InfoNu.nl > Wetenschap > Recht en wet > Het vrij verkeer van goederen

Het vrij verkeer van goederen

Het vrij verkeer van goederen Binnen de EU gelden een aantal fundamentele vrijheden, het vrij verkeer van goederen is daar één van. Deze vrijheid moet er voor zorgen dat mensen in alle lidstaten zonder belemmeringen goederen kunnen in- en uitvoeren en deze kunnen gebruiken. Door harmonisatie van wetgeving probeert de EU-wetgever de regels van de lidstaten zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen ter verwezelijking van het vrije verkeer van goederen.

Inleiding

Een belangrijke doelstelling van de Europese Unie (verder: de EU), is het bewerkstelligen van marktintegratie. Dit doet de Unie bijvoorbeeld door een interne markt te maken, waarin er vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen is. Deze vier vrijheden worden wel de fundamentele vrijheden van de Unie genoemd. Één van de belangrijkste en tevens meest gespecificeerde vrijheden is het vrij verkeer van goederen. De bedoeling van integratie door de EU, is het maken van uniformere regelgeving omtrent het vervoer van bijvoorbeeld goederen. Zo mogen lidstaten het vervoer of het gebruik van buitenlandse, uit andere lidstaten afkomstige goederen, niet verbieden of beperken. De Unie kan integratie van deze vrijheden op verschillende manier bewerkstelligen, zowel positieve als negatieve integratie is mogelijk. Bij positieve integratie moet men denken aan harmonisatie van wetgeving, waarbij Europese normen bepaalde nationale regels trachten te veranderen, verbeteren of zelfs vervangen. Bij negatieve integratie gaat het juist alleen om het verbieden van een nationale regel op Europees niveau. Dit laatste komt niet vaak voor.

Door verschillende nationale regels te vervangen door Europese regels in alle lidstaten van de Unie, kan men een uniforme regelgeving omtrent één onderwerp bewerkstelligen. Hierdoor gelden in alle lidstaten nagenoeg dezelfde regels omtrent bijvoorbeeld het vervoer van goederen als drank, fruit en fietsen. Harmonisatie zorgt er voor dat het vervoer en gebruik van goederen sneller, efficiënter en gemakkelijker is voor consumenten en producten. Niet elke lidstaat, bewust of onbewust, houdt zich echter aan de aan haar opgelegde harmonisatieregels. Hiervoor dient het Hof van Justitie (verder: het Hof), nadat een klacht is ingediend door bijvoorbeeld een particulier, deze regelgeving te beoordelen. Beperkingen in het vrije verkeer worden door het Hof ruim uitgelegd.

Het vrije verkeer van goederen

Het vervoer van goederen tussen verschillende Europese landen was vroeger zeer ingewikkeld. In- en uitvoer van producten kostte veel geld door de vele belastingen en heffingen die werden geheven op buitenlandse producten. Binnen de Europese Unie bestaat echter tegenwoordig een interne markt, tot stand gebracht door onder andere harmonisatieregelingen. Goederen moeten vrij worden kunnen vervoert tussen de verschillende lidstaten van de Unie. Wanneer dit niet kan, bestaat er een beperking op het vrij verkeer van goederen. Dit recht is geregeld in het Werkingsverdrag van de Unie, in art. 30, 34 en 35 VWEU. In art. 30 VWEU wordt bepaald dat geen douanerechten of heffingen van gelijke werking mogen worden toegepast in lidstaten van de EU. Douanerechten komen niet meer voor binnen de EU, heffingen van gelijke werking wel. Een heffing van gelijke werking is een geldelijke last wegens de grensoverschrijding van goederen, die eenzijdig is opgelegd en geen douanerecht is (Zaak C-90/94 Haahr Petroleum). Er mogen wel heffingen aan de grens plaatsvinden als dit vergoedingen zijn voor verkregen diensten of als dit vergoedingen zijn die de kosten moeten dekken voor de uitvoering van Unierecht (Zaak C-46/76 Bauhuis). Als een heffing echter geldt voor binnen- en buitenlandse producten en de regeling ook voor beide soorten producten dezelfde is, mogen er wel heffingen worden opgelegd. Een goed voorbeeld van een dergelijk geval is de zaak Outkumpu (zie hieronder). Verder wil ik opmerken dat art. 30 VWEU ziet op tarifaire belemmeringen: dit zijn beperkingen van het vrij verkeer van goederen die te maken hebeen met het heffen van een geldelijke last. Art. 34 en 35 VWEU zien op non-tarifaire belmmeringen: dit zijn beperkingen van het vrij verkeer van goederen die niet zien op geldelijke lasten maar wel op een andere manier het vervoer van goederen tussen land beperkt.

Tarifaire belemmeringen: Outokumpu

Onderscheid in binnenlandse en buitenlandse producten is niet toegestaan, dit levert discriminatie op en en kan dan vaak worden gezien als een heffing van gelijke werking. Wanneer echter differentiatie wordt toegepast, in plaats van discriminatie, kan een heffing toch gerechtvaardigd zijn. In de zaak Outokumpu (Zaak C-213/96) werd in Finland belasting geheven op in Finland geproduceerde elektriciteit. Hoe minder vervuilend de elektriciteit was, hoe lager de belasting. Van elektriciteit uit het buitenland is echter moeilijk te bepalen of de energie 'schoon' of 'niet schoon' is. Daarom werd hiervoor een gemiddelde belasting geheven, niet te hoog en niet te laag. Outokumpu was het hier niet mee eens en beweerde dat dit discriminatie was tussen binnenlandse en buitenlandse energie. Het Hof vertelt ons hier dat discriminatie inderdaad verboden is, maar differentiatie is wel toegestaan als dit op grond van objectieve criteria verenigbaar is met de doelen van de Unie. Hier was het doel van de maatregel milieubescherming, het Hof vond deze vorm van differentiatie gerechtvaardigd. Finland had de maatregel echter consequent moeten doorvoeren, dezelfe regels voor binnen- en buitenlandse producten hadden hier moeten gelden. Nu buitenlandse energie niet kon profiteren van de lagere belastingtarieven, was er dus wel sprake van discriminatie en hiermee dus een heffing van gelijke werking (hierboven uitgelegd).

Non-tarifaire belemmeringen: art. 34 VWEU

Art. 34 VWEU verbiedt beperkingen omtrent de import van goederen. In art. 34 VWEU wordt gesproken over het verbod van kwantitatieve beperkingen bij de import van goederen uit andere landen. Ook maatregelen van gelijke werking (gelijk aan de kwantitatieve beperkingen) zijn verboden. Een goed voorbeeld van een maatregel van gelijke werking bij art. 34 VWEU is de volgende zaak:

Dassonville

In de jaren 70 werden twee mannen uit België, vader en zoon Dassonville, vervolgd voor het verkopen van Scotch Whisky zonder certificaat van echtheid. Het verkopen van deze whisky soort werd door de Belgische overheid verboden op grond van een maatregel van gelijke werking, gerelateerd aan de kwantitatieve beperkingen. Zonder het certificaat van echtheid kon namelijk niet verkocht worden en werd Dassonville zelfs gestraft. De whisky was ingevoerd uit Frankrijk en oorspronkelijk afkomstig uit Engelan, dit wordt wel parallel-import genoemd en is niet verboden. Het Hof concludeert hier dan ook, dat België een maatregel van gelijke werking heeft gebruikt om de import van deze whisky soort te beperken. In dit arrest bepaalde het Hof: '...iedere handelsregeling der Lid-Staten die de intracommunataire handel al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel, kan belemmeren, kan worden gezien als een maatregel van gelijke werking (Zaak C-8/74 Dassonville). Het Hof legt hier art. 34 VWEU erg ruim uit, vele beperkingen kunnen tegenwoordig een maatregel van gelijke werking vormen.

Mickelsson en Roos

Een aardig voorbeeld van de ruime opvatting van het Hof is de zaak Mickelsson en Roos (Zaak C-142-05). De regering van Zweden wees in heel het land gebieden aan waar geen gebruik mocht worden gemaakt van waterscooters. De jongens Mickelsson en Roos beweerden bij het Hof dat dit een maatregel van gelijke werking is op grond van art. 34 VWEU, omdat door deze waterscooter beperking het voor inwoners van Zweden onaantrekkelijk zou zijn om waterscooters uit het buitenland te kopen. Het Hof moet nu onderzoeken of door deze maatregel inderdaad minder producten worden gekocht in het buitenland. Is dit zo, dan vormt de maatregel een maatregel van gelijke werking.

De Cassis-rechtvaarding

In de Cassis de Dijon zaak (Zaak C-120/78) beperkt het Hof de ruime opvatting van art. 34 VWEU enigszins. Cassis de Dijon is een Franse drank, dit werd door Duitse handelaren geïmporteerd. De Duitse overheid verbood echter de verkoop van de Cassis, omdat deze drank te weinig alcohol bevatte. Bij het Hof legde de regering van Duitsland uit waarom zij dit niet juist vonden. Het Hof vond deze redenatie juist. Aangenomen is dat, als er geen harmonisatie van regelgeving is geweest, bepaalde regels ter bescherming van dwingende vereisten (of wel dringende behoeften) genomen door de overheid, geen maatregel van gelijke werking hoeven op te leveren. Dwingende vereisten zijn bijvoorbeeld: bescherming van de volksgezondheid en bescherming van de consument.

Kort samengevat blijkt uit Cassis de Dijon dat een maatregel van gelijke werking gerechtvaardigd kan worden als er aan de volgende vier voorwaarden is voldaan:

  • Er is geen harmonisatie van wetgeving geweest
  • De nationale regel moet zonder onderscheid worden toegepast
  • De maatregel is gerechtvaardigd door een dwingend vereiste van EU-recht
  • De nationale regel is evenredig, proportioneel en subsidiair

Lees verder

© 2011 - 2017 Maria_louise91, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De taal van EuropaECB. EMU. Devaluatie. Schengen. Als het over Europa zaken gaat, worden veel woorden gebruikt die niet iedereen kent. Een…
Landcodes op auto'sLandcodes op auto'sAlle landen van de wereld worden aangeduid met een eigen landcode. Je ziet de landcode bijvoorbeeld achterop de auto, of…
Het politieke bestuur van NederlandHet politieke bestuur van NederlandHet politieke systeem van Nederland ligt in de handen van verschillende organisaties. Over alles moet worden overlegd, e…
Spaargeld, goud of goederen confisceren: wat is confiscatie?Spaargeld, goud of goederen confisceren: wat is confiscatie?Confiscatie is een begrip dat sinds de crisis van 2013 in Cyprus opnieuw op de voorgrond is getreden. Er wordt hevig ged…
Spaarrekening openen in het buitenlandVeel spaarders storten hun spaargeld op een spaarrekening in het buitenland, omdat de rente daar doorgaans hoger is dan…
Bronnen en referenties
  • 'Recht van de Europese Unie', F. Amtenbrink, H.H.B Vedder, vierde druk.

Reageer op het artikel "Het vrij verkeer van goederen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Maria_louise91
Gepubliceerd: 06-05-2011
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Recht en wet
Special: Europees Recht
Bronnen en referenties: 1
Schrijf mee!