleken dat homoseksuele mannen en heteroseksuele vrouwen emoties hetzelfde ervaren, hetzelfde geldt voor homoseksuele vrouwen en heteroseksuele mannen. De amygdala legt verbanden tussen zintuiglijke waarnemingen en emoties. De activiteit tijdens dezelfde emotionele prikkel is in de amygdala van homoseksuelen mannen gelijk aan de activiteit in de amygdala bij heteroseksuele vrouwen, hetzelfde geldt voor homoseksuele vrouwen en heteroseksuele mannen. De amygdala en bijbehorende connecties zijn, in het geval van de homoseksuele man, dus vrouwelijk gebleven.

In het geval van de homoseksuele man is nature het feit dat hij een man is geworden, maar nurture is dat de hormoonevenwichten zijn verstoord. Dit is te vergelijken met de lengte van een persoon die groeit door groeihormonen. Iemand wordt gemiddeld 1.80 meter, dat is dus nature, maar door verstoring van hormoonevenwichten wordt iemand 1.70 meter, dat is nurture. Fouten in het hormoon zijn echter geen verstoringen van het evenwicht, dat is een genetische fout. Een voorbeeld hiervan is dwerggroei.

Transseksualiteit

Bij transseksualiteit is er sprake van een verschil in het uiterlijk en gedrag, maar niet in de geslachtsorganen. Transseksualiteit heeft echter niets te maken met tot wie iemand zich aangetrokken voelt, maar met geslachtsidentiteit. Een man-naar-vrouw transseksueel is lichamelijk dus man, maar voelt zich geestelijk vrouw. Het bed nucleus van de stria terminalis (BSTc) speelt een belangrijke rol bij transseksualiteit. Deze hersenstructuur, die zich dicht bij de amygdala bevindt, is bij de gemiddelde man ongeveer twee keer zo groot als bij de gemiddelde vrouw.

Uit onderzoek van Zhou et al. (1995) bleek een man-naar-vrouw transseksueel een vrouwelijke BSTc structuur te hebben. Een vrouw-naar-man transseksueel bleek een mannelijke BSTc structuur te hebben. Hieruit werd geconcludeerd dat transseksualiteit voor de geboorte wordt bepaald en dus niets met nurture te maken heeft. Critici beweren echter dat de overeenkomsten in de BSTc structuur zich pas bij volwassenen, van ongeveer 22 jaar oud, laten zien. Dat transseksualiteit niets met seksuele geaardheid te maken heeft, blijkt uit de onderstaande afbeelding. Een homoseksuele man heeft dezelfde BSTc structuur als een heteroseksuele man. Een man-naar-vrouw transseksueel heeft echter dezelfde BSTc structuur als een vrouw.

Homoseksualiteit: nature of nurture?

Seksuele oriëntatie staat los van seksuele differentiatie. De ontwikkeling van de geslachtsorganen, de seksuele differentiatie, vindt plaats in het embryonale stadium. Het begin van de seksuele oriëntatie vindt plaats in de hersenen van de foetus. De hersenen van de foetus beginnen als vrouwelijke hersenen en door het hormoon estradiol worden de hersenen gestimuleerd zich in mannelijke richting te ontwikkelen. Ieder mens heeft de seksuele geaardheid waarbij men op mannen valt. Wanneer je genetisch een lagere concentratie aromatase in de hersenen hebt, wordt er minder testosteron omgezet in estradiol en blijft de man vrouwelijker. Ook verandert dit de seksuele oriëntatie, waardoor mannen op vrouwen gaan vallen, in plaats van op mannen. Doordat deze omslag in verschillende gradaties plaatsvindt, is 25 procent van alle mannen en vrouwen biseksueel en 5 tot 7 procent homoseksueel.

Verschillen tussen homoseksuelen en heteroseksuelen beperken zich echter niet alleen tot het geslacht waar ze op vallen. Ook het ervaren van emoties is iets waarin ze verschillen. De amygdala legt verbanden tussen zintuiglijke waarnemingen en emoties. De activiteit van de amygdala bij een zintuiglijke prikkel is bij homoseksuele mannen en heteroseksuelen vrouwen hetzelfde. Hetzelfde geldt voor heteroseksuelen mannen en homoseksuele vrouwen. In het geval van de homoseksuele man zijn de amygdala en bijbehorende connecties, dus vrouwelijk gebleven. De seksuele oriëntatie en differentiatie worden bepaald in de loop van de embryonale ontwikkeling en de hersengebieden waarin dit wordt bepaald, zijn gelegen in het limbische systeem. De seksuele oriëntatie is dus autonoom en na de geboorte niet te beïnvloeden van buitenaf. De mate van omslag van homo naar heteroseksualiteit bij mannen valt echter onder nurture.

Lees verder

© 2014 - 2019 Stephanielb, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Lichamelijke manifestatie van het homo-gen?Lichamelijke manifestatie van het homo-gen?Hoe het precies zit met homoseksualiteit en onze genen weten onderzoekers niet, toch blijkt uit meerdere onderzoeken ste…
Homo-, hetero- en biseksualiteitIn tegenstelling tot vele dieren, vallen de meeste mensen op de wereld op mensen van het andere geslacht, maar er zijn o…
Zit homoseksualiteit in je genen? Ja zegt de wetenschapZit homoseksualiteit in je genen? Ja zegt de wetenschapAls je homo bent, is dit dan een kwestie van opvoeding, is dit al bepaald in de baarmoeder of zijn er andere factoren di…
Hoe weet je of je homoseksueel bent? Ben ik homo of niet?Er bestaat geen wetenschappelijke test om te bepalen of je heteroseksueel of homoseksueel bent. De enige manier om erach…
Homoseksualiteit bij dierenHomoseksualiteit blijkt doodnormaal in de dierenwereld, seksuele selectie of niet. 'We kennen al meer dan 1.500 soorten…
Bronnen en referenties
  • Dick Swaab, Wij zijn ons brein; van baarmoeder tot alzheimer, 2010.
  • Else Lotte van der Rijst, Interseksualiteit, 2004.
  • Ivanka Savic and Per Lindström (2008) PET and MRI show differences in cerebral asymmetry and functional connectivity between homo- and heterosexual subjects. Proceedings of the National Academy of Sciences.
  • Zhou, J.N., Hofman, M.A., Gooren, J.L. & Swaab, D.F. (1995) A sex difference in the human brain and its relation to transsexuality. Nature, 378, 68-70.

Reageer op het artikel "Homoseksualiteit: nature of nurture?"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Stephanielb
Laatste update: 28-01-2016
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Anatomie
Special: Nature versus Nurture
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!