Wat zijn logaritmen?
Dit artikel gaat over verschillende soorten logaritmen; veel gebruikte functies uit de wiskunde. Verder worden ook de rekenregels behandeld die van toepassing zijn bij het rekenen met logaritmen.Definitie
De formele definitie van de wiskundige functie logaritme luidt "De logaritme voor het grondtal a van een getal b is de macht waartoe men het grondtal moet verheffen om b als uitkomst te krijgen":alog b = c houdt in dat: ac = b
Hier is a het grondgetal van de logaritme van b. Dit wordt meerstal uitgesproken als "a log b" en betekent eigenlijk "tot welke macht moet a worden verheven om b te krijgen?". Het antwoord is c, omdat ac = b.
Een voorbeeld:
3log 9 = 2, want: 32 = 9. Dit wordt uitgesproken als "3 log 9 is gelijk aan 2".
Verder komt het vaak voor dat er geen grondgetal bij een logaritme staat vermeld, dus in plaats van alog b staat er dan alleen log b. Dit heet een Briggse logaritme en betekent dat het grondgetal 10 is; log b betekent dus gewoon 10log b
Een ander type logaritme waarbij geen grondgetal wordt vermeld is de zogenaamde natuurlijke logaritme. Dit wordt geschreven als ln b en betekent niets meer dan elog b.
e is overigens een getal dat vaak voorkomt in de wiskunde en is (net als pi) een constante.
Verder geldt nog dat als alog b = c, dan: a = c√(b)
Rekenregels bij logaritmen
Bij het werken met logaritmen zijn de volgende rekenregels van toepassing:| Regel | Voorbeeld |
|---|---|
| blog (ac) = c blog a | 3log (92) = 2 3log 9 = 2 × 2 = 4 |
| blog a ÷ blog c = clog a | 7log 32 ÷ 7log 2 = 2log 32 = 5 |
| alog b + alog c = alog (bc) | 6log 2 + 6log 18 = 6log (2 × 18) = 6log 36 = 2 |
| alog b - alog c = alog (b ÷ c) | log (1500) - log (15) = log (1500 ÷ 15) = log (100) = 2 |
| alog 1 = 0 | ln 1 = 0 |
| alog a = 1 | log 10 = 1 |
| alog (1 ÷ b) = -alog b | 4log (1 ÷ 16) = -4log 16 = -2 |