InfoNu.nl > Wetenschap > Recht en wet > Recht op staken

Recht op staken

In Nederland komt het veelvuldig voor, soms tot ergernis van menig Nederlander: staken. Werknemers die een loonsverhoging willen, extra voorzieningen op de werkvloer of zoals recentelijk bij de RET: de publieke aanbesteding. Maar wanneer heeft een werknemer het recht op staken?

Het begrip staken

De klassieke staking: “Het tijdelijk stopzetten van de werkzaamheden door werknemers om tegemoetkoming aan gestelde eisen af te dwingen” (definitie CBS).

Elementen:
  • (Loon)afhankelijkheid, men is afhankelijk van loon doordat de werkgever de werknemer voorziet in zijn levensonderhoud;
  • Collectiviteit;
  • Geheel neerleggen werkzaamheden;
  • Pressiemiddel;
  • Tijdelijkheid.
Het recht op staken is het recht om schade toe te brengen aan een derde (de werkgever).

Andere stakingsvormen oftewel collectieve actie
  • Selectieve staking: er wordt alleen in een klein deel van het bedrijf gestaakt om het gehele bedrijf plat te leggen, zoals in het zenuwcentrum. Dit ziet men in de luchtvaart als luchtverkeersleiders gaan staken, dan gaat heel de luchtvaart dicht
  • Estafettestaking: werknemers verenigen zich binnen een bedrijfstak om dan omstebeurt staken, dit zag men onder andere bij gemeenten.
  • Langzaam aan actie: men werkt wel, maar dit geschiedt dan extra langzaam. Bijvoorbeeld als een machinist zijn trein moet controleren, dit langzaam geschied en dat daardoor vertraging op het spoor komt. Men werkt, dus er moet loon betaald worden en men berokkend zodoende de werkgever schade toe.
  • Stiptheidsactie: men doet alles precies volgens de voorschriften, zoals bijvoorbeeld in de luchtvaart wanneer een piloot alle voorschriften na leeft en daardoor dus vertraging laat oplopen. .
  • Bedrijfsbezetting: men werkt wel, maar de directie wordt dan buiten de deur gezet.
  • Dienstverlening zonder betaling: bijvoorbeeld als conducteurs niet controleren in de trein.
NB: onderscheid wild (werknemers verenigen zich spontaan) en georganiseerd (vakbond organiseert een staking).

Recht op staken?

Staken is eengezonde uitlaatklep voor een ophopend conflict, maar hoeveel moet de werkgever dulden? Het gaat vooral om de uiting van de vrijheid van arbeid, darbij draait het om een sterk collectief tegen het zwak individu. Het Siamese tweeling argument ziet op twee grondrechten, namelijk het recht op collectief onderhandelen en het recht op staken. Deze twee kunnen niet zonder elkaar, met dien verstande dat het recht op staken ten dienste van het recht op collectief onderhandelen komt. Nooit kan dat recht onbegrensd zijn. Stakingsrecht moet er wel zijn, want anders hebben werknemers geen middel om hun arbeidsrechtelijke positie te verbeteren.

Recht op staken: een tijdlijn

Tot 1872 was er een coalitieverbod in het wetboek van strafrecht. Het verenigen werd niet gestraft, maar het staken wel. In 1903 kwam de invoering van het verbod op staken door ambtenaren en spoorwegpersoneel en bestond tot 1980. Tot 1940 werden vooral individuele stakers aangepakt, want het was werkweigering en een grond voor ontslag op staande voet of via de rechter de werknemer dwingen op straffe van een dwangsom te laten werken. Vanaf 1945 was er een geleide loonpolitiek en heeft geduurd tot 1960.

In 1960 kwam het Panhonlibco – arrest: international federatie voor transportarbeiders roept op tot collectieve actie. Men wilde gelijke arbeidsvoorwaarden voor alle transportarbeiders op schepen en in havens. Niet de werknemers zelf gingen staken, maar er werden geen laad- en loswerkzaamheden van de Panhonlibco schepen meer gedaan. Nederlandse bond van vervoerspersoneel doet de aanzegging en garandeert in te staan voor financiële gevolgen. Volgens de werkgevers was het wanprestatie en een onrechtmatige daad van de werknemers en een onrechtmatige daad van de vervoersbonden. De rechtbank wees de vordering af, in dit geval was er dus geen wanprestatie. Want er is sprake van omstandigheden waarin het van de arbeider niet kan worden gevergd dat hij zijn arbeid verricht. Het hof bekrachtigd, het niet meedoen aan een internationale actie maakt de actie zwakker. De Hoge Raad nam als uitgangspunt de arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en de individuele werknemer waarin de staking ingrijpt. Tenzij: “de omstandigheden (…) van dien aard zijn dat naar de heersende rechtsovertuiging in redelijkheid van de werknemers niet kan worden gevergd de arbeid voort te zetten”. Het oproepen daartoe levert bovendien een onrechtmatige daad op (uitlokking). Men wilde de vakbond aanspreken omdat deze geld hadden.

Dus op grond van dit arrest kon men het staken vergeten, want werknemers pleegde wanprestatie waardoor het een grond was voor ontslag. Tevens pleegde de vakbond een onrechtmatige daad.

In 1969 kwam Wetsontwerp 10111. Organiserende vakbond pleegt geen onrechtmatige daad tenzij er andere omstandigheden zich voordoen. De stakende werknemer is niet gebonden arbeid te verrichten, tenzij andere omstandigheden zich voordoen. Werkgever kan de arbeidsovereenkomst met die werknemer terstond beëindigen, mits hij dit met alle stakende werknemers doet. Dus staken werd wel rechtmatig, maar het was wel een grond voor ontslag op staande voet. Wenselijkheid wettelijke regulering wordt keer op keer ter discussie gesteld. Maar de stakingswet wordt een anti-stakingswet, waardoor het wetsvoorstel sneuvelt tijdens parlementaire behandeling in 1972. De vakbonden trokken zich terug doordat de rechtspraak een omslag maakte naar aanleiding van het wetsvoorstel. Waardoor het stakingsrecht rechtersrecht blijft.

In 1972 kwam er een omslag in de rechtspraak van het Hof Amsterdam van 13 april 1972: rechtsopvattingen omtrent staking hebben een ontwikkeling doorgemaakt sinds Panhonlibco. De ondertekening Europees Sociaal Handvest heeft plaatsgevonden. Wetsontwerp 10111 en het daaraan voorafgaand SER-advies is voorgesteld. WLV (1970), werkgevers en werknemers waren vrij om te onderhandelen over het loon. En hierdoor heeft men het recht op staken. Daardoor oordeelde het Hof als volgt: Onvoldoende steun voor het oordeel dat naar huidige rechtsopvattingen (…) de Industriebond reeds onrechtmatig (…) zou hebben gehandeld indien hij na langdurige vergeefse onderhandelingen (…) de bij hem aangesloten werknemers zou hebben aangespoord om kracht bij te zetten aan de namens hen door de Bond gestelde eisen met betrekking tot hun arbeidsvoorwaarden”.

Dus: (oproepen tot) staking is in principe rechtmatig, tenzij… (bijkomende omstandigheden kunnen de stakingsoproep onrechtmatig maken).

In 1980 vond ratifocatie van het ESH plaats, waar artikel 6 aanhef jo lid 4 meld: “with a view to ensuring the effective exercise of the right to bargain collectively, the Parties (…) recognize the right of workers and employers to collective action in cases of conflicts of interest, including the right to strike, subject to obligations that might arise out of collective agreements previously entered into”.

Dus een erkenning van het stakingsrecht als fundamenteel sociaal recht, maar met voorbehoud voor ambtenaren (tegenwoordig alleen voor militairen en defensiepersoneel). Niet alleen georganiseerde stakingen. Ook voor werkgever, men noemt dit uitsluiting (werknemers zonder loon naar huis). Intrinsieke beperkingen: alleen bij belangengeschillen en tenzij de CAO iets anders zegt. Artikel 31 ESH somt de beperkingen van de rechten in het ESH op, maar alleen mogelijk indien:
  • Bij wet voorgeschreven;
  • In een democratische samenleving noodzakelijk voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, nationale veiligheden, volksgezondheid of de goede zeden.

In 1986 kwam het NS – arrest: Middels wetsduiding is minister van SZ tijdelijk bevoegd arbeidsvoorwaarden vast te stellen bij de NS. De minister had het voornemen tot (onder andere) korting op brutolonen. Vervolgens worden er anderhalve maand lang door de bonden georganiseerde stiptheidsacties, langzaam aan acties en korte werkonderbrekingen.

Volgens de Hoge Raad heeft artikel 6 lid 4 ESH heeft directe werking, men kan zich er zonder meer op beroepen. Acties anders dan het “normale type collectieve actie” zijn niet per definitie onrechtmatig. Men richt zich dus eigenlijk staken tegen de overheid, terwijl men zich keert tegen de NS als werkgever (richtekeren).

Een staking is onder art.6 lid 4 valt is in principe rechtmatig, tenzij:
  • Er zwaarwegende procedureregels zijn veronachtzaamd;
  • Indien op grond van alle omstandigheden van het geval (met inachtneming van de beperkingen van art.31 ESH)…de bonden in redelijkheid niet tot deze acties hadden kunnen komen.

In 1996 kwam er een wijziging in het ESH waarmee vooral de artikel aanduiding werd veranderd.
© 2011 - 2019 Farsun, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Rechtspositie werkgever - werknemer bij stakenIn Nederland komt het veelvuldig voor, soms tot ergernis van menig Nederlander: staken. Werknemers die een loonsverhogin…
Joods medische ethiek: staken van artsen en verplegersJoods medische ethiek: staken van artsen en verplegersIn Nederland bestaat het stakingsrecht. Ook voor artsen is het wettelijk niet verboden te staken. Toch wordt volledig st…
De beperkingen van het stakingsrechtIn Nederland komt het veelvuldig voor, soms tot ergernis van menig Nederlander: staken. Werknemers die een loonsverhogin…
Loon bij stakingHeeft de werkgever een loondoorbetalingsverplichting als de werknemer staken? De TNT postbezorgers, de vuilnismannen die…
Het stakingsrechtHet stakingsrechtStaken is een belangrijk middel voor werknemers om hun werkgever onderdruk te zetten. Door te staken, of wel collectieve…

Reageer op het artikel "Recht op staken"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Farsun
Gepubliceerd: 01-08-2011
Rubriek: Wetenschap
Subrubriek: Recht en wet
Schrijf mee!