Recht van overpad, buurweg en noodweg; hoe zit dat eigenlijk
Stel u voor. U maakt dagelijks gebruik van het steegje dat achter uw huis loopt en dat u al jaren een achterom verschaft naar uw woning. Ineens weigert de eigenaar van dat steegje u de toegang. Kan dat zomaar? Hoe zit dat nu eigenlijk volgens de wet? U gaat op internet zoeken en het wordt er u niet echt duidelijker op, want ineens ziet u naast termen als erfdienstbaarheden en recht van overpad, ook de term buurweg en noodweg voorbij komen. Wanneer is er nu sprake van wat? Wat is het verschil? En welke bewijzen / criteria zijn doorslaggevend in de afweging of hier inderdaad sprake is van een van bovengenoemde zakelijke rechten. Een overzicht.Vooraf is het belangrijk te melden dat als het gaat om dit soort zakelijke burenrechten je soms te maken hebt met het oude Burgerlijke Wetboek (periode tot 1992) en het nieuwe Burgerlijk Wetboek (geldend vanaf 1 januari 1992). Ze komen beiden terug in onderstaande uitleg.
Recht van overpad (erfdienstbaarheid)
Als de meeste mensen spreken over een recht van overpad dan hebben zij het over een zogenaamde erfdienstbaarheid. Let wel een recht van overpad is niet per definitie hetzelfde als het recht om naast lopend of met de fiets ook met gemotoriseerd verkeer over een pad te gaan. Een recht van overpad kan op twee manieren ontstaan.Door vestiging
Dit betekent dat het recht om over andermans terrein te gaan notarieel is vastgelegd. Zowel de eigenaar van het pad (dienend erf), als ook u, de gebruiker van het pad om bij uw perceel te komen (heersend erf), zijn samen deze notariële overeenkomst aangegaan, welke ook vaak in de openbare registers (kadaster) is vastgelegd (dit hoeft overigens niet!, mocht u dus niets vinden bij het kadaster betekent dit niet dat er niet ooit toch een erfdienstbaarheid is gevestigd, zoek het goed uit!). Er is bij een recht van overpad door middel van vestiging tevens samen vastgelegd welke rechten en plichten aan het recht van overpad verbonden zijn (wel of niet met gemotoriseerd verkeer, beperkt tot bepaalde uren, dagen, eventueel geldbedrag verschuldigd voor gebruik etc.).
Door verjaring
Dit betekent dat u al zo lang gebruik maakt van het perceel (pad) van een ander dat er voor u een recht is ontstaan. Dit is dan overigens (net als bij A) een zakelijk recht (wat betekent dat het officieel kan worden vastgelegd, notarieel en bij openbare registers, en dat het niet alleen voor u geldt maar ook voor uw rechtsopvolgers, eventuele volgende bewoners).
Onder het oude Burgerlijk Wetboek (OBW; artikel 744 en 746) kon dit recht van overpad door verjaring moeilijk tot stand komen. Er gold een termijn van 30 jaar waarna een recht tot stand zou kunnen komen, maar dat was niet eenvoudig. Immers erfdienstbaarheid dienden onder het oude BW voortdurend en zichtbaar te zijn en dat is een lastig vereiste, omdat dit zelden het geval is als het gaat om een recht waarbij menselijk handelen nodig is, zoals een recht van overpad. Belangrijk is ook te vermelden dat de artikelen in het oude BW eigenlijk altijd zo geïnterpreteerd worden dat wanneer het gaat om een recht van overpad gebruik van gemotoriseerd verkeer niet onder dit recht van overpad valt. Voorts: slechts in zeer uitzonderlijke gevallen werd of wordt een recht van overpad, ontstaan onder het oude BW, toegekend. Zie bijvoorbeeld uitspraak: http://jure.nl/ecli:nl:rbrot:2012:bw9079. Voortdurendheid en zichtbaarheid welke gelden als vereisten, werden hier afgeleid uit de plaatselijke gesteldheid, bijvoorbeeld de aanwezigheid van deuren grenzend aan het pad en welke onlosmakelijk verbonden zijn met het gebruik van het pad. Maar nogmaals, dit zijn echt uitzonderlijke gevallen.
In het nieuwe Burgerlijk Wetboek (vanaf 1992: artikel 5:72) is het mogelijk geworden dat ook niet-voortdurende/zichtbare erfdienstbaarheden ontstaan door verjaring.
- Dit kan na een verjaringstermijn van 10 jaar wanneer sprake is van “ter goeder trouw”. Jurisprudentie laat zien dat “ter goeder trouw”altijd zo uitgelegd wordt dat er sprake moet zijn van een reeds bij vestiging (notarieel vastgelegd) verkregen recht van overpad. Het gaat hier dan om gevallen, waarbij er sprake is van onduidelijkheden, of vormfouten bij vastlegging of inschriiving in openbare registers.
- In alle andere gevallen (geen sprake van een notarieel vastgelegd recht), is er sprake van “kwader trouw” en geldt een verjaringstermijn van 20 jaar. Dit type erfdienstbaarheid (niet-voortdurend/niet-zichtbaar) kan dus voor het eerst op 1 januari 2012 ontstaan (20 jaar na ingaan nieuwe BW, in 1992).
Belangrijk is te melden dat wanneer het gaat om een dergelijke erfdienstbaarheid door verjaring er geen sprake mag zijn van een persoonlijk gebruiksrecht (een overeenkomst met uw buurman omtrent uw gebruik van zijn pad waarvoor u bijvoorbeeld huur betaalde). Zonder hier te diep op in te gaan heeft dit ermee te maken dat je, als het gaat om een verkregen recht door verjaring, je juridisch gezien moet hebben gedragen als eigenaar van het pad. Het pad wordt uiteraard niet van jou maar, maar je hebt met het langdurige gebruik ervan wel een “bezit” gekregen (om er gebruik van te maken). Wanneer je een huurovereenkomst hebt gesloten (je betaalde jaarlijks een bedrag om over het pad te mogen), heb je daarmee erkend dat jij geen eigenaar bent. Jij was de huurder, de ander de eigenaar. Hiermee vervalt uw mogelijkheid om verjaring te claimen. Pas als die overeenkomst is beëindigd, kan je weer een verjaringsrecht gaan opbouwen.
NB: Om te voorkomen dat er een verjaringsrecht ontstaat, zal de eigenaar van een zandpad er vanuit zijn optiek dus goed aan doen om u een huurovereenkomst aan te bieden, daarmee vervalt de mogelijkheid om een verjaringsrecht te claimen. Wees hierop bedacht als uw buurman ermee komt.
NB 2: Let ook op, als u een rechtszaak begint tegen uw buurman omdat u een verjaringsrecht wilt eisen, is het niet handig dit te doen voordat de verjaringstermijn van 20 jaar verstreken is. Tel goed terug om hoeveel jaar het gaat (per wanneer u gebruik kunt aantonen) en houdt daar rekening mee bij het uitbrengen van de dagvaarding. Want, het starten van een rechtszaak (datum dagvaarding), geldt als stuiting (weigering eigenaar pad om u nog langer gebruik te laten maken ervan). Per die datum stopt dus de verjaringsopbouw. Soms is het dus beter even te wachten en niets te doen, totdat de 20 jaar voorbij zijn. Als uw buurman dan niet (of niet op tijd; t.w. voor de datum dat er sprake is van een voltooide termijn van 20 jaar) heeft gestuit (hij heeft u schriftelijk laten weten dat u de toegang wordt ontzegd of dat gebruik slechts door hem gedoogd werd al die jaren), heeft u mogelijk een recht van overpad door verjaring verkregen.
U doet er goed aan dit officieel/notarieel te laten vastleggen, ook in de openbare registers. Als de eigenaar van het pad hier niet vrijwillig aan mee wil werken, zult u wellicht rechtsbijstand moeten inschakelen en een rechtszaak dienen te starten om uw recht te halen.
Bewijsvoering
U zult uw frequente gebruik door de jaren heen moeten aantonen. Verzamel Foto’s, getuigenverklaringen, gedateerd/ondertekend, en zorg voor zo veel mogelijk details over uw gebruik. U zult moeten aantonen dat uw gebruik van het pad op meer berustte dan de welwillendheid van de eigenaar van het pad, een gedoogconstructie. Dit is niet altijd even eenvoudig. Toch stelt L.P.W. van Vliet: “Wanneer de inbreuk meer dan slechts gering is, of steeds groter wordt, is van gedogen geen sprake meer” (in Verjaring en erfdienstbaarheid, NTBR 2004, p 221). Als u kunt aantonen dat het gebruik door u in de loop van de jaren is geïntensiveerd, kan dit dus eventueel in uw voordeel werken. Daarnaast is het belangrijk dat u zich richt op die gedragingen waaruit kan worden afgeleid dat u zich heeft gedragen als “eigenaar”, bijvoorbeeld u pleegt onderhoud aan het pad, u heeft het (met toestemming) deels bestraat / verhard, u heeft een garage geplaatst op uw perceel die alleen via het pad bereikbaar is, de buurman heeft u een sleutel gegeven van de deur/poort die toegang verschaft tot het pad, u heeft van de buurman een schriftelijke toestemming waaruit duidelijk wordt dat er sprake is van meer dan gedogen alleen. Uiteraard is iedere situatie uniek, verdiep u goed wat in uw geval relevant kan zijn. Laat u goed adviseren.
Buurweg
Een recht van buurweg (art. 719 Oud BW) is een alternatief voor een recht van overpad. En kan ook ingeschreven worden in de openbare registers. Een buurweg wordt omschreven als een weg die door meerdere buren wordt gebruikt en alleen kan worden verlegd of vernietigd met toestemming van alle omwonenden. Alhoewel een buurweg in het nieuwe BW (na 1992) niet meer terug te vinden is, behouden alle buurwegen die zijn ontstaan voor 1992 wel hun bestaansrecht. U kunt dus ook nu nog aanspraak maken op een recht van buurweg, indien u kunt aantonen dat er sprake is van een buurweg die reeds voor 1992 is aangevangen. In tegenstelling tot een recht van overpad heeft het recht van buurweg geen verjaringstermijn. Dit neemt niet weg dat tijd wel een rol kan spelen, hoe langer uw gebruik van het pad als buurweg reeds bestaat, hoe sterker uw zaak mogelijk wordt.Er zijn twee belangrijke eisen voor het ontstaan van een buurweg
- Er moet sprake zijn van gebruik van het perceel/pad door twee of meer buren (onder wie de eigenaar van het pad) (let op! In alle gevallen/voor alle betrokkenen voor 1992 aangevangen)
- Er moet sprake zijn van een stilzwijgende of uitdrukkelijke bestemming tot buurweg (door de eigenaar). Dit houdt dus uitdrukkelijk meer in dan enkel de welwillendheid van de eigenaar om een ander van zijn pad gebruik te laten maken (gedogen). Er moet aantoonbaar sprake zijn van een uitdrukkelijke of stilzwijgende wilsverklaring van de eigenaar: uit de gedragingen van de eigenaar moet kunnen worden afgeleid dat hij de weg beschouwde als een buurweg.
Van belang is ook hier weer goed te checken dat er geen andere gebruiksovereenkomst was, dan die hier wordt geclaimd. Anders gezegd, er mag geen persoonlijke gebruiksovereenkomst zijn, zoals een huurovereenkomst. Indien die er wel was, dan zal u moeten aantonen, dat ondanks het bestaan van die (huur)overeenkomst, toch sprake is/was van een buurweg. Dat is geen eenvoudige zaak, maar mogelijk is in uw geval de overeenkomst op enig moment beeindigd en is er nog een overeenkomst-vrije periode voor 1992 waardoor u toch een buurweg kunt claimen. Of, is er ander bewijs waarmee u aantoont dat de overeenkomst het gebruik van de weg als buurweg niet in de weg stond (gedurende de periode van uw overeenkomst, hebben andere buren het gebruik als buurweg voortgezet). Zie hiervoor een uitspraak die suggereert dat het mogelijk toch mogelijk is dat ondanks het bestaan van een overeenkomst (huur) toch een buurweg kan ontstaan, maar dit dient u dan wel overtuigend aan te tonen: http://jure.nl/ecli:nl:hr:2012:bu6496. Had een van uw buren, die u ook als getuige opvoert omdat hij/zij net als u gebruik maakte van de buurweg, een ander type overeenkomst, bijvoorbeeld, een erfdienstbaarheid/recht van overpad om over hetzelfde pad te gaan, dan zal zijn/haar getuigenbewijs hoogstwaarschijnlijk niet mee worden gewogen in uw zaak.
Bewijsvoering
Bewijsvoering zal uiteraard met name betrekking moeten hebben op de periode voor 1992. Net als bij een recht van overpad (erfdienstbaarheid) zult u moeten aantonen dat uw gebruik van het pad van uw buurman (eigenaar pad) te classificeren was als ongestoord bezit van een buurweg, dat u (en eventuele medeburen die het pad ook gebruikten) zich hebben gedragen als eigenaar van het pad, dat er sprake was van meer dan slechts een gedoogconstructie. Dat is altijd een moeilijk aan te tonen punt. Echter deze recente uitspraak kan wellicht helpen in uw voordeel. “Van een onjuiste rechtsopvatting getuigt het oordeel dat langdurig gemeenschappelijk gebruik door buren steeds moet worden aangemerkt als een enkel gedogen. Ongestoord bezit van het recht op buurweg, - dat wil zeggen: dat een buurman, of iemand die op grond van zijn rechtsverhouding met die buurman bevoegd is tot gebruik van diens erf, de, naar verkeersopvattingen te beoordelen, feitelijke macht over de desbetreffende weg uitoefent die past bij het gebruik van die weg als buurweg – levert het, voor tegenbewijs vatbare, vermoeden op dat van (een bestemming tot) een buurweg sprake is.” (HR 15 september 2006, NJ 2006 506 en eerder HR 27 november 1941, NJ 1942, 263). Zorg dus voor voldoende (gedetailleerde) getuigenverklaringen van (vorige) omwonenden die zowel uw gebruik (van het pad, voor 1992) als ook (mogelijk) dat van henzelf (of voorgaande bewoners) kunnen bevestigen. Wat betreft een bestemming tot buurweg kan ook de plaatselijke gesteldheid zwaar meewegen. Oude kadasterkaarten kunnen van belang zijn (intekening van de weg/pad op oude kaarten). Daarnaast kan meewegen dat het gebruik van de weg nuttig en nodig is voor de aanliggende percelen of dat er onderhoud is gepleegd door u of uw medeburen aan het pad en dat u de inrichting van uw perceel (bijvoorbeeld bouwen van een garage die alleen via het pad toegankelijk is) heeft afgestemd op het gebruik van de buurweg. Of, er is een verlaagde stoeprand gemaakt die het makkelijker maakte dat u en uw medeburen van het pad gebruik konden maken etc., etc. Uiteraard is iedere situatie uniek, maar het zijn deze (soms kleine) dingen die meewegen in het oordeel of sprake is van een recht van buurweg, laat u dus goed hierover informeren.
Noodweg
De noodweg is wettelijk geregeld in artikel 5:57 van het nieuwe BW. Het komt er op neer dat ieder perceel een recht heeft op een aansluiting op/uitweg naar de openbare weg (of openbaar vaarwater). Indien dat er niet is, kunt u via de rechter een zogenaamde noodweg vorderen. Let wel: bij een noodweg kan wel sprake zijn van een vooraf te betalen of te verzekeren schadevergoeding, u moet dus mogelijk een vergoeding gaan betalen voor het gebruik van de noodweg (eventueel met terugwerkende kracht). De rechter zal beoordelen of dit dient te gebeuren en zo ja, hoe hoog die schadeloosstelling dient te zijn. Een noodweg, eenmaal toegewezen, blijft gehandhaafd zolang deze nodig is. U kunt het inlaten schrijven in openbare registers, echter mocht er in de loop der tijd een andere mogelijkheid komen tot een uitweg naar de openbare weg, dan vervalt de noodweg op dat moment.Een zaak voor een noodweg ligt vaak moeilijk als het gaat om een pad die voor u als handige achterom dient, maar wanneer u tevens via de voorkant van uw huis wel een eigen toegang heeft tot de openbare weg. In dat geval wordt een noodweg vaak afgewezen, omdat u op een andere wijze toegang heeft naar de openbare weg.
Bij het eventueel toewijzen van een noodweg bekijkt de rechter (indien u er samen met uw buren niet uitkomt) hoe de noodweg moet lopen. Bij het bepalen van hoe/waar de noodweg moet lopen wordt vaak de snelste weg als argument genomen, echter er dient ook rekening gehouden te worden met de vraag welke route/weg de minste schade of hinder oplevert.
Belangrijk is het ook om te beseffen dat bij een noodweg vaak wordt gesteld dat het voldoende is om die noodweg alleen te voet of met de fiets te betreden, dus dat (voor “behoorlijke exploitatie” van het betreffende perceel dat geen uitweg heeft naar de openbare weg) het gebruik met de auto niet perse noodzakelijk is.
Bewijsvoering
Belangrijk is dat op basis van (kadaster)stukken en kaarten duidelijk wordt dat het betreffende perceel inderdaad geen behoorlijke uitweg heeft naar de openbare weg. Vaak wordt nog teruggekeken in de kadasterdata of het perceel ooit is ontstaan uit een groter omliggend perceel (waarbij bij afsplitsing dus een probleem – het ontbreken van een uitweg - naar de openbare weg ontstaat), men vordert dan vaak een noodweg via het perceel waarvan het ooit is afgesplitst (tenzij er tegenargument zijn, bijv.: hinder, er is een andere weg die minder schade oplevert etc.). Wat betreft het toestaan van gemotoriseerd verkeer via de noodweg zal door u moeten worden aangetoond dat onder “behoorlijke exploitatie” ook gemotoriseerd verkeer wordt verstaan. In sommige gevallen is het wellicht een (tegen)argument dat een perceel op grond van het bouwbesluit ook bereikbaar moet zijn voor nooddiensten (en dus gemotoriseerd verkeer). Zorg voor goed fotomateriaal en getuigenbewijs die het/uw gebruik van de noodweg door de jaren heen kan bevestigen.