Kwantummechanica: het foto-elektrisch effect
Omstreeks 1925 werd de theorie kwantummechanica geformuleerd. Veel verschijnselen die ontdekt waren op atomaire schaal konden niet meer verklaard worden met de klassieke wetten. Nieuwe hypotheses boden een betere beschrijving. Hierin beschouwde men de energie niet meer als een continuüm, maar als een gekwantiseerde grootheid. Een verschijnsel als het foto-elektrisch effect kan prima beschreven worden met kwantummechanische wetten.Foto-elektrisch effect
Wanneer een metaal met UV-licht bestraald wordt, worden uit het metaal elektronen geëmitteerd; het foto-elektrisch effect. Twee aspecten van dit effect brachten de fysici rond 1900 in verwarring, omdat zij in strijd waren met de voorspellingen van de klassieke theorie:[OLIST]Deze emissie trad alleen op wanneer de frequentie van de opvallende straling groter was dan een (voor elk metaal andere) kritische waarde ν'.
De emissie begon direct nadat de bestraling gestart was.[/OLIST]
Klassieke wetten
Men zag geen verband met de frequentie. Zo'n emissie zou altijd teweeggebracht kunnen worden als de intensiteit van de opvallende straling maar hoog genoeg was.
Einsteins hypothese
Einstein bedacht in 1905, dat de twee afwijkende aspecten uitstekend verklaard zou kunnen worden, wanneer men aannam dat het stalingsveld zelf gekwantiseerd zou zijn. Met andere woorden: straling zou alleen maar energie met materie kunnen uitwisselen in discrete hoeveelheden (alleen een beperkt aantal hoeveelheden).
Voor straling met frequentie ν zouden deze hoeveelheden uit pakketjes ter grootte van hν moeten bestaan (de zogenaamde kwanta). De constante h is de constante van Planck (6,67 10-34). Een elektron zou zo'n kwant direct in zijn geheel absorberen.
Kritische frequentie
Deze hypothese verklaart direct het bestaan van een kritische frequentie v':
Is hν groter dan de bindingsenergie (de uittreedenergie φ0), dan zal het elektron geëmitteerd worden; is hν kleiner dan is er geen elektronenemissie. De kritische frequentie ν' wordt dan gegeven door:
Deze absorptie betekent ook dat het lichtkwant binnen een zeer klein ruimtelijk gebiedje gelokaliseerd moet zijn, en niet gelijkmatig over het golffront verdeeld kan zijn. De lichtbundel moet beschouwd worden als een stroom van deeltjes met energie hν, deeltjes die later fotonen genoemd zouden worden.