InfoNu.nl > Wetenschap > Anatomie > Zaadleider: bewijs van slecht ontwerp? – Richard Dawkins

Zaadleider: bewijs van slecht ontwerp? – Richard Dawkins

Zaadleider: bewijs van slecht ontwerp? – Richard Dawkins Is de zaadleider een bewijs van slecht ontwerp? Legt de zaadleider 'een belachelijke route' af? In het boek 'Het grootste spektakel ter wereld' beweert de evolutiebioloog en uitgesproken atheïst Richard Dawkins dat de zaadleiders een onzinnige omweg maken over de urineleiders. "Als dit was ontworpen, had niemand serieus kunnen ontkennen dat de ontwerper hier een stomme vergissing had gemaakt," aldus de evolutiebioloog.¹ Heeft Dawkins gelijk of slaat hij de plank finaal mis?

Zaadleider: bewijs van slecht ontwerp?


Dawkins: 'De ontwerper heeft een stomme vergissing gemaakt'

In 2009 rolde Dawkins' boek 'Het grootste spektakel ter wereld' (in het Engels: 'The Greatest Show on Earth') van de persen, waarin hij –volgens de achterflap– 'voor eens en voor altijd duidelijk maakt dat evolutie bewezen is en boven alle twijfel verheven'. Helaas is het boek een sterk staaltje blufpoker, waarbij hij zogenaamde bewijzen uit de hoge hoed tovert die –bij nadere bestudering– helemaal geen bewijzen voor evolutie blijken te zijn, maar gewoon gevalletjes zijn van variatie, mutatie en natuurlijke selectie, waarbij de lengte van het DNA niet groeit en er geen fundamenteel nieuwe structuren ontwikkelt worden zoals je bij evolutie mag verwachten. Ook komt hij met een aantal voorbeelden van onintelligent ontwerp op de proppen, waarmee hij wil aantonen dat zo'n ontwerper (lees: God) nooit heeft bestaan en dat deze eigenaardige onvolkomenheden wel te verklaren zijn vanuit de evolutie. Hij beweert dat de nervus laryngeus recurrens 'een belachelijke route' aflegt en dat de afvoerkanalen van de grote bovenkaakholten 'op wel de laatste plek zitten waar een verstandige ontwerper het zou hebben bedacht'.[2]

Afb. 1Afb. 1
In navolging van evolutionair bioloog George C. Williams komt Dawkins met nog een ander vermeend voorbeeld van 'onintelligent ontwerp': de zaadleiders. Aan de hand van de afbeelding die rechts staat afgebeeld (afb. 1), beweert hij dat de meest directe route de denkbeeldige is, links op de afbeelding. Dawkins schrijft hier het volgende over:

"De zaadleiders zijn de kanaaltjes die sperma van de zaadballen naar de penis transporteren. De meest direct route is de denkbeeldige, links op de afbeelding. De werkelijke route die de zaadleiders nemen maakt een onzinnige omweg over de urineleiders, de kanalen die urine naar de blaas transporteren. Als dit was ontworpen, had niemand serieus kunnen ontkennen dat de ontwerper hier een stomme vergissing had gemaakt."[3]

Als deze route echter echter wordt bekeken vanuit de evolutionaire geschiedenis, dan wordt het volgens Dawkins allemaal duidelijk:

"De geschatte oorspronkelijk positie van de zaadballen is met stippellijntjes weergegeven. Toen in de evolutie van de zoogdieren de zaadballen naar hun huidige plek in het scrotum [balzak] verhuisden (om redenen die niet helemaal duidelijk zijn, maar vaak wordt verondersteld dat het iets met de temperatuur te maken heeft) raakten de zaadleiders ongelukkigerwijs met de urineleiders verstrikt. In plaats van de kanalen langs een nieuwe route te leggen, zoals iedere verstandige ontwerper gedaan zou hebben, bleef de evolutie ze verlengen – en ook hier zullen de bijkomende kosten van iedere kleine verlenging van de omweg maar klein zijn geweest. Ook dit is een voorbeeld van een aanvankelijke vergissing die met oplossingen achteraf gecompenseerd wordt, in plaats van werkelijk gecorrigeerd te worden door terug te keren naar de tekentafel. Voorbeelden als dit moeten de positie van mensen die naar 'intelligent design' hunkeren toch zeker ondermijnen."[4]

Dawkins weet niet precies waarom vanuit evolutionair oogpunt de zaadballen naar hun huidige plek in het scrotum zouden zijn verhuisd, maar hij weet wel zeker dat de route die de zaadleiders afleggen een onzinnige omweg is. Uit nadere analyse zal blijken dat dit oppervlakkig geneuzel is en dat Dawkins' alternatieve route desastreus is; een bioloog onwaardig. Hij ondermijnt hiermee zijn eigen geloofwaardigheid.

Waarom hangen de teelballen buiten het lichaam?

Even tijd voor een intermezzo over de teelballen en bijballen die zich buiten het lichaam bevinden in de balzak of scrotum. Het is bekend dat de ideale temperatuur voor spermaproductie ongeveer 3°C lager ligt dan de centrale lichaamstemperatuur, dus ongeveer 34°C in plaats van 37°C.[5] Bij warmte ontspannen de musculus cremaster en de musculus dartos, waardoor het scrotum zich verder van het lichaam kan verplaatsen en de teelballen kunnen afkoelen. Bij koude treedt krimp op. Deze temperatuurcontrole is uitermate belangrijk voor de mannelijke vruchtbaarheid. Hoge temperaturen van de balzak kunnen tot vruchtbaarheidsproblemen leiden. Door dit systeem kunnen de teelballen precies op de temperatuur worden gehouden waarbij de zaadproductie optimaal is.

Voornoemde spieren trekken niet alleen samen bij kou, maar ook bij seksuele opwinding, angst en stress. Dat de ballen zich intrekken (net) voor de ejaculatie (het moment dat je klaarkomt) is reuze handig, want als je een (wilde) seksuele climax bereikt lopen je ballen geen gevaar (wat ze wel doen als ze wat losser hangen). Er bestaat ook zoiets als de balhef- of cremasterreflex. Wanneer je met de nagel over de binnenkant van de dij wat krabt, kan deze prikkeling de cremasterreflex uitlokken. Door het samentrekken van de musculus cremaster wordt de teelbal teruggetrokken naar het lichaam, waardoor de testes iets meer beschermd zijn. Bij sommige mannen of jongens kan de teelbal zich helemaal terugtrekken tot in het lieskanaal. In dat geval spreekt men van een zeer levendige reflex. Als je dan voorzichtig op de lies duwt kan je de teelbal voelen en met je vingers vrij eenvoudig terug naar de balzak strijken. Dit worden 'uitstrijkbare teelballen' genoemd.

Micheal Chance stoottheorie

Desmond Morris beschrijft in zijn boek 'De naakte man' nog een andere mogelijke reden waarom mannen externe testikels hebben: de 'Micheal Chance stoottheorie'. Deze Micheal ontwikkelde zijn theorie nadat hij een rapport had gelezen over urinetests die waren uitgevoerd bij de teams van de roeiwedstrijd tussen Oxford en Cambridge als onderdeel van een dopingcontrole. Het rapport meldde dat de urine na de race prostaatvloeistof bevatte, wat er voor de race echter niet in aanwezig was. Een van de interne klieren die het zaadvocht leveren, was gaan lekken als gevolg van de intense spierdruk van de roeiactie tijdens de veeleisende wedstrijd:

"Elk haal met de spaan veroorzaakte plotse, stotende druk in de onderbuik van de roeier. Anders dan de blaas heeft het mannelijk voortplantingsorgaan geen sluitspier en de herhaalde druk op de prostaatklier door de heftige roeiactie resulteerde erin dat de inhoud in de pisbuis werd gedrukt, waar het werd meegenomen door de urine die werd afgescheiden voor de controle."[6]

Michael besefte daardoor dat wanneer mannen interne testikels zouden hebben, deze ook uitgeperst zouden worden door sterke, plotselinge druk door herhaalde spannen en indrukken van de buikspieren. Dat zou resulteren in ernstig spermaverlies. Door het leven van de mens vol plotselinge, stotende druk (rennen, springen, worstelen met een prooi, enz.), zou dit bij mannen niet alleen leiden tot verlies van zaadvloeistof, maar ook van sperma. Met externe testikels is het sperma evenwel immuun voor zulke drukveranderingen. In de dierenwereld zien we dit ontwerp terug. Rustig levende zoogdieren hebben interne testikels en dieren die een behoorlijk stotende druk moeten doorstaan (vooral in de bronst), hebben externe testikels. Het koelprincipe lijkt ondergeschikt te zijn aan het stootprincipe.

De route van de zaadleider

Wat opvalt aan de afbeelding die Dawkins in zijn boek heeft opgenomen zijn de structuren en organen die er nièt op staan afgebeeld, maar die wel onmisbaar zijn voor de samenstelling van sperma. Sperma is géén kant-en-klaar product dat vanuit de bijbal de zaadleider in wordt gepompt bij ejaculatie, hetgeen wel gesuggereerd lijkt te worden door Dawkins.

Zaadleider en ampulla

De zaadleider, ook wel vas deferens of ductus deferens genoemd, ontspringt in de bijbal of epididymis, het orgaan dat achter de teelbal of testikel in de balzak (scrotum) ligt. De zaadleider verbindt de bijbal met de urinebuis (urethra). De urinebuis dient –zoals de naam al aangeeft– ook om te urineren, maar er is een klep die de uitstroom van sperma en urine regelt. De bijbal gaat dus over in de zaadleider die 50 tot 60 cm lang is en via het lieskanaal loopt hij via een boog langs de blaas naar de prostaat. In de prostaat komen beide zaadleiders bij elkaar, samen met de afvoerbuisjes van de zaadblaasjes, waar ze in de urinebuis uitmonden. Zaadblaasjes zijn klieren die spermavocht produceren (zie onder). Vóór de zaadblaas vertoont het zaadkanaal een verwijding van ongeveer 5 cm lang, welke 'ampulla' wordt genoemd. Het is deze ampulla dat zich samenvoegt met de uitgang van de zaadblaas.

Nadat zaadcellen of spermatozoën in de teelbal (testis) zijn gemaakt, rijpen deze uit in de bijbal of epididymis tot zaadcellen die tot bevruchting in staat zijn. In afwachting van een ejaculatie wordt een kleine hoeveelheid gerijpte zaadcellen opgeslagen in de epididymis, maar het meeste wordt opgeslagen in de zaadleider en in de ampulla van de zaadleider.[7] De zaadleiders transporteren dus niet alleen zaadcellen, maar slaan deze ook op. Bij ejaculatie worden deze zaadcellen uit de zaadleider geperst middels ritmische contracties van het gladde spierweefsel van de wand.

Zaadstreng en lieskanaal

Vanaf de bijbal tot de onderbuik loopt de zaadleider via de zaadstreng (funiculus spermaticus), een soort slang waar naast de zaadleider een aantal andere structuren doorheen lopen zoals lymfevaten, zenuwen, een aantal spier- en bindweefselvezels en bloedvaten van de teelbal. Iets meer naar boven bevindt de zaadstreng zich in het vier centimeter lange lieskanaal (canalis inguinalis). De wanden van het lieskanaal bestaan uit buikspieren en verschillende lagen vezelig bindweefsel. Door het lieskanaal lopen niet alleen de zaadleider en andere structuren, het is ook het kanaal waarlangs de testis afdalen voor of net na de geboorte. Dit wordt indalen genoemd. Tijdens de zwangerschap ontwikkelen de teelballen zich in de buik, vlakbij de nieren. Onder normale omstandigheden zal het kanaal na het indalen van de ballen als het ware worden gesloten door middel van bindweefsel, zodat alleen nog de zaadstreng en de bloedvaten door het kanaal heen kunnen en geen andere structuren waarvan dat niet de bedoeling is.

Blaasjesklier, prostaat en klieren van Cowper

In de prostaat of voorstanderklier komen de zaadleiders en de urinebuis bij elkaar. Vanuit het lieskanaal loopt de zaadleider langs de urineblaas (vesica urinaria) naar de urethra pars prostatica, het eerste deel van de manlijke urinebuis, die begint bij de blaas en wordt omgeven door de prostaat.

Ter hoogte van de prostaat en nog voordat de zaadleider overgaat in de urinebuis, komt de zaadleider samen met de afvoer van de blaasjesklier, zaadblaas of vesiculae seminales. In de blaasjesklier wordt een slijmerige vloeistof (spermavocht) aangemaakt die grofweg 70% van het ejaculaat vormt. Middels contractie van de wand wordt het secreet tijdens een ejaculatie via de spuitbuisjes in de urinebuis geperst.

Spermavocht is alkalisch en zorgt voor een goede en hoge zuurgraad (pH) van het sperma. Dit is van belang omdat de pH van de vagina een stuk lager ligt, wat slecht is voor de zaadcellen. Het spermavocht zorgt ervoor dat de zaadcellen het slijm van de baarmoedermond kunnen bereiken én overleven. Het vocht is ook verantwoordelijk voor de geur van het sperma en het zorgt voor de voeding van de zaadcellen en voor de beweeglijkheid ervan.

De klieren van Cowper of glandulae bulbourethrales liggen onder de prostaat en monden uit in de plasbuis. Bij seksuele opwinding scheiden ze voorvocht af. Dit voorvocht zorgt ervoor dat de eikel vochtig wordt en fungeert als glijmiddel. Het dikke, kleverige, basische slijm dat deze klieren afgeven neutraliseert tevens urinezuur in de urethra en het vermindert de wrijving.

Tijdens een zaadlozing wordt waterig prostaatsecreet (fibrinolysine) door samentrekking van het gladde spierweefsel van de prostaat geperst. Fibrinolysine verhoogt de vloeibaarheid van sperma. Tijdens de ejaculatie stroomt het sperma door de urinebuis uit de penis, waar de zaadcellen het lichaam verlaten op zoek naar een eicel om te bevruchten.

De onderdelen van het ejaculaat of sperma

De vier verschillende onderdelen van het ejaculaat worden in een vaste volgorde uitgescheiden.[8] Eerst wordt het slijmerige secreet van de klieren van Cowper in de urethra geloosd, vervolgens het prostaatsecreet, daarna de zaadcellen of spermatozoën uit bijballen en tenslotte het product van de blaasjesklier. Ejaculatie komt tot stand door contractie of samentrekking van de gladde spieren van de bijbal, maar vooral van de spierlagen van de zaadleider. De samenstelling van sperma is schematisch weergegeven als volgt.[9]

KlierInhoud%Functie
Klieren van CowperAlkalisch secreet5%Neutraliseert urinezuur in de urethra en dient als glijmiddel voor de glanspenis
ProstaatFibrinolysine30%Verhoogt de vloeibaarheid van het sperma
ZaadblaasjesFructose alkalisch secreet60%Voeding/energie spermatozoa en ter neutralisering lage vaginale pH
TeelballenSpermatozoa5%Bevruchting eicel

Embryologische ontwikkeling

De route van de zaadleider moet ook worden bezien tegen het licht van de embryologische ontwikkeling van de mens. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een vliegtuig of een auto wordt het menselijk lichaam niet gelijk als een 'volwassen' systeem gebouwd. Het gaat hierbij om een complex embryologisch ontwikkelingsproces, waarbij het embryo zich ontwikkelt uit de eerste cel (zygote) in een bepaalde volgorde.

Al heel vroeg in de zwangerschap begint de ontwikkeling van het geslacht, ongeveer zes tot zeven weken na de bevruchting. In deze fase zijn de inwendige en uitwendige geslachtsdelen voor een jongen en een meisje hetzelfde: over efficiënt ontwerp gesproken! In XX en XY embryo's van 7 weken liggen naast de gonaden (geslachtsklieren, verzamelnaam voor testes en ovaria) twee paar gangsystemen: de zogeheten gangen van Müller en de gangen van Wolff. In een XX embryo zullen de gangen van Müller zich in een later stadium ontwikkelen tot eileiders, baarmoeder, en het bovenste deel van de vagina. Uit de gangen van Wolff ontwikkelen zich bij een XY embryo de bijbal of epididymis, ductus deferens of zaadleider, vesiculae seminales (zaadblaajes) en prostaat. Uit het onderste gedeelte van de gang van Wolff ontstaat de ureter of urineleider. De gangen van Wolff gaan bij vrouwen in regressie en bij mannen gaan de gangen van Müller in regressie. In een embryo van 7 weken zijn beide gangsystemen dus aanwezig.[10]

Tijdens de embryonale ontwikkeling ontstaan de teelballen in de buikholte, vlakbij de nieren. Ongeveer een maand voor de geboorte zakken de teelballen via het lieskanaal in de balzak. Dit fenomeen wordt 'indalen' genoemd. Het lieskanaal bevat de zaadstreng, die bestaat uit de zaadleider, bloedvaten, zenuwen en andere structuren. Eenmaal aangekomen in de balzak is het de bedoeling dat het buikvlies achter de teelbal zich sluit. De ligging van de zaadleiders is derhalve een gevolg van het feit dat de teelballen tijdens de embryonale ontwikkeling vlakbij de nieren zijn ontstaan. Het mag dus duidelijk zijn dat het verloop van de vas deferens het gevolg is van de embryonale ontwikkeling (ontogenie) en niet van een vermeende evolutionaire ontwikkeling of fylogenie.

De meest directe route van de zaadleider

Een onmiskenbaar gevolg van een slecht ontwerp is dat het slecht functioneert vanwege het gebrekkige ontwerp. Het probleem is echter dat Dawkins slechts domweg stelt dat een ontwerper geen zaadleider zou creëren dat deze route aflegt, en dat dit getuigt tegen een ontwerper. Hij toont op geen enkele manier aan hoe deze omweg van zaadleider daadwerkelijk het mannelijke voortplantingssysteem schaadt of benadeelt. Dat kan hij ook niet, want het systeem werkt in feite heel goed. Anatomisch gezien is de opmerking van Dawkins dat de zaadleiders met de urineleiders 'verstrikt raken' kolder. Ze lopen gewoon langs elkaar heen.

Ook over de route van de zaadleiders slaat hij de plank mis. Tegen de achtergrond van de embryonale ontwikkeling, de anatomie van het voortplantingssysteem en de samenstelling van het sperma, legt de zaadleider een logische route af en hoef je er geen 'evolutionaire geschiedenis' bij te fantaseren om het te begrijpen. De meest directe denkbeeldige route die Dawkins op de afbeelding toont, is een onzinnige. Het brengt de spermatozoa rechtstreeks in de urineleider van de penis zonder toevoeging van de overige bestanddelen. Wanneer de zaadcellen in de vagina van de vrouw terechtkomen, sneuvelen ze vanwege de zuurgraad van de vagina. De meest directe route is daarmee een dodelijke route dat voortplanting in de weg zit.

Optimaal ontwerp

Wat Dawkins niet lijkt in te zien is dat optimaal ontwerp altijd een optimaal compromis is tussen concurrerende voorwaarden. Elk ontwerp heeft te maken met tegenstrijdige doelen en dus met een compromis. Optimale ontwerpen komen daarom met het best mogelijke compromis, of zoals Stuart Burgess het uitdrukt:

"Het is belangrijk om duidelijk te maken dat wanneer een systeem volledig optimaal ontwerp bezit, dit niet betekent dat de prestaties van iedere afzonderlijke functie optimaal zijn. Een systeem bezit volledig optimaal ontwerp als de prestaties van een groep van functies gemaximaliseerd is."[11]

De meest directe directe route van de zaadleider gaat ten koste van de voortplanting. Dat is allesbehalve goed ontwerp. Sterker nog: het is prutswerk.

Andere problemen met de meest directe route

Sperma is samengesteld uit verscheidene ingrediënten, waarvan sommige worden toegevoegd door verschillende klieren die gelegen zijn langs de zaadleider en urinebuis. Deze omvatten de zaadblaasjes (die basisch vocht toevoegen, dat maakt de zaadcellen actief), de prostaatklier (dat voegt vocht met voedingscellen voor de zaadcellen toe) en de klieren van Cowper (dat urinezuur in de plasbuis neutraliseert). Pas nadat deze structuren hun bijdrage hebben geleverd, is het 'eindproduct' klaar voor zijn doel. Een directe route zoals Dawkins zich voorstelt, gaat hier volledig aan voorbij, maar het geeft ook andere problemen. Een kortere vas deferens zou een kleiner volume hebben, wat mogelijk consequenties heeft wat betreft de vruchtbaarheid van mannen, zoals E. van Niekerk (B Eng) opmerkt in een zeer informatief artikel over dit onderwerp:

A shorter vas with smaller volume would also mean that (far) less sperm per volume unit ejaculation could be delivered. This means that with Dawkins’ significantly shorter proposed vas, the sterility rate of males would likely be much higher. And under his evolutionary scenario, they would not leave as many offspring, so this trait would be unlikely to persist.[12]

Daarnaast worden de zaadcellen door peristaltische bewegingen van de zaadleiders voortgestuwd. Des te langer de vas deferens, des te groter is de pompkracht, en het zaadvocht heeft tevens meer kinetische energie of bewegingsenergie, aldus Van Niekerk.[13] Dit zorgt er voor dat de verschillende ingrediënten waaruit het ejaculaat bestaat, goed met elkaar gemixt worden.

Verkorte route van de zaadleider

Ter wille van het argument kan een andere verkorte route worden voorgesteld, waarbij geen rekening wordt gehouden met de embryonale ontwikkeling, het indalen van de teelballen via het lieskanaal en de route van de zaadleider via de zaadstreng. Met deze vrijheid kan dan een route bedacht worden die wel aansluit op de verschillende structuren die in het voorgaande zijn besproken: de zaadblaasjes, de prostaatklier en de klieren van Cowper (zie figuur 2 voor twee fictieve routes - te herkennen aan de stippellijntjes en ontleend aan het artikel Vas deferens - refuting 'bad design' arguments van E. van Niekerk).[14] Deze routes hebben evenwel een aantal onmiskenbare tekortkomingen en stuiten op problemen. Ook heeft het dan niet meer het doelbewuste voordeel van een lange vas deferens, zoals hierboven vermeld. Bovendien beweegt de zaadleider een beetje heen en weer doordat teelballen zich aanpassen aan de bestaande temperatuur; als de temperatuur warmer is, hangen de ballen lager en als het kouder is klimmen ze naar boven. Bij een verkorte route van de zaadleider, geeft dit mogelijk problemen.

Afb. 2 / Bron: Drawing of the Male Internal Sexual Anatomy From alt.sex FAQ (bewerkt)Afb. 2 / Bron: Drawing of the Male Internal Sexual Anatomy From alt.sex FAQ (bewerkt)
Voorts geeft een verkorte route te veel scherpe (haakse) bochten (op de afbeelding zijn ze omcirkeld), zoals E. van Niekerk duidelijk beschrijft in zijn artikel te dienaangaande. De zaadleider is gemaakt van zacht materiaal en wanneer deze wordt gebogen, neemt de oppervlakte van de dwarsdoorsnede ter plaatse af en dit verhoogt op zijn beurt weer de weerstand en uiteindelijk is dit van invloed op de uitstroom van het ejaculaat. In buizen van zacht materiaal kunnen bij bochten al snel zogenaamde knikken ontstaan, waardoor ze afgesloten raken. Daar komt volgens Van Niekerk bij dat de zaadleider de grootste wand-lumen-ratio heeft van elke musculaire, holle structuur in het lichaam.[15] Dit betekent dat de dikke spierwand van de zaadleider vrij snel het lumen kan afsluiten als het een scherpe bocht zou moeten maken.[16]

Conclusie: slecht ontwerp?

De zaadleiders vormen een belangrijk onderdeel van het mannelijke voortplantingssysteem. De route die de zaadleiders afleggen is heel goed te begrijpen vanuit de embryonale ontwikkeling, de verhoogde flexibiliteit zodat de testikels zich kunnen aanpassen aan de bestaande temperatuur door heen en weer te bewegen, het voorkomen dat er een knik ontstaat als gevolg van te scherpe bochten en om ervoor te zorgen dat de rijpe spermacellen (spermatozoa) bij een zaadlozing (ejaculatie) worden gemengd met secreten die worden afgegeven door de accessoire geslachtsklieren: de vesiculae seminalis, de prostaat en de kliertjes van cowper. De bewering van Dawkins dat de zaadleider een bewijs is van slecht ontwerp en een erfenis zou zijn van de evolutionaire geschiedenis, blijkt bij nader onderzoek lariekoek te zijn.

Tuinman-probleem
Dergelijke nonsens wordt ook op school onderwezen. Dr. ir. F.J.J.M. Janssen schrijft in een artikel over biologieonderwijs het volgende over de zaadleider:

"De functionele absurditeit van het urogenitaalstelsel kan aan de hand van het tuinman-probleem worden geïllustreerd (Williams, 1997). De tuinman kan niet bij de struiken omdat de tuinslang achter een boom langs loopt. Dit probleem lijkt eenvoudig oplosbaar, de tuinman hoeft alleen maar om de boom heen terug te lopen om de rest van de tuin te kunnen sproeien. Een veel minder zinvolle oplossing is een verlengstuk aan de slang te koppelen, toch is dat precies wat er in de evolutie van het mannelijk urogenitaalstelsel is gebeurd.

De vraag wordt nu waarom deze betere oplossingen dan niet zijn geselecteerd. Waarschijnlijk komen leerlingen hier niet helemaal zelf uit. Hiervoor zal u [de biologiedocent] iets over evolutie moeten vertellen waarbij de tuinman-analogie goed kan worden gebruikt. De tuinman kan als hij merkt dat hij een verkeerde keuze heeft gemaakt deze ongedaan maken. Hij had zelfs kunnen voorzien dat hij verkeerd uit zou komen en al eerder passende maatregelen kunnen nemen. Evolutie heeft echter beide mogelijkheden niet. Het moet voortbouwen op een eenmaal ingeslagen weg en moet het doen met wat al aanwezig is (kan in die zin niet terug). Bovendien heeft het geen vooruitziende blik, toekomstige gevolgen van veranderingen nu spelen geen enkele rol.

Soms kunnen in principe betere oplossingen dus niet ontstaan of worden geselecteerd door de evolutionaire geschiedenis van een eigenschap. Dit worden evolutionaire beperkingen genoemd (Williams, 1997). De evolutie van ... het urogenitaalstelsel van mannen kan nu kort worden uiteengezet. (...)"[17]


Leerlingen wordt dus geleerd dat de zaadleider bij mannen geheel zinloos met een lange lus over de urineleider heen gaat. Dit heet dan een 'functionele absurditeit van het urogenitaalstelsel'. Het probleem zou alleen te begrijpen zijn vanuit de evolutionaire geschiedenis. De tuinman-analogie gaat echter volledig mank. De tuinslang (lees: zaadleider) loopt niet achter een boom langs omdat het voortbouwt op een eenmaal ingeslagen weg; dat is een valse voorstelling van zaken. De tuinslang neemt een bepaalde route omdat onderweg nog een aantal andere noodzakelijke ingrediënten aan het water moeten worden toegevoegd. De zaadleider is als het ware een waterleiding waarbij de zuurgraad (pH) van het water aangepast moet worden en andere ingrediënten aan het water moeten worden toegevoegd vóórdat het de kraan uitkomt. Daarover zwijgt Janssen echter in alle talen. De tuinman-analogie gaat al uit van het eindproduct en daar is bij spermatozoa geen sprake van. Dit moet nog gemengd worden met allerlei secreten, anders is het waardeloos.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de 'embryologische ontwikkeling' van de tuinslang. De anatomie krijgt meer diepte en kan beter begrepen worden tegen de achtergrond van embryonale ontwikkelingsprocessen; de zaadleider krijg je niet kant-en-klaar aangeleverd uit de fabriek waarna deze in het lichaam geplaatst wordt zoals een leiding in een auto. Leerlingen worden in feite op didactische wijze dom gehouden en op het verkeerde been gezet, omdat de route van de zaadleiders per se door de evolutiemal geperst moet worden.

Noten:

  1. Richard Dawkins. Het grootste spektakel ter wereld: bewijs voor evolutie. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2009, p. 334.
  2. Ibid, p. 339.
  3. Ibid, p. 334.
  4. Ibid.
  5. J.L.H.R.Bosch en A.Prins (red.). Urologie. Urologie. (Praktische huisartsgeneeskunde, deel 8.) Bohn Stafleu Van Loghum, Houten 2004. p. 51.
  6. Desmond Morris. De naakte man - Een studie van het mannelijk lichaam. Het Spectrum, Houten, 2008. p. 212.
  7. P. McCall Sellers. Midwifery - volume 1: Normal childbirth. 9e druk 2007, p. 40.
  8. AMC. Mannelijk genitaal > Ejaculaat. https://os1-prod.amc.nl/celbiologie/20132014/2.1/mannelijk/php/37.php (voor de laatste keer geraadpleegd op 12 september 2015)
  9. Ibid.
  10. Radboudumc. Jongen of meisje? Variaties in de ontwikkeling van het geslacht. Informatiefolder, zj.
  11. Stuart Burgess. Ontwikkeling of ontwerp - Bewijs van doelbewust ontwerp en toegevoegde schoonheid in de natuur. Uitgeverij Medema, 2002, p.57.
  12. E. van Niekerk. Vas deferens—refuting ‘bad design’ arguments. Journal of Creation 26(3):60–67. December 2012.
  13. Ibid.
  14. Ibid.
  15. Ongeveer 10:1. Zie: Alan J. Wein & Louis R. Kavoussi. Campbell-Walsh Urology. Elsevier - Health Sciences Division, 10th Revised edition, april 2015.
  16. E. van Niekerk. Vas deferens—refuting ‘bad design’ arguments. Journal of Creation 26(3):60–67. December 2012.
  17. Fred Janssen. Adaptief leren denken. zj., p. 11.

Lees verder

© 2015 - 2019 Tartuffel, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Hersteloperatie sterilisatie bij mannenHersteloperatie sterilisatie bij mannenOngeveer 5% van de mannen die een sterilisatie (vasectomie) hebben laten uitvoeren, veranderen later van gedachte en wil…
Hersteloperatie sterilisatie man en vrouwHersteloperatie sterilisatie man en vrouwWie in het verleden een sterilisatie heeft ondergaan, kan hier soms spijt van krijgen en wil dit ongedaan maken. Een her…
BijbalontstekingBijbalontstekingDe bijbal bevindt zich bij de man achter de teelbaal in de balzak. De bijbal is eigenlijk geen bal, maar een streng dat…
Cryptorchisme: niet indalen teelballen en onvruchtbaarheidCryptorchisme: niet indalen teelballen en onvruchtbaarheidNadat het kind ter wereld is gekomen, zitten de teelballen soms nog niet in de balzak. Het duurt namelijk nog een paar m…
Niet-ingedaalde zaadbal(len): soorten, diagnose, behandelingNiet-ingedaalde zaadbal(len): soorten, diagnose, behandelingJongetjes die op tijd worden geboren horen twee zaadballen in de balzak te hebben. De testikels worden gevormd in de bui…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Deze Versie: MaartenschrijftDawkins At UT Austin.jpg: Shane Pope From Austin, United States, Wikimedia Commons (CC BY-2.0)
  • Alan J. Wein & Louis R. Kavoussi. Campbell-Walsh Urology. Elsevier - Health Sciences Division, 10th Revised edition, april 2015.
  • AMC. Mannelijk genitaal > Ejaculaat. https://os1-prod.amc.nl/celbiologie/20132014/2.1/mannelijk/php/37.php (voor de laatste keer geraadpleegd op 12 september 2015)
  • Anthony Henricus Maria Lohman. Vorm en beweging: leerboek van het bewegingsapparaat van de mens. Springer Media B.V. 7e herziene druk, 1990.
  • Desmond Morris. De naakte man - Een studie van het mannelijk lichaam. Het Spectrum, Houten, 2008.
  • Dr. M.F. Schutte, Prof. dr. J.M.M. van Lith, Dr. P.J.M. van Kesteren. Verloskunde en Gynaecologie. Bohn Stafleu van Loghum, 2009.
  • E. van Niekerk. Vas deferens—refuting ‘bad design’ arguments. Journal of Creation 26(3):60–67. December 2012.
  • Frederic H. Martini, Edwin F. Bartholomew. Anatomie en fysiologie, een inleiding. Pearson Benelux B.V., 2013.
  • Fred Janssen. Adaptief leren denken. zj.
  • Helga Fritsch en Wolfgang Kühnel. Sesam atlas van de anatomie: deel 2 inwendige organen. Sesam/Hb uitgevres, Baarn, 17e geheel herziene druk, 2010.
  • J.L.H.R.Bosch en A.Prins (red.). Urologie. (Praktische huisartsgeneeskunde, deel 8.) Bohn Stafleu Van Loghum, Houten 2004.
  • M.G. Sulman. Teelballen: algemene informatie. http://www.symptomen-behandeling.nl/1/teelballen_algemene_informatie_490602.html (voor de laatste keer geraadpleegd op 12 september 2015)
  • P. McCall Sellers. Midwifery - volume 1: Normal childbirth. 9e druk 2007
  • Prof. Dr. L. Gijs, W.L. Gianotten, Dr. I. Vanwesenbeeck, P.T.M. Weijenborg. Seksuologie. Bohn Stafleu van Loghum, 2009.
  • Radboudumc. Jongen of meisje? Variaties in de ontwikkeling van het geslacht. Informatiefolder, zj.
  • Richard Dawkins. Het grootste spektakel ter wereld: bewijs voor evolutie. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2009.
  • Richard L. Drake, A. Wayne Vol, Adam W.M. Mitchell. Gray's anatomy for students. Elsevier Health Sciences, 2nd Revised edition, 2010.
  • Stuart Burgess. Ontwikkeling of ontwerp - Bewijs van doelbewust ontwerp en toegevoegde schoonheid in de natuur. Uitgeverij Medema, 2002.
  • Zaadleiders, prostaat en zaadblaasjes, http://www.10voorbiologie.nl
  • Afbeelding bron 1: Drawing of the Male Internal Sexual Anatomy From alt.sex FAQ (bewerkt) (https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Male_anatomy_blank.svg)

Reageer op het artikel "Zaadleider: bewijs van slecht ontwerp? – Richard Dawkins"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Tartuffel
Laatste update: 23-11-2019
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Anatomie
Special: Evolutietheorie
Bronnen en referenties: 20
Schrijf mee!