InfoNu.nl > Wetenschap > Onderzoek > ‘Pessimistic cognitive bias’ ten tijde van stress

‘Pessimistic cognitive bias’ ten tijde van stress

Mensen kunnen een ‘pessimistic cognitive bias’ vertonen als ze gestrest zijn (Brilot et al, 2010; Norem & Cantor, 1986). Een ‘pessimistic cognitive bias’ zorgt ervoor dat er een slechte uitkomst wordt verwacht, daar waar er net zo veel reden is om een goede uitkomst te verwachten. Recentelijk is aangetoond dat dit verschijnsel ook bij zoogdieren, vogels (Douglas et al, 2012; Mendl et al, 2010; Brilot et al, 2011) en bijen optreedt (Bateson et al, 2011). Dit doet vermoeden dat een ‘pessimistic cognitive bias’ evolutionair te verklaren is, ofwel: dat er een bepaald mechanisme is ontwikkeld dat de fitness van een individu verhoogt door een ‘pessimistic cognitive bias’ te hebben ten tijde van stress. Om dit te bepalen zal eerst worden gekeken waarom stress ontstaat en vervolgens of het VSR-algoritme (Darwin, 1859) op een ‘pessimistic cognitive bias’ ten tijde van stress is toe te passen.

Een evolutionaire verklaring voor een ‘pessimistic cognitive bias’ ten gevolge van stress

Stress heeft zijn functie in de evolutie van de mens. Enerzijds zorgt stress voor bloedtoevoer naar de spieren en de omzetting van glucagon naar glucose wat nodig is als je plotseling moet bewegen. Dit lijkt een aanpassing die ervoor zorgt dat je in gevaarlijke situaties stress voelt en daardoor klaar staat om ervoor weg te rennen (Nesse, 1999). Anderzijds zorgt stress er ook voor dat niet meer alle prikkels binnenkomen, waardoor je een ongevaarlijke prikkel niet opmerkt en je kunt focussen op de gevaarlijke prikkels (Mathews et al, 1997). De prikkels waar je je wel op kunt focussen hangen af van waar je gestrest van bent, als je je bijvoorbeeld zorgen maakt over je gezondheid dan zullen prikkels over ziektes binnen blijven komen. Deze handige functies van stress gaan gepaard met een aantal negatieve gevolgen, waaronder een verminderde eetlust en slaaptekort (Alfano et al, 2007). Een individu zal dus moeten proberen om het stressniveau binnen bepaalde grenzen te houden. Zo hoog dat er een goede reactie is op gevaar, maar niet zo hoog dat de negatieve gevolgen een belangrijke rol gaan spelen.

Het VSR-algoritme stelt dat als een fenomeen voldoet aan de VSR-eisen, namelijk variatie, selectie en reproductie, het volgens de Darwiniaanse evolutie te verklaren is (Darwin, 1859). In het geval van ‘pessimistic cognitive bias’ ten tijde van stress kan worden gezegd dat de variatie de mate is waarin mensen op stress reageren. Sommige mensen zullen er pessimistischer van worden dan anderen. De selectie hangt van de omgeving af, maar er is te verwachten dat alle individuen proberen om hun stress binnen bepaalde grenzen te houden. Een individu die op stress reageert met een ‘pessimistic cognitive bias’ zal zijn stress beperken en bovendien voorzichtig zijn. Als zijn stress voortkomt uit daadwerkelijk gevaar dan zijn deze twee mechanismes samen (ervaren van stress + pessimistic cognitive bias) fitness-verhogend. De reproductie-component is in dit geval grotendeels verticaal, namelijk van ouders naar hun nakomelingen. Pessimisme is immers grotendeels genetisch bepaald (Leonardo & Hen, 2006). Tegenwoordig zal reproductie ook horizontaal gaan, omdat mensen elkaar helpen om met gevoelens van stress en pessimisme om te gaan.

Het lijkt erg waarschijnlijk dat eerst stress is ontstaan en daarna een ‘pessimistic cognitive bias’ ten gevolge van deze stress, zodat de stress zijn functie kon uitoefenen maar de negatieve gevolgen werden geminimaliseerd. Een diersoort die in een gevaarlijke omgeving leeft, met veel natuurlijke vijanden, is gebaat bij voorzichtigheid. Een ‘pessimistic cognitive bias’ zorgt daarvoor, doordat een individu hierdoor niet snel afgaat op het onbekende, hij verwacht immers een slechte uitkomst. Daar komt bij dat een individu in een gevaarlijke omgeving, eerder reageert op gevaarlijke prikkels als hij stress ervaart. Dit is aangetoond in een onderzoek van Mathews et al. In dit onderzoek moesten een aantal proefpersonen een test afnemen. Eerst werd bepaald in welke mate iedere proefpersoon stress ervoer. Vervolgens liep er iemand voorbij die zei dat de test behoorlijk moeilijk was en dat het erg belangrijk was om hem goed te maken. De proefpersonen die al veel stress voelden gaven later aan dat zij de opmerking hadden gehoord en een slechte uitkomst op de test verwachtten (pessimistic bias). Mensen die al weinig stress ervoeren in de eerste plaatst, hoorden de opmerkingen niet eens en verwachtten een hogere uitkomst (optimistic bias)(Mathews et al, 1997).

Punten van kritiek

Er zijn wel een aantal vraagtekens bij deze evolutionaire verklaring te plaatsen. Allereerst speelt stress regelmatig een grote rol daar waar het geen functie heeft. De mens bevindt zich vrijwel nooit meer tegenover levensbedreigende dieren, toch ervaren mensen nog steeds stress. Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek heeft zo’n 10% van de Nederlanders dermate last van stress dat het hun leven, op persoonlijk of professioneel vlak, ernstig beperkt (Driessen, 2011). Een ‘pessimistic cognitive bias’ kan dit probleem niet oplossen, therapie en medicatie wel. Er lijkt dus, naast de biologische Darwiniaanse verklaring, ook een culturele component mee te spelen.

Deze culturele component wordt duidelijk als we naar de definitie van stress kijken. Deze is veranderd van “druk uit de omgeving” naar “het niet kunnen omgaan met druk uit de omgeving” (Michie, 2002). Stress was dus eerst een realistische, mogelijk levensbedreigende druk vanuit de omgeving. Voor een dier wat natuurlijke vijanden heeft, is een stress-respons prima. Het maakt hem alert en zorgt dat hij weg wil rennen in gevaarlijke situaties. Mensen hebben tegenwoordig, buiten zichzelf, geen natuurlijke vijanden. Het probleem is dan ook niet het kleine beetje druk uit de omgeving, maar het niet kunnen omgaan met die druk (Michie, 2002).

Daar komt bij dat een ‘pessimistic cognitive bias’ tegenwoordig ook hele andere oorzaken kan hebben dan stress. Zo blijkt dat Japanners over het algemeen eerder verwachten dat anderen meer kans hebben op geluk (pessimistic bias) terwijl Amerikanen verwachten dat zij zelf de meeste kans maken om gelukkig te worden (optimistic bias) (Chang et al, 2001). Dit onderzoek toont ten eerste aan dat de mate van pessimisme, en daarmee ook de pessimistic bias, cultureel bepaald is. Ten tweede laat het ook zien dat de vergelijking met dieren niet helemaal juist kan zijn, want in dit onderzoek wordt gevraagd naar verwachtingen, wat een besef van de toekomst vereist. Voor zover bekend, hebben bijvoorbeeld bijen dit niet, en toch wordt aan hen een ‘pessimistic cognitive bias’ toegeschreven ten tijde van stress (Bateson et al, 2011).

Conclusie

We kunnen concluderen dat een ‘pessimistic cognitive bias’ biologisch gezien als een evolutionaire aanpassing kan worden gezien op het moment dat de nadelen van stress (slaaptekort en een verminderde eetlust) zwaarder wegen dan de voordelen van stress (op scherp staan om weg te kunnen rennen of in te kunnen grijpen bij gevaar). Het VSR-algoritme van Darwin is hier immers op toe te passen, waar de variatie de verschillende mate van pessimisme is die mensen ervaren ten tijde van stress. De selectie is, afhankelijk van de omgeving, op individuen die of teveel stress vertonen of individuen die geen enkele mate van stress vertonen waardoor ze gevaar niet zien aankomen. De reproductie zal verticaal gaan aangezien een ‘pessimistic cognitive bias’ erfelijk is.

We kunnen stellen dat, hoewel het biologische mechanisme achter deze ‘pessimistic cognitive bias’, waarschijnlijk lange tijd een voordeel had (en voor vele dieren nog steeds een voordeel heeft), het voor mensen tegenwoordig niet meer zo werkt. Wij ervaren tegenwoordig immers de meeste stress door situaties die niet levensbedreigend zijn, maar cultureel worden aangeleerd. Ook pessimisme lijkt geen pure reactie op stress, aangezien mensen uit verschillende culturen ook verschillend scoren op pessimisme. Mogelijk kan onze huidige manier van omgaan met pessimisme zelf in een cultureel evolutionair licht worden geplaatst, maar dat is iets voor een vervolgonderzoek.

Toch lijkt een ‘pessimistic cognitive bias’ wel een mechanisme te zijn dat een specifiek probleem oplost. Zeker gezien het feit dat het ook bij veel diersoorten voorkomt, is te verwachten dat het is ontstaan als een adaptatie in situaties waar er veel gevaar was. In een gevaarlijke omgeving heeft een individu immers voordeel als hij voorzichtig is. Aangezien een ‘pessimistic cognitive bias’ ervoor zorgt dat een individu een slechte uitkomst verwacht bij een neutrale prikkel, zal hij alleen afgaan op wat hij al kent en waarvan hij weet dat het veilig is. De combinatie van in een werkelijk gevaarlijke situatie stress ervaren en een ‘pessimistic cognitive bias’ in stressvolle situaties zal dus zeker fitness-verhogend werken en mag daardoor als een evolutionaire aanpassing worden gezien.
© 2014 - 2019 Elsw, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Zelfkennis, hoe goed ken jij jezelf?Zelfkennis, hoe goed ken jij jezelf?Onze zelfkennis schiet te kort: we zijn blind voor onze fouten en overschatten onze talenten. Hoe kan het dat we onszelf…
Heuristiek / Bias: Welke vuistregel gebruik je?Heuristiek / Bias: Welke vuistregel gebruik je?Heuristiek (of bias) zijn vuistregels. Deze zijn nodig om het dagelijks leven door te komen, anders zouden mensen eeuwig…
De gebreken van het geheugenDe gebreken van het geheugenMensen vergeten nog wel eens dingen. Dit komt door de ‘zeven zonden’ van het geheugen. De zeven zonden zijn: vluchtighei…
Depressie: nieuwe behandelmethodes en benaderingennieuws uitgelichtDepressie: nieuwe behandelmethodes en benaderingenDepressie. Een op de vijf mensen krijgt er in haar of zijn leven mee te maken. Jarenlang was cognitieve gedragstherapie…
Bowls - Een niet zo bekende sportBowls, ook wel Lawn Bowls of Lawn Bowling genoemd, is een balspel waarbij elke speler met een set van vier ballen (de bo…
Bronnen en referenties
  • Bateson, M., Desire, S., Gartside, S. E., Wright, G. A. (2011). Agitated honeybees exhibit pessimistic cognitve biases. Current biology, 21, 1070-1073.
  • Brilot, B. O., Asher, L., Bateson, M. (2010). Stereotyping starlings are more ‘pessimistic’. Anim Cogn, 13, 721-731.
  • Chang, E. C., Asakawa, K. & Sanna, L. J. (2011). Cultural Variations in Optimistic and Pessimistic Bias: Do Easterners Really Expect the Worst and Westerners Really Expect the Best When Predicting Future Life Events? Journal of personality and social psychology, 81, 476-491
  • Darwin, C. (1859). The origin of species, 127
  • Douglas, C., Bateson, M., Walsh, C., Bédué, A., Edwards, S. A. (2012). Environmental enrichment induces optimistic cognitive biases in pigs. Applied animal behaviour science.
  • Driessen, M. (2011). Geestelijke ongezondheid in Nederland in kaart gebracht. Centraal Bureau voor de Statistiek
  • Leonardo, E. D. & Hen, R. (2006). Genetics of affective and anxiety disorders. Annu. Rev. Psychol, 57, 117-137
  • Mathews, A., Mackintosh, B. & Fulcher, E. P. (1997). Cognitive biases in anxiety and attention to threat. Trends in cognitive sciences, 1, 340-345
  • Mendl, M., Brooks, J., Basse, C., Burman, O., Paul, E., Blackwell, E. et al. (2010). Dogs showing seperation-related behaviour exhibit a ‘pessimistic’ cognitive bias. Current biology, 20, 839-840.
  • Michie, S. (2002). Causes and management of stress at work. Occupational and environmental medicine, 59, 67-72
  • Nesse, R. M. (1999). Proximate and evolutionary studies of anxiety, stress and depression: synergy at the interface. Neuroscience and Biobehavioural reviews, 23, 895-903

Reageer op het artikel "‘Pessimistic cognitive bias’ ten tijde van stress"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Elsw
Gepubliceerd: 19-06-2014
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Onderzoek
Bronnen en referenties: 11
Schrijf mee!