Daderprofilering

Hoe kan een rustige jongen veranderen in een moordenaar? Zijn er kenmerken waardoor men iemand die in staat tot moord is kan herkennen? Psychologen, maar ook zeker de politie kampen met deze vragen. Het probleem is namelijk dat er in Nederland zeer weinig specialisten zijn op het gebied van daderprofilering. Met behulp van daderprofilering kan men inzicht krijgen in de gedachtegang en bezigheden van een dader. Men probeert de persoonlijkheid van de dader af te leiden aan de hand van de werkwijze, ook wel Modus Operandi, op de plaats delict. Deze informatie kan cruciaal zijn voor het oplossen van cold-cases, lopende zaken en toekomstige onderzoeken. Een instantie, die daderprofilering toepast, is het Korps Landelijk Politie Dienst (KLPD).

De geschiedenis van daderprofilering

Daderprofilering bij de FBI en in Nederland

De oorsprong van profiling ligt vooral bij de FBI, die zich al werkend aan zaken realiseerde dat er iets meer was dan het alleen maar verhoren van getuigen en het doen van technisch onderzoek

Daderprofilering wordt nog niet zo lang gebruikt. In Nederland wordt daderprofilering pas in de jaren tachtig voor het eerst toegepast. In Amerika werd het al eerder gebruikt, vooral door de FBI. Daderprofilering wordt in Nederland gebruikt als hulpmiddel, niet als bewijs. Met behulp van daderprofilering zijn al veel zaken opgelost.

Jack the Ripper

Dus profiling met de naam die het heeft stamt uit de tijd van de FBI. En dan praat je over de jaren tachtig van de afgelopen eeuw. Voor die tijd werd het natuurlijk tot op zekere hoogte ook al toegepast door mensen die goed konden nadenken, alleen heette dat toen nog geen profiling.

De eerste serieus te nemen daderprofilering vond plaats in 1888. Dokter Thomas Bond maakte een daderprofiel voor de toen der tijd actieve seriemoordenaar Jack the Ripper. Jack the Ripper vermoorde in 1888 prostitués. Hij wordt Jack the Ripper genoemd, omdat er destijds een brief gestuurd is naar de politie met feiten die alleen de dader kon weten. De brief was ondertekend met de naam Jack the Ripper.

Thomas Bond is gevraagd door Robert Anderson om de lichamen van de vermoorde vrouwen te onderzoeken. Op basis van zijn onderzoek heeft hij een soort daderprofiel gemaakt. Daarin staat onder andere dat Jack the Ripper een man moest zijn geweest met veel kennis over het menselijk lichaam, bijvoorbeeld een slager of een chirurg. Er zijn namelijk met precisie organen verwijderd bij sommige van de slachtoffers. Helaas is Jack the Ripper nooit gepakt. Er is dus ook nooit bewezen of het daderprofiel, gemaakt door Thomas Bond, klopt. (Schachner, T. (2013))

Sherlock Holmes

Er zijn allerlei stukken beschikbaar die het er over hebben dat Sherlock Holmes eigenlijk al daderprofilering toepaste. Er wordt gezegd dat de hoofdpersoon uit de boeken van Arthur Conan Doyle al daderprofilering toepaste. Voor wie de boeken over de bekende privédetective Sherlock Holmes kent, weet dat er wel enige zin van waarheid in zit. De technieken zijn tegenwoordig heel anders, maar wat Sherlock Holmes zei en deed, komt wel overeen met de manier van denken die nog steeds wordt gebruikt voor daderprofilering, alleen noemde sir Doyle dat nog niet zo. Wat niet vreemd is als je er over nadenkt, want de term daderprofilering werd pas veel later door de FBI geïntroduceerd.

De daderkenmerken van een inbreker

Daderprofilering bij inbrekers

Wij kijken naar zaken waarin gedrag een interpreteerbare rol speelt. Ik zal niet zeggen dat er bij inbraken helemaal niets aan gedrag te vinden is, maar een inbreker komt binnen en laat eigenlijk heel weinig na wat voor ons interpreteerbaar is als gedrag. Een inbreker komt binnen als een dief in de nacht en hij verdwijnt ook weer net zo snel.

Bij met maken van een daderprofiel van een inbreker is er niet veel om mee te beginnen. Ze laten namelijk weinig achter waarmee hun identiteit te achterhalen is. Toch is het enigszins mogelijk een daderprofiel op te stellen. Namelijk via de organisatiegraad of de werkwijze van de inbreker, ook wel Modus Operandi (M.O.) genoemd.

Categorisering van inbrekers

Het is moeilijk om inbrekers in groepen in te delen. De categorieën zijn gemaakt op basis van bepaalde kenmerken, zoals de werkwijze. Echter zijn inbrekers een zeer diffuus gezelschap, waarbij individuen kenmerken uit verschillende categorieën combineren.
De politie onderscheidt inbrekers het meest op basis van de organisatiegraad. Hierbij worden gelegenheidsinbraak en georganiseerde inbraak onderscheiden. (Klein Haneveld, R.K., Boes, S., Kop,N. (2012))

Gelegenheidsinbraak

Gelegenheidsinbrekers bereiden de inbraak meestal niet voor. Ze breken alleen in of met een maatje. Ze laten zich leiden door de mogelijkheden die zich voordoen. Een deel richt zich alleen op de eigen woonwijk, omdat ze deze goed kennen op het gebied van zwakke plekken bij woningen, vluchtroutes en routines van buurtbewoners. Ze richten zich ook wel op andere wijken waarvan ze de gewoontes goed kennen. Dit deel van de gelegenheidsinbrekers worden ook wel lokale inbrekers genoemd. De lokale inbrekers hebben vaak een voorkeur voor een bepaalde MO. Vaak geldt voor gelegenheidsinbrekers dat ze maar een of twee methoden voor inbreken beheersen. (Handel, C. van den, Nauta, B., Soomeren, P. van, Amersfoort, P. van. (2009))

Junks laten zich leiden door hun behoefte voor drugs. Ze opereren vaak in binnensteden en uitgaansgebieden en zoeken makkelijk toegankelijke woningen. Junks nemen over het algemeen veel risico's. (Handel, C. van den, Nauta, B., Soomeren, P. van, Amersfoort, P. van. (2009))

De meer ervaren inbreker beheerst vaak meerdere MO's, waar vaak meer oefening voor nodig is. Deze zie je dan ook vaker terug bij de georganiseerde bendes. De gelegenheidsinbreker zal eerder afhaken wanneer het te moeilijk wordt en zal het elders proberen met de MO die hij het best beheerst. (Handel, C. van den, Nauta, B., Soomeren, P. van, Amersfoort, P. van. (2009))

Georganiseerde inbraak

Georganiseerde inbraken worden vaak uitgevoerd door internationaal opererende bendes. Ze richten zich vaak op de duurdere wijken en de luxe, vrijstaande huizen. Deze liggen vaak aan de randen van woongebieden of in buitengebieden. Ze richten zich vaak op de buitenwijken, zodat ze snel kunnen vluchten. De bendes weten vaak minder van de omgeving en kennen de vluchtwegen ook minder goed. De inbraken zijn vaak goed voorbereid en inbraken worden vaak in opdracht uitgevoerd. Ze opereren vaak in het hele land of zelfs in meerdere landen. Ze opereren ook vaak in groepen waarin ieder zo zijn taak heeft. Vaak heeft de bende zo zijn eigen MO. De inbraaklocatie wordt van te voren geselecteerd. De selectie wordt vaak gemaakt op basis van de buit. Dit in tegenstelling tot de gelegenheidsinbreker, die de inbraaklocatie selecteert op basis van de moeilijkheidsgraad om binnen te komen. (Handel, C. van den, Nauta, B., Soomeren, P. van, Amersfoort, P. van. (2009))

De daderkenmerken van een brandstichter

In de meeste gevallen blijkt een brandstichter een van de jongste criminelen te zijn binnen onze afbakening van delicten. Vaak zijn het jongeren rond de 20 à 25 jaar, die het delict hebben gepleegd voor hun 16e jaar. Internationaal onderzoek geeft aan dat dit blanke mannen zijn, met een laag opleidingsniveau. Ook staan ze bekend om hun slechte relaties met vrouwen en familieleden.
(Schoenmakers, Y., van, Ham, T., van, Wijk, A. (2012)) (Kempes (2013))

Redenen van brandstichting:

  • Veel mensen willen iets verbergen: hierbij kan worden gedacht aan moord of geldzaken.
  • Gewin: veel mensen stichten een brand om er winst uit te slaan. Hierbij kan er worden gedacht aan verzekeringsgeld innen. In de meeste gevallen zijn dit oudere mannen.
  • Veel jongeren willen aandacht, of koesteren wrok: zij voelen zich vaak ongelukkig, waarbij ze niet het gevoel hebben dat dit bij hen ligt. Om hun wraak op de 'maatschappij' uit te leven, vernielen zij andermans eigendom(men).
  • Vandalisme: dit wordt vaak in groepen uitgevoerd en zij steken vooral scholen, lege gebouwen en dingen op straat in brand.
  • Zelf beslissingen kunnen maken: deze stichters hebben vaak een laag zelfvertrouwen. Wanneer ze iets kunnen branden, hebben ze het gevoel dat zij hierover mogen beslissen. Dit geeft hun een voldoening die verslavend werkt.

De meeste brandstichters stichten om deze redenen. De meeste branden zijn dan ook op kleinere schaal.
(Schoenmakers, Y., van, Ham, T., van, Wijk, A. (2012))

Verschillende soorten brandstichters

Seriebrandstichters
Door deze (verslavende) voldoening blijken de meeste brandstichters een seriebrandstichter te zijn. Er wordt hierover gesproken wanneer een dader meer dan één brand sticht, en tussentijds er niet voor is veroordeeld. Tussen deze branden moet er of minimaal één etmaal tussen zitten, of moeten zij op meerdere plaatsen gesticht zijn.

Bij brandstichting wordt er gekeken naar de handeling op zich, niet naar de gevolgen. Er wordt pas echt gesproken over brandstichting, wanneer het de bedoeling was om een brand te stichten. Hiermee kan bedoeld worden dat er een handeling is geweest die brand veroorzaakt, of het nalaten van een handeling die een brand kon voorkomen. Bij het laatste wordt de daad strafbaar als er gevaar is ontstaan. Vaak worden deze branden niet voorbereid, maar blijken brandstichters van gelegenheden gebruik te maken. Ook komt het voor dat een brandstichter al tien tot twintig branden heeft gesticht voor hij wordt gepakt. Vaak omdat bij dit soort delicten de dader moeilijk te traceren is. Wel blijkt dat de dader vaak bij de brand blijft kijken. (Schoenmakers, Y., van, Ham, T., van, Wijk, A. (2012)) (Kempes (2013))

Pyromanen
Pyromaan is een term uit de psychiatrie en die proberen we te vermijden, want dan komen er weer allerlei andere aspecten bij. Het woord dat wij gebruiken is brandstichter of seriebrandstichter.

Vaak wordt er echter in artikelen gesproken over pyromanen. Dit blijkt in de meeste gevallen ook niet juist te zijn. Pyromanen hebben een impulsstoornis, die bij meerdere gelegenheden opzettelijk en doelgericht branden stichten. Voor zij deze branden stichten voelen zij zich gespannen en opgewonden. Zij zijn gefascineerd door vuur zelf en de situatie hier omheen en voelen een lust of bevrediging tijdens het stichten of het kijken naar de gevolgen hiervan. Hun doelen zijn ook zeer anders dan die van een brandstichter, zij doen dit niet voor hun eigen gewin of als een uiting voor gevoel van wraak. (Schoenmakers, Y., van, Ham, T., van, Wijk, A. (2012))


De daderkenmerken van een zedendelinquent

De categorie zedendelicten is heterogeen. Er zijn dus verschillende soorten delicten te onderscheiden binnen de categorie zedendelicten (Schoenmakers, Y.M.M. (2006)). Dit onderzoek richt zich alleen op het delict verkrachting.

Binnen het delict verkrachting worden twee groepen onderscheiden; een groep waarvan de dader een bekende is van het slachtoffer en een groep waarvan de dader een onbekende is van het slachtoffer. Delicten van de eerste groep zijn voor de politie relatief gemakkelijk op te lossen. Delicten van de tweede groep zijn echter lastig op te lossen. Dit is de reden waarom er gekozen is om in dit onderzoek alleen de daderkenmerken van de daders uit de tweede groep aan bod te laten komen.

Verschillende typen verkrachters

De groep verkrachters is heterogeen, desondanks zijn er een aantal typen te onderscheiden. Roy Hazelwood, oud FBI agent, hanteert de verdeling in typen verkrachters die door Dr. A. Nicholas Groth is bedacht. Er worden zes typen onderscheiden, vier hoofdtypen en twee subtypen.

De vier hoofdtypen zijn (Ramsland, K. (zd)):

  • Power-reassurance rapist: deze dader wordt ook wel de 'gentleman rapist' genoemd. Hij heeft de fantasie dat hij een relatie heeft met het slachtoffer.
  • Power-assertive rapist: deze dader vindt dat hij het recht heeft om vrouwen te gebruiken. Hij heeft weinig fantasieën.
  • Anger-retaliatory rapist: de delicten die deze dader pleegt zijn gedreven door woede, ontstaan door echte of verzonnen misdaden van vrouwen. Deze dader heeft bijna geen fantasieën, hij slaat gewoon toe.
  • Anger-excitation rapist: deze dader is ook wel bekend als de seksuele sadist. Hij straft vrouwen, hij probeert ze te vernederen. Deze dader heeft ook diepe en complexe fantasieën.

De twee subtypen zijn (Ramsland, K. (zd)):

  • Opportunistische verkrachters: deze dader wil eigenlijk alleen een inbraak of andere misdaad begaan, maar maakt misbruik van de gelegenheid dat een eventueel slachtoffer aanwezig is. Vaak vind dit plaats onder de invloed van verdovende middelen. Als dit gedrag vaker vertoont wordt, zal deze dader ingedeeld worden in een van de vier hoofdtypen die hierboven zijn beschreven.
  • Groepsverkrachters: in dit geval zijn er drie of meer daders. Hiervan is er altijd een de leider en is de rest aan hem ondergeschikt. Doordat er sprake is van een groepsmentaliteit doen de daders hun best om indruk op elkaar te maken. Dit betekend dat er meestal zeer veel geweld gebruikt wordt.

Zoals hierboven beschreven is, wordt er een onderscheid gemaakt tussen ‘power rapes’ en ‘anger rapes’. Beiden hebben aparte daderkenmerken.

Bij de ‘power rapes’ fantaseren de daders dat het slachtoffer zich eerst verzet, maar na dat ze onderworpen zijn aan de dader, de verkrachting gewillig ondergaan. Bij deze daders ontbreekt het aan de seksuele bevrediging. Deze dader heeft meestal de voorkeur voor slachtoffers jonger dan hemzelf of slachtoffers die even oud zijn. Het geweld beperkt zicht tijdens het delict tot het hoognodige, om het slachtoffer te laten meewerken. (Schoenmakers, Y.M.M. (2006))

Bij de ‘anger rapes’ worden de daders gedreven door minachting, haat en woede tegenover het vrouwelijke geslacht. De dader ondervindt weinig seksuele genoegdoening aan de verkrachting. Om het slachtoffer te laten lijden, wordt door deze dader zeer veel geweld gebruikt. Een aanleiding voor deze delicten is vaak een conflict met een vrouw. Dit is ook de reden dat er langere tijd tussen delicten, gepleegd door dezelfde dader, kan zitten. (Schoenmakers, Y.M.M. (2006))

Eenmalig of serie

De kans dat je morgenochtend als de wekker afloopt denkt het is een perfecte dag om vandaag eens een verkrachting te gaan plegen, die is niet zo gek groot. Als je daar fantasieën over hebt dan is dat niet iets wat aan en uit gaat.

De daderkenmerken van een moordenaar

Daderprofilering bij moordenaars en seriemoordenaars

Moord is het met voorbedachten rade beëindigen van een leven. Pas als bewezen kan worden dat iemand met voorbedachten rade van zijn of haar leven is beroofd, is het moord. Degene die zich schuldig maakt aan moord, wordt een moordenaar genoemd.

Er zijn vele verschillende moordenaars. Eén van de bekendste soort moordenaars is de seriemoordenaar. Een moordenaar is niet meteen een seriemoordenaar. Dit is pas het geval als hij of zij drie of meer mensen heeft vermoord bij afzonderlijke gelegenheden. Worden er namelijk drie of meer mensen vermoord bij één gelegenheid, is er geen sprake van een seriemoordenaar, maar van een massamoordenaar. (Oosterink (2008))

Verschillende typen seriemoordenaars

Mensen moorden om zoveel verschillende reden, daar moet je vooral naar kijken. Wat is het motief en wat hoort daarbij. Seriemoordenaars werden eerst ingedeeld door de FBI in twee types: het georganiseerde type en het ongeorganiseerde type. De twee types zijn gebaseerd op een aantal kenmerken.

Het georganiseerde type:
  • Plant en organiseert alles zorgvuldig
  • Kent het slachtoffer niet, het slachtoffer is een vreemde
  • Maakt contact met zijn slachtoffer
  • Op het plaats delict zijn nauwelijks tot geen sporen te vinden
  • Dader is intelligent
  • Sociale competentie bij dader

Het ongeorganiseerd type:
  • Plant niet, is spontaan en onzorgvuldig
  • Kiest willekeurig een slachtoffer uit, is impulsief
  • Maakt geen contact met zijn slachtoffer
  • Slordige plaats delict
  • Dader heeft een lage tot gemiddelde intelligentie
  • Dader is sociaal incompetent

Tegenwoordig wordt deze theorie niet meer gebruikt. Indelen in twee types gaat gewoonweg niet. Een seriemoordenaar zit complexer in elkaar. Er kan niet gezegd worden: op het plaats delict zijn nauwelijks sporen te vinden, dus het is het georganiseerde type. Er wordt nu gekeken naar de motieven van seriemoordenaars, hun drijfveren om te moorden. Op basis daarvan wordt een profiel gemaakt. (Oosterink (2008)) En daarbij blijkt ook nog eens, en dat geldt overigens ook voor verkrachters, menselijk gedrag kun je niet in één of ander hokje persen.

Verschillen vrouwelijke en mannelijke seriemoordenaars

Er zijn ook verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke seriemoordenaars. Er zijn bijvoorbeeld veel meer mannelijke seriemoordenaars dan vrouwelijke seriemoordenaar; ongeveer één op vijf seriemoordenaars zijn vrouwen.

De meest voorkomende verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke seriemoordenaars:

  • Verschil in motieven: Mannen hebben vaak als motief macht en seks, terwijl vrouwen vaker geld en wraak als motief hebben.
  • Verschil in slachtoffers: Ook hierin verschillen de beide seksen. Mannelijke seriemoordenaars kiezen vaak vreemden uit als slachtoffer, terwijl vrouwelijke seriemoordenaars vaak mensen vermoorden die ze kennen.
  • Verschil in Modus Operandi: De werkwijze verschilt vaak. Vrouwen gebruiken in het algemeen veel vergif of verstikken hun slachtoffer. Fysiek contact is bij mannelijke seriemoordenaars vaak erg belangrijk.
  • Verschil in tijd en timing: Mannen beginnen in het algemeen eerder met moorden dan vrouwen. Ook duurt het meestal langer tot vrouwelijke seriemoordenaars gearresteerd worden.
(Audrey, S. (2013))

Conclusie

Daderprofilering is afkomstig van de FBI in Amerika en wordt vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw in Nederland toegepast. In tegenstelling tot Amerika wordt daderprofilering in Nederland niet toegepast als bewijsmateriaal; het is een hulpmiddel.
Daarvoor werd daderprofilering ook wel gebruikt, alleen heette dat toen nog niet zo. Het werd vooral toegepast door mensen die goed konden nadenken.

De eerste serieus te nemen daderprofilering vond plaats in 1888. Dit profiel is gemaakt door dokter Thomas Bond. Hij onderzocht de slachtoffers van de destijds actieve seriemoordenaar Jack the Ripper.

Er is weinig betekent over het daderprofiel van inbrekers. Ze laten vaak te weinig achter om hun identiteit te achterhalen. Inbrekers worden ingedeeld in categorieën op basis van werkwijze en de organisatiegraad. Zo zijn er gelegenheidsinbrekers en georganiseerde inbrekers.

Brandstichters blijken de jongste criminelen te zijn binnen de soorten delinquenten die zijn onderzocht. Uit onderzoek blijkt dat brandstichters vaak blanke mannen zijn rond de 20 à 25 jaar met een laag opleidingsniveau.

Het begrip zedendelinquent is een algemeen begrip. Er zijn twee groepen verkrachters: een groep waarvan het slachtoffer een bekende is en een groep waarvan het slachtoffer een vreemde is. De tweede groep is weer te verdelen in verschillende typen verkrachters:
  • Power-reassurance rapist
  • Power-assertive rapist
  • Anger-retaliatory rapist
  • Anger-excitation rapist

Er zijn vele verschillende soorten moordenaars. De meest bekende is de seriemoordenaar. Een moordenaar is een seriemoordenaar als hij of zij drie of meer mensen vermoord bij afzonderlijke gelegenheden. Vroeger werden seriemoordenaars ingedeeld door de FBI in twee types: het georganiseerde type en het ongeorganiseerde type. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer. Een seriemoordenaar zit te complex in elkaar om ze in te delen in die typen. Ook zijn er verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke seriemoordenaars.

Een van de overeenkomsten tussen de delicten inbraak en zeden is dat er zowel solo als in groepsverband geopereerd wordt. Een andere overeenkomst is in de voorgaande hoofdstukken te lezen, namelijk dat er binnen alle delicten sprake is van grote heterogeniteit. Dit maakt het lastig om de verschillen goed aan te kaarten. Wat wel een belangrijk verschil is dat bij de delicten inbraak en moord niet altijd sprake is van serie, maar bij de delicten zeden en brandstichting spreekt men altijd van serie.
In hoeverre verschillen de daderkenmerken van daders bij verschillende delicten van elkaar? De daderkenmerken van daders verschillen al per delict erg van elkaar. Het verschil tussen de daderkenmerken van daders bij verschillende delicten is dan ook zodanig groot dat men ieder delict afzonderlijk moet bekijken.
© 2014 - 2020 Angel1573, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Profiling: research-technieken bij (serie)moordenaarsSinds de film 'The Silence of the Lambs' (1991) met Anthony Hopkins in de hoofdrol van Hannibal Lecter, de kannibaal, be…
Vuurwerkbommenmakers en de vuurwerkexplosiesVuurwerkbommenmakers en de vuurwerkexplosiesVoor veel mensen is vuurwerk leuk. Vooral leuk om naar te kijken. Sommige personen menen dat ze zelf vuurwerk moeten mak…
Gedrag, criminaliteit, delinquentie en de rol van religieGedrag, criminaliteit, delinquentie en de rol van religieStatistische gegevens over stijgende misdaadcijfers zijn vaak gemeld door de media. Dit was vooral het geval tijdens de…

Plagiaat en piraterij en duur van auteursrechtPlagiaat en piraterij en duur van auteursrechtSchrijvers die een roman schrijven of een artikel of verhaal willen niet dat anderen daarmee zonder toestemming aan de h…
Collectieve acties en stakingenCollectieve acties en stakingenIn Nederland komen stakingen geregeld voor. Vaak is dit het gevolg van werknemers die ontevreden zijn. Wat zijn de regel…
Bronnen en referenties
  • Audrey, S. (2013), Verschillen mannelijke en vrouwelijke seriemoordenaars, Geraadpleegd van http://wetenschap.infonu.nl/diversen/113685-verschillen-mannelijke-en-vrouwelijke-seriemoordenaars.html, op 26 september 2013
  • Ten Cate, A. , Spaansen, A. (2013), Drents dorpje geschokt na moord, Geraadpleegd van http://www.telegraaf.nl/binnenland/21699778/__Moord_schokt_Drents_dorpje__.html, op datum 23 september 2013
  • Erasmus Universiteit Rotterdam (2013), master programma Klinische Psychologie, geraadpleegd van http://www.eur.nl/master/opleidingen/psychologie/klinische_psychologie/ , op 21 oktober 2013
  • Handel, C. van den, Nauta, B., Soomeren, P. van, Amersfoort, P. van. (2009)Hoe doen ze het toch?: modus operandi woninginbraak. Pagina 12-14. Amsterdam: DSP-groep
  • Kempes (2013), De seriebrandstichter: gevaarlijker dan de pyromaan, geraadpleegd van http://mens-en-samenleving.infonu.nl/sociaal/113260-de-seriebrandstichter-gevaarlijker-dan-de-pyromaan.html , op 27 oktober 2013
  • Klein Haneveld, R.K., Boes, S., Kop,N. (2012), Woninginbraken. Een onderzoek naar het fenomeen woninginbraken en mogelijke aanpak hiertegen. Pagina 12-17, 53-54.Apeldoorn: Politieacademie
  • Oosterink (2008), profiel: de seriemoordenaar, Geraadpleegd van http://mens-en-samenleving.infonu.nl/psychologie/20951-profiel-de-seriemoordenaar.html, op 25 september 2013
  • Ramsland, K. (zd), Roy Hazelwood: profiler of sexual crimes, geraadpleegd van http://www.trutv.com/library/crime/criminal_mind/profiling/hazelwood/1.html , op 24 oktober 2013
  • Schachner, T. (2013), witnesses, Geraadpleegd van http://www.casebook.org/witnesses/thomas-bond.html, op 25 september 2013
  • Schippers, C. (2013), persoonlijke communicatie, interview, KLPD Zoetermeer
  • Schoenmakers, Y.M.M (2006), De betekenis van geweld in verkrachtingen en seksuele moorden een literatuurverkenning, doctoraalscriptie, faculteit der rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit, Amsterdam
  • Schoenmakers, Y. , van, Ham, T., van, Wijk, A. (2012), Seriebrandstichters, een verkennend onderzoek naar daderkenmerken en delictpatronen, Apeldoorn: Politie & wetenschap, Arnhem: Bureau Beke

Reageer op het artikel "Daderprofilering"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Angel1573
Gepubliceerd: 26-05-2014
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Recht en wet
Bronnen en referenties: 12
Schrijf mee!