Wiskunde: Hoe los je een kwadratische vergelijking op?
Kwadratische vergelijkingen komen veel voor in de wiskunde. En niet alleen in de wiskunde. Ze komen eigenlijk voor in alle exacte wetenschappen. Daarom is het erg handig om te weten hoe je zo'n vergelijking kan oplossen. Er zijn drie typen kwadratische vergelijkingen. De vergelijkingen met twee reële oplossingen, die met een reële oplossing, en die zonder reële oplossingen. Er zijn een aantal manieren om een kwadratische vergelijking aan te pakken. De belangrijkste zijn ontbinden in factoren, kwadraat afsplitsen en de ABC-formule.Wat is een kwadratische vergelijking
Een kwadratische vergelijking is een polynoom van graad twee. Dat wil zeggen dat het van de volgende vorm is:Hoeveel oplossingen zijn er?
Volgens de hoofdstelling van de algebra heeft een kwadratische vergelijking altijd twee oplossingen. Het kan echter wel zo zijn dat er complexe getallen nodig zijn om tot deze oplossingen te komen. Meestal wordt er gewoon in de reële getallen gerekend. In de reële getallen hoeft een kwadratische vergelijking niet per se twee oplossingen te hebben. Het kan er ook één zijn of zelfs nul. Met behulp van de discriminant kan uitgerekend worden hoeveel reële oplossingen een kwadratische vergelijking heeft.De discriminant
De discriminant van een kwadratische vergelijking kan uitgerekend worden met de volgende formule:
- D = b^2 - 4 * a * c
Als de determinant groter is dan nul, betekent dit dat er twee reële oplossingen zijn. Is de determinant gelijk aan nul dan is er precies één oplossing. Wanneer de determinant kleiner is dan nul heeft deze vergelijking geen reële oplossingen.
Het oplossen van kwadratische vergelijkingen
Ontbinden in factorenOntbinden in factoren is een van de manieren om een kwadratische vergelijking op te lossen. Voor de handigheid gaan we ervan uit dat a gelijk is aan één. Dit kan altijd bereikt worden door de hele vergelijking te delen door a. Ook moet y in dit geval nul zijn. Ook dit kan altijd bereikt worden door y aan beide kanten van de vergelijking eraf te halen. Het doel is om de vergelijking om te schrijven in de volgende vorm:
- p + q = b
- p * q = c
Als dit gelukt is kunnen we de oplossingen makkelijk bepalen. Als twee getallen met elkaar vermenigvuldigd nul zijn, moet een van beide termen nul zijn. We weten dus (x+p) = 0 of (x+q) = 0. Dus de oplossingen zijn dan x = -p en x = -q.
Een voorbeeld
We willen de x bepalen waarvoor:
x^2 + 5*x + 6 =0 We zien dat 2+3 gelijk is aan 5 en 2*3 gelijk is aan 6. Dus x^2 + 5*x + 6 = (x+2)*(x+3).
De oplossingen zijn dus x = -2 en x = -3.
Kwadraat afsplitsenWe willen de x bepalen waarvoor:
De oplossingen zijn dus x = -2 en x = -3.
Een andere methode is kwadraat afsplitsen. Ook nu moet a gelijk worden gemaakt aan 1 en y gelijk aan nul. Bij deze methode schrijven we de formule om naar de volgende vorm:
Kijk opnieuw naar de vergelijking x^2 + 5*x + 6 =0. Schrijf dit als:
De ABC-formule
De ABC-formule is een methode die direct de uitkomst geeft zonder tussenstappen. Hiervoor moet wel y gelijk zijn aan nul, maar a hoeft niet per se 1 te zijn. Deze formule werkt altijd. De formule geeft:
Toegepast op het voorbeeld x^2 + 5*x + 6 =0.
x = (-5 + sqrt(25-4*1-6)/2*1 = (-5 + sqrt 1) / 2 = -4/2 = -2 of x = (-5 - sqrt(25-4*1-6)/2*1 = (-5 - 1)/2 = -3 Ook hier zien we dat er weer dezelfde uitkomsten uitkomen. Een controle leert dat deze uitkomsten ook juist zijn:
Een voorbeeld waarbij de discriminant gelijk is aan een is het volgende:
x^2 + 4 * x + 4 = 0 Hier geldt namelijk b^2 - 4 * a * c = 4^2 - 4 * 1 * 4. = 0
Dit kan ontbonden worden als (x + 2)^2. De oplossing is dus x = -2. De tweede oplossing is echter ook x = -2. We zeggen hier dat x gelijk is aan -2 met multipliciteit twee. Dit betekent dat er twee antwoorden van de vergelijking gelijk zijn en in dit geval allebei gelijk zijn aan -2.
- (-2)^2 + 5 * -2 + 6 = 4 -10 + 6 = 0
- (-3)^2 +5 * -3 + 6 = 9 -15 + 6 = 0
Een voorbeeld waarbij de discriminant gelijk is aan een is het volgende: